Toen ik 18 werd, nam ik me voor nooit meer arm te zijn, nooit meer naar de kerk te gaan en nooit meer tevreden te zijn met mijn positie." Dat zou best een citaat kunnen zijn van een terugblikkende, in zelfoverschatting badende testosteronmanager die niet meer zonder Armani de deur uit kan. De aanhaling stamt evenwel van een grijze Iers-Britse gentleman, ook altijd keurig in het pak en ooit een zelfverzekerde managementprofessor, die zopas zijn memoires heeft geschreven. In Myself and Other More Important Matters blikt Charles Handy, 73 ondertussen, terug op zijn leven - een bijzonder boeiend bestaan dat vrij kansarm begon als zoon van een dominee in een god...

Toen ik 18 werd, nam ik me voor nooit meer arm te zijn, nooit meer naar de kerk te gaan en nooit meer tevreden te zijn met mijn positie." Dat zou best een citaat kunnen zijn van een terugblikkende, in zelfoverschatting badende testosteronmanager die niet meer zonder Armani de deur uit kan. De aanhaling stamt evenwel van een grijze Iers-Britse gentleman, ook altijd keurig in het pak en ooit een zelfverzekerde managementprofessor, die zopas zijn memoires heeft geschreven. In Myself and Other More Important Matters blikt Charles Handy, 73 ondertussen, terug op zijn leven - een bijzonder boeiend bestaan dat vrij kansarm begon als zoon van een dominee in een godvergeten Iers dorp. Een protestant in het (tot voor kort) nagenoeg 100 % katholieke Ierland, het klinkt haast als een communist op de redactie van een businessblad. Meer dan een miljoen boeken heeft Charles Handy al verkocht (vergeet even De Da Vinci-code en u beseft dat het een ontzagwekkend aantal is). Stuk voor stuk waren het interessante managementboeken. Dat is echt geen pleonasme. Handy's concepten hebben zelfs de woordenboeken gehaald. Hij introduceerde begrippen als de portfoliowerker (iemand die zelf zijn carrière in handen heeft, een loopbaan die bestaat uit diverse opeenvolgende jobs, al dan niet zelfstandig) en de klaverbladorganisatie (een bedrijf met diverse bladen van medewerkers: een vaste kern, gespecialiseerde freelancers en klapstoelmedewerkers of tijdelijke helpende handen). Een Ier moest het nationale embleem klaverblad (zeg maar shamrock) toch gebruiken, ook al was deze Ier dan al sinds zijn studententijd naar Engeland verhuist. Pas op de begrafenis van zijn vader, hij was toen al diep in de veertig en klaar voor een overrijpe midlifecrisis, riep Handy zijn jacht naar roem en fortuin een halt toe. De klap kwam er niet zozeer door de dood van zijn vader zelf, veeleer door diens opmerkelijke begrafenis. De zoon verwachtte nauwelijks mensen op de uitvaart. Hij had weliswaar een goede band gehad met zijn vader, maar hij had hem ook in stilte verweten dat hij altijd in die kleine armoedige parochie gebleven was, terwijl hij de capaciteiten had om hogerop te klimmen in de clerus. Maar op de begrafenis kwam een overweldigend aantal mensen, zelfs van ver uit de buurt. Plots werd het Handy duidelijk hoeveel zijn vader betekend had voor zovele mensen. Van de weeromstuit trok Handy zich nog maar eens terug uit een begerenswaardige job. Zijn carrière was hij begonnen als expat in Maleisië voor Shell. Daarna werd hij beroemd als de professor die de London Business School uit de steigers hielp. En plots gaf hij alles op. Eerst ging hij een denktank over ethische kwesties leiden in Windsor Castle, later spitste hij zich toe op zijn managementboeken en de lezingen in wat hij zelf bestempelt als "het cabaret van het lezingencircuit" op congressen wereldwijd. En bij elk nieuw boek verschoof zijn aandacht steeds meer naar maatschappelijke en ethische vragen. Dat is ook het geval in dit nieuwe boek, een wijze inventaris van zijn leven, wat memoires uiteindelijk ook wel moeten zijn. Charles Handy, Myself and Other More Important Matters. William Heinemann, 213 blz. 1989: The Age of Unreason ( Chaotische tijden, 1993) 1994: The Empty Raincoat ( De paradox van de lege jas, 1995) 1997: The Hungry Spirit ( De dorstige geest, 1998) 2001: The Elephant and the Flea ( De olifant en de vlo, 2002) Luc De Decker