De Russische eerste minister en voormalige president Vladimir Poetin zei ooit dat de instorting van het land dat hij als lagere KGB-officier gediend heeft de grootste geopolitieke catastrofe van de twintigste eeuw was. Dat hij zijn presidentschap te danken had aan die catastrofe deed er blijkbaar weinig toe. De jaren negentig afschilderen als een periode van chaos en desintegratie die pas ten einde liep toen hij aan de macht kwam, was een van zijn centrale verhalen.
...

De Russische eerste minister en voormalige president Vladimir Poetin zei ooit dat de instorting van het land dat hij als lagere KGB-officier gediend heeft de grootste geopolitieke catastrofe van de twintigste eeuw was. Dat hij zijn presidentschap te danken had aan die catastrofe deed er blijkbaar weinig toe. De jaren negentig afschilderen als een periode van chaos en desintegratie die pas ten einde liep toen hij aan de macht kwam, was een van zijn centrale verhalen. Samen met de verbetering van de levensstandaard werd dat verhaal gebruikt om de verschuiving weg van het federalisme te rechtvaardigen. De politieke vrijheden die in de loop van de jaren negentig verworven werden, waaronder regionale verkiezingen, zijn allemaal uitgehold. Poetin heeft een enorme macht bij zichzelf geconsolideerd. Nu kan hij het zich veroorloven om een aantal welwillende en nostalgische uitspraken te doen over de jaren negentig en dat tijdperk opnemen in de ontstaansgeschiedenis van de Russische staat. De Russische verkiezingen herinneren steeds meer aan het sovjettijdperk toen de keuze beperkt was tot één kandidaat en één partij. Verenigd Rusland wint de parlementsverkiezingen, de partij van het Kremlin, die er geen andere bedoeling op nahoudt dan de consolidatie. De presidentsverkiezingen zijn pas voor 2012 gepland, maar het resultaat is waarschijnlijk al eind 2011 bekend, nadat Vladimir Poetin besloten heeft of hij zijn oude functie weer opneemt, of Dmitri Medvedev de kans krijgt om een tweede ambtstermijn in de wacht te slepen. Hoe dan ook zal Poetin zich vastklampen aan de macht. Het verschil tussen de twitterende Medvedev en Poetin die het imago cultiveert van een leider die met beide benen op de grond staat en de handen uit de mouwen weet te steken, is stilistisch. Medvedev heeft ooit gezegd: "Er komen geen radicale veranderingen, niet omdat ze verboden zijn, maar omdat ze niet nodig zijn". Een groot deel van de Russische elite is het daarmee niet eens. De hevige strijd die losbarstte tussen het Kremlin en een van Ruslands machtigste regionale baronnen, Joeri Loesjkov, de burgemeester van Moskou, toont dat ten overvloede aan. In september ontsloeg Medvedev Loesjkov op spectaculaire wijze. Het ontslag werd voorafgegaan door een lastercampagne op alle staatstelevisiezenders. Daarin werden zaken als massale corruptie, verkeersinfarct en andere problemen 'onthuld'. Loesjkov, een van Ruslands meest doorgewinterde politici, die aan het einde van de jaren negentig zelf presidentiële ambities koesterde en die erin slaagde om economisch onafhankelijk te blijven van het Kremlin, gaat nu in de tegenaanval. Hij heeft een open brief geschreven aan Medvedev waarin hij hem ervan beschuldigt een heksenjacht te ontketenen en ondemocratisch te zijn. Loesjkov is al net zomin een voorvechter van de democratie, als het Kremlin een bestrijder van de corruptie. Geen van beide partijen meent wat ze zegt, maar de strijd is wel een feit en heeft gevolgen op het politieke systeem in 2011 en daarna. Het is geen strijd voor of tegen de democratie of de corruptie, het is een strijd tussen regionalisme en centralisatie. Loesjkov is de verpersoonlijking van een paternalistische leider uit de jaren negentig die Moskou bestuurde als zijn eigen leengoed en teerde op de steun van de bevolking. Hij zwoer trouw aan Poetin in ruil voor het behoud van zijn autonomie. Dat akkoord is nu afgesprongen. Loesjkov is opgestapt bij Verenigd Rusland en hij kan een destabiliserende invloed hebben op het politieke systeem. Toen de wereldwijde crisis ook Rusland trof in 2008, was Loesjkov de eerste om te pleiten voor de herinvoering van regionale verkiezingen, iets wat de meeste Russen willen en wat het Kremlin vreest. De leiders van Rusland geven de voorkeur aan een systeem dat eerder steunt op gehoorzaamheid dan op overeenkomsten en waarin de gouverneurs en burgemeesters louter afgezanten zijn van het Kremlin, zonder zelfstandige machtsbasis. De twintigste verjaardag van de instorting van het sovjetsysteem wordt door nog een andere strijd gekenmerkt, die tussen het Kremlin en Aleksander Loekasjenko, de autoritaire president van Wit-Rusland. In december 1991 was Wit-Rusland, samen met Oekraïne en Rusland, een van de drie landen die de Sovjet-Unie dood verklaarden. Poetin is niet van plan om ze weer tot leven te wekken, maar hij vindt wel dat hij een missie heeft om landen samen te brengen en de Russische hegemonie te herstellen. Loekasjenko is in dat opzicht een obstakel, hoewel Rusland en Wit-Rusland verondersteld worden een staatkundige unie te vormen. Het Kremlin bekritiseert hem omdat hij zou treuzelen bij de vorming van een douane-unie met Rusland en Kazachstan, omdat hij weigert de economische activa van Wit-Rusland over te dragen en omdat hij de onafhankelijkheid van Abchazië en Ossetië, twee Georgische regio's die zich hebben afgescheiden, weigert te erkennen. Uiteindelijk heeft het Kremlin het vertrouwen in hem verloren, net zoals het zijn vertrouwen in Loesjkov verloor. De twee conflicten hadden heel wat gemeen. In de zomer van 2010 ontketende Rusland een tv-aanval op Loekasjenko waarin hij ervan beschuldigd werd zich de macht toe te eigenen en de media te onderdrukken. De 'onthullingen' over de autoritaire handelwijze van Loekasjenko maken er het Kremlin niet democratischer op, net zomin als de beschuldigingen van Loekasjenko over de druk die door het Kremlin uitgeoefend wordt. Op 19 december 2010 moest Loeka-sjenko presidentsverkiezingen toelaten waarin Rusland van bij het begin een actieve rol speelde. In de aanloop naar de stembusgang nam het Kremlin audities af van oppositiekandidaten en nam Medvedev een videoblog op waarin hij zei dat Loekasjenko met zijn anti-Russische retoriek "niet alleen het diplomatiek protocol geschonden had, maar ook de grenzen van het fundamentele menselijke fatsoen overschreden had". De ketel verwijten dat hij zwart ziet en een democratische opstand tegen Loekasjenko ondersteunen, houdt voor het Kremlin voor de hand liggende risico's in. De Russische leiders zijn hun vervelende buur liever kwijt dan rijk, maar het probleem is dat zijn opvolger waarschijnlijk meer westwaarts dan oostwaarts kijkt. De auteur is correspondent van The Economist in Moskou. ARKADY OSTROVSKYDe Russische verkiezingen herinneren alsmaar meer aan het sovjet-tijdperk.