T elecombedrijven waren zeven jaar geleden dé sterren van de beurs. Vandaag zijn het de kneusjes. Nutsbedrijven dan weer werden destijds gemeden als de pest, of erger nog: als 'old economy'. Vandaag worden ze opgehemeld als... 'new economy'.
...

T elecombedrijven waren zeven jaar geleden dé sterren van de beurs. Vandaag zijn het de kneusjes. Nutsbedrijven dan weer werden destijds gemeden als de pest, of erger nog: als 'old economy'. Vandaag worden ze opgehemeld als... 'new economy'. In mijn haast vergat ik vorige week mijn BlackBerry. Terugkeren was onmogelijk, en dus maakte ik een speciale ervaring mee. Een beetje zoals terugflitsen in de tijd. Eerst was er de stress: afgekoppeld van het werk, het nieuws, alle berichten, zeg maar de hele moderne wereld. Geen antwoord binnen de vijf minuten op een mail of sms: wat zouden ze zeggen? Na de stress kwamen de afkickverschijnselen: steeds opnieuw kijken naar die lege plek naast het dashboard, waar normaal mijn toestelletje staat. Vervolgens zoeken in mijn binnenzak, en heel de tijd ongewild ritmisch draaien met m'n duim. Gelukkig kwam er na enkele uren een zalige rust over mij: ik genoot intens van een dagje professioneel brossen. Telecom, ooit de sterren van de beurs. Mochten we in 1999 met zekerheid hebben geweten hoe we vandaag internet, communicatie en technologie gebruiken in ons dagelijks leven, dan zou de beursgekte nog groter zijn geweest. Uiteindelijk is de informatie- en communicatietechnologie (ICT) haar belofte meer dan ooit nagekomen. Misschien moeten we zelfs zeggen: ver overtroffen. En die evolutie is nog niet voorbij. De BlackBerry van vandaag is bijna een volwaardige laptop in handformaat, met permanente breedbandconnectie. Enkele jaren geleden had nagenoeg niemand erover gehoord. Ik herinner me nog goed die ochtend dat ik dat vreemde toestel tegen mijn oor kleefde toen plots een politieagent naast mijn wagen opdook. Door een cirkelende beweging te maken over mijn wang dacht hij dat ik mij aan het scheren was. Ik ben ervan overtuigd dat die optie er over enkele jaren ook nog aan zal worden toegevoegd, samen met een ingebouwde camera, iPod-speler en USB-stick. Alles in één. Het probleem is dus niet dat al de ICT-dromen zich niet hebben gerealiseerd de afgelopen jaren, maar wel dat er onvoldoende geld mee werd verdiend. Alleszins veel minder dan iedereen toen verwachtte. Het was de periode dat "een hond met een telefoon als hightech werd beschouwd", zoals André Leysen het zo plastisch uitdrukte. In die tijd vochten telecombedrijven om elkaar op te kopen. Zoals Vodafone, dat op 11 februari 2000 voor bijna 200 miljard euro het Duitse Mannesmann verwierf. Samen met de gigadeal van AOL/Time Warner was het een goede indicatie dat de bubbel op springen stond. Herinnert u zich trouwens nog de gekte rond de UMTS-licenties? De Amerikaanse bank JP Morgan berekende dat, op basis van de Britse ervaring, de Belgische en Nederlandse licentie 2,5 % van het bruto binnenlands product (bbp) zouden opbrengen voor de staat. Enkele maanden later lagen de dromen van velen aan diggelen: het werd maar een fractie van dit bedrag. Gekte rond nutsbedrijven. Vandaag zijn de nutsbedrijven - energie, water, gas ... - ontzettend hip aan het worden. Weliswaar nog niet te vergelijken met de telecomgekte van vroeger, maar we gaan toch die richting uit (zie grafiek: Wisselend geluk). De gekte is gedeeltelijk te verklaren door de duurdere energie. Maar niet alle nutsbedrijven worden daar beter van. Zij die zelf produceren natuurlijk wel. Zoals het vroegere Electrabel, dat met afgeschreven kerncentrales goedkope stroom produceerde om die vervolgens duur te verkopen. Een jaar geleden stemde de Belgische regering ermee in dat die activa zouden worden doorgeschoven naar het Franse Suez. Voor een prijsje, zo blijkt vandaag: minstens 50 % onder de intrinsieke waarde. (Hopelijk maakt de overheid niet dezelfde fouten met Belgacom!) Er is ondertussen ook een biedoorlog in Spanje geweest, met het Duitse E.ON en Endesa in de hoofdrol. Bedrijven vechten momenteel voor zaken die zeven jaar geleden nog werden gedumpt omdat ze 'old economy' waren. En telecom, dat destijds werd gekocht omdat het paste in het internetverhaal, wordt nu gedumpt wegens de... internetdreiging. Het gratis internettelefoneren (VOIP of voice over IP) vormt inderdaad een bedreiging. Net zoals de grotere concurrentie en het afromen van de roamingtarieven (de kosten van het bellen in het buitenland). Maar de telecombedrijven genereren nog wel hopen cash waarmee ze hun bestaande infrastructuur kwalitatief kunnen verbeteren: meer inhoud, meer snelheid, andere diensten over de kabel. Het is ook moeilijk om nu nog nieuwe netwerken te bouwen of nieuwe kabels te leggen. Dat heeft allemaal een hoge strategische waarde, hoger dan de beurskoers? Telecombedrijven werden vroeger beschouwd als nutsbedrijven. Ze zijn het trouwens nog steeds, hoewel beleggers ze niet langer in die categorie plaatsen. En dat scheelt een slok op de borrel. De waardering van andere nutsbedrijven is vandaag meer dan 50 % duurder dan die van telecomaandelen. Maar als de energie nog duurder wordt, zullen we misschien wel wat meer teleconferenties houden, telematica gebruiken of mailen en zuiniger omspringen met energie. Misschien zijn we stilaan op het punt gekomen dat al het goede nieuws in de nutssector zit, en al het slechte in de telecom. Een hond met een stopcontact is nu stilaan meer gewild dan een hond met een telefoon. Geert Noels De auteur is hoofdeconoom van Petercam Vermogensbeheer. Reacties: visienoels@trends.beGeert Noels