Premier Dehaene, opgejaagd door het Franse en Duitse voorbeeld, heeft de sociale partners opgeroepen tot overleg. Op 12 februari wordt een eerste vergadering belegd en tegen de zomer moet een "Toekomstkontrakt voor werkgelegenheid" rond zijn. "Voor de zomer moet het duidelijk zijn of er een akkoord mogelijk is of niet," nuanceert Mia De Vits (ABVV) in een interview aan Trends (zie blz. 26).
...

Premier Dehaene, opgejaagd door het Franse en Duitse voorbeeld, heeft de sociale partners opgeroepen tot overleg. Op 12 februari wordt een eerste vergadering belegd en tegen de zomer moet een "Toekomstkontrakt voor werkgelegenheid" rond zijn. "Voor de zomer moet het duidelijk zijn of er een akkoord mogelijk is of niet," nuanceert Mia De Vits (ABVV) in een interview aan Trends (zie blz. 26). België, dat zich zeker niet onderscheidt door een voorsprong in konkurrentievermogen, zal dus minstens vijf maanden extra achterstand oplopen. Als het overleg al iets oplevert. Want ook al is de toenadering wat groter geworden, toch is het water tussen werkgevers en vakbonden nog erg diep. De patroons eisen een algemene loonkostenverlaging, de vakbonden zijn enkel bereid tot een selektieve verlaging, en willen die absoluut gekoppeld zien aan een tewerkstellingsverbintenis. Bovendien moet voor de vakbonden die verlaging gefinancierd worden via vormen van "alternatieve financiering" en niet via besparingen. Waarbij die alternatieven zelfs per saldo meer moeten opbrengen aan de sociale zekerheid. Een lastenverhoging dus. Een interne nota van het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid die onlangs uitlekte in De Standaard, toont nochtans dat er nog andere wegen te bewandelen zijn in de sociale zekerheid. Sinds de boetes voor zwartwerk fors de hoogte ingingen, is het aantal vastgestelde inbreuken even fors gedaald. In '94 werden er 3766 werkgevers met 10.651 zwartwerkers door de inspektiediensten geklist, een jaar later waren dat nog slechts 2600 werkgevers met 7250 werknemers. Bovendien stegen de RSZ-cijfers voor de gevizeerde sektoren (bouw, horeca, tuinbouw, konfektie, schoonmaak, vervoer) met 7183 banen. De geïnde sociale bijdragen met tien miljard frank. Dat cijfer is misschien niet volledig te wijten aan de afschrikking van hogere boetes, waardoor zwarte jobs werden omgezet in witte. Maar hoewel een te absolute interpretatie uit den boze is, is dit alleszins een signifikante wijziging. De bestrijding van fraude is blijkbaar het goedkoopste banenplan dat er bestaat. Zwartwerk is één zaak, misbruiken in de werkloosheid, de gezondheidszorg en in mindere mate andere takken van de sociale zekerheid is een andere. Ook hier kunnen wellicht nog 10 of meer miljarden gevonden worden. Wegwerken van fraude, gekoppeld aan andere besparingen, is de enig goede weg om de sociale zekerheid te modernizeren. In Nederland heeft men dat al lang begrepen het begrip "sociale fraude" is daar niet langer een taboe. Bovendien hebben besparingen en bestrijden van fraude een struktureler effekt dan allerhande Keynesiaans geïnspireerde korte-termijnmaatregelen zoals men die in Frankrijk neemt (en die net als het Duitse stimuleringspakket het bereiken van de Maastricht-normen een pak moeilijker zullen maken). Alle pogingen om via alternatieve financiering te werken, leveren trouwens weinig op. Zoals Jef Van Langendonck, hoogleraar sociaal zekerheidsrecht KU-Leuven, het onlangs stelde in een vrije tribune in De Financieel-Economische Tijd : "Wanneer men de sociale bijdragen door alternatieve financieringsvormen vervangt, zal dezelfde last via een andere weg op dezelfde ekonomische aktiviteit drukken." Met andere woorden, alternatieve financiering verschuift enkel het probleem, maar lost het niet op. GM