HOE VAAK HEB IK mensen aangeraden hun zegeningen te tellen? En hoe vaak heb ik managers gewaarschuwd op te letten voor onvolledige datamatrices? En nooit zag ik het verband.
...

HOE VAAK HEB IK mensen aangeraden hun zegeningen te tellen? En hoe vaak heb ik managers gewaarschuwd op te letten voor onvolledige datamatrices? En nooit zag ik het verband. Als iemand je vertelt dat hij "bij rekrutering en selectie goede ervaringen heeft met een kleurentest", dan moet je een eenvoudige matrix tekenen: een kandidaat wel of niet in dienst nemen, met of zonder sterk resultaat op de kleurentest. Zo krijg je vier vakjes. De enthousiaste gesprekspartner informeert je slechts over één vakje. Kan je ook goede kandidaten aanvaarden met zwakke resultaten op die test? Nee, want je gelooft erin. Die komen niet binnen. En heb je ooit de kandidaten gevolgd die je afwees? Natuurlijk niet. Meestal blijkt dat het resultaat van je selectie vooral afhangt van het basisaanbod. Als dat goed is, heeft het niet zoveel belang welke tests je gebruikt. En als het aanbod bovendien zeer ruim is, kan je lekker streng zijn en selecteer je zelden verkeerd. ADVIES GEVEN OVER gelukkiger worden? Ik was de wijsheid van Hillel Einhorn vergeten, de grote belofte van de besliskunde die in 1987 op 45-jarige leeftijd overleed. Iedereen kent de Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman en systeem 1 versus systeem 2. Niemand kent nog Einhorn, wegens te vroeg gestorven. Hij wees erop dat ook je geluksmatrix volledig moet zijn. Vakje 1: willen en hebben. Als dat vakje goed is gevuld (mooie baan, brave kinderen, regelmatig een marathon lopen onder de vier uur), dan ben je een gelukkig mens, tenzij natuurlijk ook vakje 2 erg gevuld is: willen en niet hebben (extra diploma's, meer geld op de bank, meer applaus). Vandaar natuurlijk mijn standaardadvies, blijf van dat vakje weg en concentreer je op wat je hebt: count your blessings. Tel je zegeningen, één voor één. Maar ik zag al te snel vakje 3 over het hoofd: al die dingen die we hebben, zonder ze ooit te willen. Fijne buren, goede ogen, een gratis abonnement, ja zelfs die promotie door dat onverwachte vertrek van een persoon, waardoor iedereen opschoof. Toch werd ook dat hokje afgedekt door count your blessings. MAAR WAAR IK NOOIT aandacht aan besteedde was vakje 4, al die dingen die ik niet heb en nooit gewenst heb. Een slechte schoonmoeder, jeuk aan mijn voetzolen, een inval met veel machtsvertoon - maar volkomen per vergissing - van de Bijzondere Belastinginspectie. Dat lijstje is letterlijk eindeloos. Alleen al de ziektes die ik nooit heb gehad, vullen encyclopedieën. Flauw, kan je zeggen, maar hoeveel mensen verknallen hun geluk niet door eindeloos te piekeren over dingen die toch niet zullen gebeuren? Het is mij overigens opgevallen dat in mijn persoonlijk leven de erge dingen vrij onverwacht kwamen en de rampspoedscenario's zich zelden manifesteerden. Daarmee reikt Einhorn ons een boeiend tegengif aan voor al dat gepieker. Vergeet niet ook voldoende te denken aan alles wat ons niét is overkomen de jongste twintig jaar. Die atoomoorlog en de voortrazende epidemie van ongeneeslijke aidspatiënten, de ineenstorting van de Vlaamse economie met eindeloze rijen werklozen aan de soepkeukens of SARS bis, waarbij 10 procent van de bevolking bezweek. Dank geneeskunde, dank politici, dank militairen. RELATIVERING IS vaak het begin van een stressvrij leven. Maar hoe begin je daaraan? Laten we een concreet voorbeeld geven. Je worstelt een hele werkdag met een lijstje met tien niet te onderschatten taken. Nu rijd je naar huis en je blikt terug. Acht taken naar behoren afgewerkt, maar het zijn vooral die twee niet-afgewerkte die door je hoofd spoken. Bijna iedereen kent het gevoel. Je avond is vergald. Maar voor de aardigheid, in naam van de heilige zelfrelativering, kan je voortaan zeggen: en dan zijn er nog 478 andere zaken die niet op mijn bord kwamen, die niet op lijstje stonden, en ik dus ook niet heb afgewerkt, omdat we nu eenmaal goed georganiseerd zijn, ik competente collega's heb en toch ook wel af en toe wat geluk heb. Goed zeg, dat ik me op die tien andere taken kon concentreren.