Een autocontrole is zoals een bezoek aan de huisarts. We vermijden het liever. "De perceptie van de autokeuring is niet altijd de meest positieve", beseft Katleen Van Laer. Ze is gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse marktleiders Autoveiligheid en BTC, en gewestelijk voorzitter van de sectorvereniging GOCA. "Uit enquêtes blijkt wel dat de klanten ons almaar meer waarderen. We werken meer op afspraak, het aantal bestuurders dat gewoon komt aanschuiven in de rij vermindert. Zowat elk station heeft een webcam, zodat de klanten zien hoe druk het is. Dat alles doet de wachttijden dalen."
...

Een autocontrole is zoals een bezoek aan de huisarts. We vermijden het liever. "De perceptie van de autokeuring is niet altijd de meest positieve", beseft Katleen Van Laer. Ze is gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse marktleiders Autoveiligheid en BTC, en gewestelijk voorzitter van de sectorvereniging GOCA. "Uit enquêtes blijkt wel dat de klanten ons almaar meer waarderen. We werken meer op afspraak, het aantal bestuurders dat gewoon komt aanschuiven in de rij vermindert. Zowat elk station heeft een webcam, zodat de klanten zien hoe druk het is. Dat alles doet de wachttijden dalen." Bovendien gaan de keurders sinds 2012 'aan huis' bij 25 grote klanten, met een vloot van honderden en meer vrachtwagens. "Grote wagenparkbeheerders, zoals het logistieke bedrijf Essers, hebben hun eigen keuringslijn", zegt Sven Vanbinst, de gedelegeerd bestuurder van GOCA. "Die lijnen werken met dezelfde toestellen als in onze keuringscentra. De installatie van één lijn kost al gauw 300.000 euro." De consumentenorganisatie Test-Aankoop had in het verleden bedenkingen bij de controles. Bij de recentste test, in 2005, raakten auto's met duidelijke gebreken door sommige controlestations. Test-Aankoop weet dat onder meer aan een gebrek aan nauwgezetheid bij de controleurs. Sindsdien is er geen onderzoek meer gedaan, want het is onmogelijk geworden met één wagen verschillende controlestations te bezoeken. Het is wel zo dat Test-Aankoop nauwelijks klachten ontvangt over de autocontrole. De consumentenorganisatie gaat er daarom van uit dat de klantvriendelijkheid sterk verbeterd is. De sector van de autokeuring en de rijexamens blijft een vrij gesloten wereld. Het is een volledig door de overheid gereguleerde business, waar de concurrentie beperkt is omdat de overheid "veiligheid belangrijker vindt dan liberalisering". "Nou ja, de burger mag wel vrij kiezen naar welke autocontrole hij gaat", verweert Katleen Van Laer zich. "Daardoor is er toch een zekere liberale gedachtegang. Samengevat voeren wij een opdracht uit in naam en voor rekening van de overheid. Er is een gereguleerd kader, zowel voor de inkomsten als voor de kosten." Zes bedrijven/families delen al decennia de lakens uit in de sector (zie tabel Zes controlerende families). Zij zien hun omzet stijgen dankzij een groeiende markt en een tweejaarlijkse indexering van de tarieven. "Het aantal controles stijgt, want het voertuigenpark in België blijft groeien, en het veroudert bovendien", merkt Sven Vanbinst. "Personenwagens moeten na vier jaar naar de keuring." De zes spelers kunnen dan ook solide balanscijfers voorleggen, met al even solide winsten en dito dividenduitkeringen aan het geringe aantal gelukkigen. In de herfst van 2013 was er even opschudding in het wereldje, toen de pechverhelper Touring de autocontroles van Autoveiligheid en BTC kocht. Die zaak belandde bij de mededingingsoverheden. Er is "geen sprake van concurrentie en marktwerking", leest hun verslag. "Alle taken zijn wettelijk omschreven en uniform, differentiatie in dienstverlening en kwaliteit is niet toegelaten". Een bevoorrecht sectorwaarnemer noemt de Belgische autocontrole "archaïsch". In Duitsland en Nederland gebeurt de controle bijvoorbeeld ook via garagisten, die uiteraard worden gecontroleerd door de overheid. Het Belgische systeem wordt vooral "gedoogd" door de lage tarieven. Volgens cijfers van de Europese Commissie zijn de tarieven in ons land de tweede goedkoopste in West-Europa, na Luxemburg. Personeelskosten staan voor twee derde van de werkingskosten. "Zeker in de steden vinden we niet zo gemakkelijk werknemers", zegt Katleen Van Laer. "Het moeten goede technici zijn. Maar ook klantvriendelijkheid is heel belangrijk. Wij hebben gemiddeld zes tot zeven dagen opleiding per werknemer per jaar. Dat is bijna het dubbele van wat de wet ons voorschrijft. Auto-inspecteur is geen baan die je kunt leren op de schoolbanken. Een groot deel van de opleidingen gebeurt dus in het vormingscentrum van GOCA." In ons land mogen werknemers van de keuringscentra zelf geen garage of hersteldienst uitbaten. Anders bestaat het gevaar op belangenvermenging, is de redenering. Ze mogen overigens ook geen auto's of autoverzekeringen verkopen, of rijscholen uitbaten. Toen Touring het wereldje van de autocontrole en de rijscholen binnendrong, was grote concurrent VAB dan ook woedend. Touring was immers ook actief in het onderhoud van voertuigen, de verkoop van tweedehandse wagens, de herstelling van autoruiten, de verkoop van verplichte aansprakelijkheidsverzekeringen. Toch zetten de mededingingsoverheden het licht op groen voor de overname. Touring moest wel voor een radicale afsplitsing van de andere activiteiten zorgen. Het creëerde een aparte holding voor de autocontrole en de rijexamens. De nv KBTC Holding heeft twee onafhankelijke bestuurders die via een vetorecht de strikte scheiding van de activiteiten kunnen bewaken. Maar een van die onafhankelijke bestuurders is wel de voormalige financieel directeur van Touring. De onderneming benadrukt dat aan de criteria voor een onafhankelijk bestuurder is voldaan, gezien de persoon al negen jaar weg is bij Touring. In de controlestations mag er op geen enkele manier reclame worden gemaakt voor Touring. De onderneming is tevreden over haar intrede in de markt van de autokeuringen. In haar eerste boekjaar 2013-2014 keerde de nv KBTC Holding meteen een dividend uit van 1,25 miljoen euro. In 2014 werden de autocontrole en rijexamens geregionaliseerd. Voorlopig zijn er weinig verschillen tussen de Vlaamse en Waalse regels, die overigens grotendeels door de Europese Commissie worden bepaald. Toch waarschuwt GOCA-voorzitter Philippe Bernard (een telg van een van de zes families) in het jaarverslag 2014 voor een "shoppingfenomeen". De regionalisering kan leiden tot verschillende tarieven. "Wij zijn geen voorstander van aparte tarieven. Dat levert geen toegevoegde waarde", meent Katleen Van Laer. "Voorlopig is daar geen probleem. Het shoppingfenomeen is niet aan de orde, en de samenwerking tussen de gewesten, via een interministerieel overleg, loopt goed." Wolfgang Riepl, fotografie Debby Termonia"Wij zijn geen voorstander van aparte tarieven. Dat levert geen toegevoegde waarde" - Katleen Van Laer