De voorbije vakantie voerde de regering-Di Rupo de fairness tax in. Het is een manier om vennootschappen, die dankzij een aantal aftrekken minder belasting moeten betalen, alsnog aan te pakken. Eigenlijk is dit de minimumbelasting waarvan de socialistische regeringspartijen al lang dromen. "Niemand heeft dit zien aankomen", zegt fiscalist Thierry Denayer van het advocatenkantoor Stibbe. "De maatregel kwam er zonder veel discussie, met amper een debat in het parlement. Dit is niet zomaar een belastingverhoging, maar ook de zoveelste aantasting van de notionele-intrestaftrek."
...

De voorbije vakantie voerde de regering-Di Rupo de fairness tax in. Het is een manier om vennootschappen, die dankzij een aantal aftrekken minder belasting moeten betalen, alsnog aan te pakken. Eigenlijk is dit de minimumbelasting waarvan de socialistische regeringspartijen al lang dromen. "Niemand heeft dit zien aankomen", zegt fiscalist Thierry Denayer van het advocatenkantoor Stibbe. "De maatregel kwam er zonder veel discussie, met amper een debat in het parlement. Dit is niet zomaar een belastingverhoging, maar ook de zoveelste aantasting van de notionele-intrestaftrek." "Het is een indirecte minimumbelasting, maar niemand van de regering zal ze zo noemen", zegt ook Geert Gemis, vennoot bij Ernst & Young. "De rechterzijde van de regering kan dan zeggen dat ze de minimumbelasting heeft tegengehouden, terwijl links kan zeggen dat ze de notionele-intrestaftrek beperkt. Maar er is wel een fiscaal gedrocht geschapen." "Enkel wie de fiscaliteit vanuit een theoretisch standpunt bekijkt, kan deze belasting fair noemen", argumenteert Paul Soete van Agoria, de sectorfederatie voor de industrie. "Het is een platte belastingverhoging. Het bevreemdt me dat er zo weinig reactie komt. Waarschijnlijk omdat niemand goed begrijpt hoe de fairness tax juist werkt." Voor dat laatste valt zeker wat te zeggen, want de regeling is bijzonder complex. Om te beginnen, moet worden bepaald wie de fairness tax moet betalen. Daarvoor wordt de belastbare basis van een vennootschap (dat is het bedrag dat overblijft na alle fiscale aftrekken), vergeleken met de uitgekeerde dividenden. Zijn die laatste hoger dan de belastbare basis, dan is een fairness tax verschuldigd. In feite gaat het dus om een belasting op de onbelaste uitgekeerde winst. Vervolgens moet het bedrag van de fairness tax bepaald worden. Daarvoor zet de fiscus de overgedragen fiscale verliezen en de notionele-intrestaftrek af tegenover de oorspronkelijke belastbare basis (voor toepassing van de fiscale aftrekken). Dat aandeel geeft een percentage, dat wordt vermenigvuldigd met de normaal gezien onbelaste uitgekeerde winst. Op dat bedrag wordt een belasting van 5,15 procent geheven (eigenlijk 5 procent, plus 3 procent crisisbelasting). Complex? Het wordt nog complexer. Want ook de ouderdom van de uitgekeerde belaste reserves wordt in rekening gebracht. Omdat een belasting nooit retroactief mag gelden, is enkel een fairness tax mogelijk op reserves die na het aanslagjaar 2014 worden uitgekeerd. Om te vermijden dat bedrijven in de toekomst al hun (oude) reserves in rekening brengen om zo de belastbare basis verlagen, voert de regering het principe last in first out in voor de uitbetaling. Reserves die na het aanslagjaar 2014 worden aangelegd, worden geacht het eerst te worden uitbetaald. Er kan dan ook een fairness tax op worden geheven. Deze regeling heeft een pervers kantje. Een bedrijf kan een opeenstapeling van vennootschapsbelasting en fairness tax vermijden door geen reserves aan te leggen en zijn winsten onmiddellijk uit te keren. Gemis: "Het lijkt wel of ondernemingen fiscaal worden aangemoedigd om ook in moeilijke tijden geld uit hun vennootschap te halen. Terwijl ze misschien net een buffer zouden moeten aanleggen." Deze regeling is ook in strijd met de filosofie van de notionele-intrestaftrek. Die werd in 2007 ingevoerd als aftrek voor risicokapitaal. Het eigen vermogen werd sindsdien fiscaal op een gelijkaardige manier behandeld als leningen, waarvan een bedrijf de intrest mag aftrekken. Gemis: "Toen wilde de regering de versterking van het eigen vermogen stimuleren. Met deze nieuwe regeling voor reserves lijkt de regering-Di Rupo net het tegenovergestelde na te streven." Volgens Gemis zal de extra belasting via de beperking van de belastingaftrek van de overgedragen verliezen de door de crisis verzwakte onderneming extra hard treffen. "Een onderneming die het jaren slecht heeft gedaan en eindelijk uit de put kruipt, wordt bij de eerste winstuitkering gestraft", verzucht hij. "Er is een totaal gebrek aan coherentie." Thierry Denayer wijst er ook op dat de overgangsregeling voor de reserves onduidelijk is. "De nieuwe wet kan je voor deze materie op drie manieren interpreteren. Niemand weet bijvoorbeeld of een bedrijf zijn vroeger opgebouwde reserves in een keer mag uitkeren, om zo later nieuwe reserves op te bouwen. En dat voor een wet die geldt vanaf 2014. Dit moet dringend geregeld worden. Het is geen kwestie van maanden, maar van weken. Deze juridische onduidelijkheid is een democratie onwaardig." De complexe regeling lijkt in strijd met de filosofie van de belastingvereenvoudiging die minister van Financiën Koen Geens heeft aangekondigd. Die laat via zijn woordvoerder echter weten "dat de belasting vrij eenvoudig in elkaar steekt". Gemis is allerminst onder de indruk: "De fiscale aftrekken moeten worden berekend in het licht van een eventuele fairness tax en dan moet een en ander nog afgestemd worden met de uitbetaling van oude en nieuwe reserves. Dit vereist een driedimensionale fiscale planning. Ik krijg deze nieuwe belasting gewoon niet uitgelegd aan mijn klanten." Niet iedereen is negatief over de fairness tax. Karel Anthonissen, gewestelijk directeur van de Bijzondere Belastinginspectie, is zo iemand: "Natuurlijk is dit een kunstmatige en complexe constructie. Maar ze is ook een reactie op het feit dat de vennootschapsbelasting volledig wordt uitgehold door allerlei aftrekken, zoals de definitief belaste inkomsten en notionele intrest. Veel vennootschappen betalen door al die aftrekken geen vennootschapsbelasting. Meer nog: voor de komende jaren dragen ze een rugzak van overgedragen aftrekken mee om ook dan hun belasting fel te beperken. De fairness tax brengt de feitelijke vennootschapsbelasting van 0 naar, bijvoorbeeld, 10 procent. Deze minimumbelasting is dus fair, want een correctie op de nulbelasting voor te veel ondernemingen." Denayer, die met de Amerikaanse Kamer van Koophandel aan een standpunt over de fairness tax werkt, zegt dan weer dat deze nieuwe wijziging als signaal naar de internationale gemeenschap kan tellen. "De geloofwaardigheid van België krijgt een deuk", zegt hij. "Ons land morrelt constant aan de notionele-intrestaftrek, terwijl die net het symbool zou moeten zijn voor fiscale rechtszekerheid. De fairness tax is het zoveelste signaal dat België een onbetrouwbaar land is voor investeerders." "Tijdens missies in het buitenland krijgen potentiële investeerders eerst te horen dat er een vennootschapsbelasting geldt van 34 procent", vult Gemis aan. Belgische fiscale consultants sussen daarop de gemoederen door te wijzen op het unieke instrument van de notionele-intrestaftrek. Maar onze buitenlandse collega's kunnen dan weer zeggen dat die voortdurend wordt uitgehold. Heel deze verandering brengt de regering naar schatting amper 145 miljoen euro op, terwijl de gevolgen voor buitenlandse investeringen catastrofaal kunnen zijn." Volgens CD&V-senator Etienne Schouppe heeft de fairness tax tot doel "grote bedrijven een minimale belasting op te leggen, wat een rechtvaardige maatregel is". En inderdaad, kmo's moeten de belasting niet betalen. Maar de drempel ligt wel erg laag: minder dan 7,3 miljoen omzet en minder dan vijftig werknemers. "Ik vrees dat net het middensegment van het bedrijfsleven het hardst zal worden getroffen door de fairness tax", zegt Paul Soete, gedelegeerd bestuurder van Agoria. "Grote internationale groepen kunnen de belasting ontwijken door hun geldstromen buiten België te houden. Maar familiale bedrijven zitten vast in ons land. Zij betalen braafjes hun belastingen. De fairness tax kan op termijn voor onze economie een ramp worden. Hij hakt sterk in op de uitkering van dividenden. Maar niet-operationele fami-liale aandeelhouders zien graag dividenden komen, anders beleggen ze hun geld liever elders. Winstuitkeringen vormen dus de familiale verankering van heel wat sterke industriële bedrijven. Zij vormen het industriële hart van de Vlaamse economie. Maar nu zullen nonkels en tantes hun aandelen verkopen. Die bedrijven komen dan in buitenlandse handen. En u weet waar buitenlandse groepen het eerst snoeien als dat nodig is." HANS BROCKMANS"De fairness tax is het zoveelste signaal dat België een onbetrouwbaar land is voor investeerders" Thierry Denayer, Stibbe "Enkel wie de fiscaliteit bekijkt vanuit een theoretisch standpunt, kan deze belasting fair noemen" Paul Soete, Agoria