In Griekenland is statistiek een vechtsport.' De uitspraak komt van Andreas Georgiou. Hij was tot 2010 aan de slag bij het Internationaal Monetair Fonds en werd in het najaar van 2010 hoofd van Elstat, het officiële statistische bureau van Griekenland.
...

In Griekenland is statistiek een vechtsport.' De uitspraak komt van Andreas Georgiou. Hij was tot 2010 aan de slag bij het Internationaal Monetair Fonds en werd in het najaar van 2010 hoofd van Elstat, het officiële statistische bureau van Griekenland. Georgiou heeft van nabij meegemaakt hoe Griekenland net voor het uitbreken van de eurocrisis in 2009 het begrotingstekort moest bijstellen van 3,7 naar 12,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) en korte tijd later zelfs naar 15,8 procent. Onder Georgiou werden de Griekse bbp-cijfers eindelijk correct weergegeven. De man kreeg er in eigen land geen dank voor. Velen zien hem nog altijd als een verrader van de Griekse belangen. Het verhaal van Andreas Georgiou toont aan hoe het denken over het bruto binnenlands product centraal staat in het denken over economie. De term duikt voortdurend op in de berichtgeving. Niet enkel economen maar ook de man in de staat zijn vertrouwd met het begrip. Diane Coyle schreef er een fascinerend boek over, een soort van geschiedenis van het begrip: GDP: A Brief but Affectionate History. Coyle is de auteur van een reeks boeken, onder meer The Economics of Enough en The Soulful Science: What Economists Really Do and Why It Matters. Ze heeft een PhD in economie van Harvard en is visiting research fellow aan de University of Oxford's Smith School of Enterprise and the Environment. Het kan vreemd lijken dat een heel boek wordt gewijd aan de totale waarde van alle geproduceerde (finale) goederen en diensten gedurende een bepaalde periode in een land. Maar Coyle overtuigt de lezer van het zeer grote belang van het begrip. Het bbp wordt gebruikt om landen met elkaar te vergelijken. Vooral het bbp per inwoner is een interessante parameter. De auteur gaat ook dieper in op de oorspronkelijke bedoeling van het bbp. Het begrip bruto binnenlands product werd in de jaren twintig en dertig ontwikkeld door het Amerikaanse ministerie van Handel, om onder andere het nationale economische herstel na de Grote Depressie te meten. De belangrijkste man achter het gebruik van het bbp in economische analyses was Simon Kuznets. Hij kreeg in 1971 voor deze prestatie zelfs de Nobelprijs. Coyle gaat in het boek ook dieper in op de toenemende kritiek op het bbp als economisch meetinstrument. In plaats van het bruto binnenlands product pleiten sommigen voor het meten van het bruto nationaal geluk. Er zijn in de jongste decennia dan ook diverse pogingen ondernomen om een alternatief te bedenken, zonder veel succes. Het concept bbp blijft centraal staan in de economie en in de economische berichtgeving. Wie dacht dat economie saai is, moet dringend dit boek lezen. Het maakt een diepgaande analyse van vreemde bbp-schokken. Zoals het bbp van Ghana dat in een bepaalde nacht in 2010 zelfs met 60 procent toenam. Ook de analyse van de schokken in het bbp na de financiële storm van 2008 ontbreekt niet. En het boek leert hoe een kleine groei van het bbp een verkiezingsuitslag kan bepalen. Zo is bekend dat een economische heropleving meestal een bonus is voor een aftredende regering. Diane Coyle, GDP: A Brief but Affectionate History, Princeton University Press, 2014, 168 blz, 25 euro THIERRY DEBELS