De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.Bezitters van terreinwagens hebben het niet onder de markt. Terwijl zij een grote bijdrage leveren aan 's lands economie door enorme hoeveelheden brandstof te verbruiken, moeten ze het meemaken dat ze in verschillende steden belaagd worden door activisten die niets liever doen dan 's nachts hun banden plat te zetten. Ook de fiscus heeft het op hen gemunt. Die verdraagt het niet langer dat ze allerlei fiscale voordelen genieten omdat hun speeltje door de Dienst voor de Inschrijving van Voertuigen (DIV) niet als een gewone personenwagen, maar als een lichte vrachtwagen wordt beschouwd. Constructie. Met het ontwerp van programmawet dat op dit ogenblik in het Parlement wordt voorbereid, voegt de fiscus de daad bij het woord. Het wetsontwerp beschrijft in detail aan welke voorwaarden een voertuig moet voldoen om op fiscaal gebied nog als een lichte vrachtwagen in aanmerking te komen. Kort gezegd komt het erop neer dat de manier waarop het voertuig ingeschreven wordt bij de DIV, niet meer doorslaggevend is. Voor fiscale doeleinden zal gekeken worden naar de manier waarop het voertuig geconstrueerd is. Enkel de voertuigen die werkelijk bestemd zijn voor het vervoer van goederen, zullen op fiscaal gebied nog het etiket 'lichte vrachtwagen' kunnen krijgen. Bevoegd. De actie van de federale wetgever is uiteraard beperkt tot de belastingen waarvoor hij nog bevoegd is. Op het gebied van de eigenlijke verkeersbelasting en de belasting op de inverkeerstelling heeft hij niets te zeggen. Die belastingen behoren al verschillende jaren tot de exclusieve bevoegdheid van de drie gewesten. Daar is het dus wachten op de initiatieven die op gewestelijk vlak genomen worden. De federale wetgever is bijvoorbeeld nog wel bevoegd ten aanzien van de 'accijnscompenserende heffing' (voor dieselwagens). Voor die belasting wordt de nieuwe regeling wel van toepassing verklaard. Maar veel stelt dat niet voor. Over deze heffing is al een tijd geleden beslist dat ze binnen twee jaar wordt afgeschaft. BTW. De nieuwe regeling zal zich wel doen voelen op het vlak van de BTW. Ten aanzien van personenwagens geldt de regel dat de betaalde BTW binnen het BTW-stelsel in principe maximaal voor de helft kan worden terugbetaald. Deze beperking geldt niet voor lichte vrachtwagens. Terreinwagens die niet aan de nieuwe fiscale definitie van lichte vrachtwagens voldoen, zullen vanaf begin volgend jaar ook aan de BTW-aftrekbeperking onderworpen worden. Maar de invloed van de maatregel blijft ook hier beperkt. Hij heeft slechts financiële gevolgen ten aanzien van 4x4-rijders die de hoedanigheid van BTW-plichtige 'met recht op aftrek van voorbelasting' hebben. Voor de talrijke parlementsleden, dokters, advocaten, notarissen enzovoort, die zich plegen voort te bewegen in statussymbolen waar Jan met de pet slechts van kan dromen, heeft de maatregel geen enkele impact. Zij hebben de voormelde hoedanigheid niet. Zij kunnen de betaalde BTW niet terugkrijgen. Een beperking van de teruggavemogelijkheid heeft bij hen dus geen effect. Inkomstenbelasting. Een terrein waar de federale wetgever zijn bevoegdheid nog volop kan botvieren, is dat van de inkomstenbelastingen. Hier is hij (op enkele details na) heer en meester. Dus was het te verwachten dat hij de onverlaten die de wegen terroriseren met hun brandstofzuipende wagens, op dit terrein eens mores zou leren. Gewone stervelingen die rondrijden met een gewone personenwagen, kunnen de beroepsmatige kosten van hun voertuig (brandstofkosten niet inbegrepen) in de regel slechts tot beloop van 75 % als beroepsuitgaven in aftrek brengen. Voor het woon-werkverkeer is de kostenaftrek zonder meer beperkt tot 0,15 euro per kilometer. Deze beperkingen gelden niet voor wagens die bij de DIV als lichte vrachtwagen ingeschreven zijn. Worden die beperkingen straks ook van toepassing ten aanzien van terreinwagens die niet aan de nieuwe fiscale definitie van lichte vrachtwagens voldoen? In het begin leek het erop dat dit inderdaad het geval zou zijn. Het voorontwerp van wet dat binnen de regering circuleerde, verklaarde de nieuwe regeling ook van toepassing op wagens die weliswaar bij de DIV als lichte vrachtwagen ingeschreven zijn, maar niet aan de nieuwe fiscale definitie beantwoorden. Maar in het wetsontwerp zoals dat bij de Kamer werd ingediend, was van deze regeling geen spoor meer terug te vinden. Het gevolg zou dan zijn dat beroepskosten in verband met wagens die als lichte vrachtwagen ingeschreven zijn bij de DIV, fiscaal nog altijd onbeperkt als beroepsuitgaven aftrekbaar zouden zijn. Ook als zij niet aan de nieuwe fiscale definitie voldoen. Maar zover komt het niet. Uit een inmiddels door de regering ingediend amendement blijkt dat de aftrekbeperking met ingang van het aanslagjaar 2007 alsnog van toepassing wordt op wagens die niet aan de nieuwe fiscale definitie van lichte vrachtwagens voldoen. Jan Van Dyck