Rolls-Royce Enthousiasts' Club û Flemish section, rrec@pi.be, tel. 'tel.
...

Rolls-Royce Enthousiasts' Club û Flemish section, rrec@pi.be, tel. 'tel. Naar verluidt, konden beide heren nauwelijks met elkaar opschieten. Toch zullen de namen Rolls en Royce allicht tot in der eeuwigheid in één enkele ademstoot worden vernoemd. Straks staan ze meer dan honderd jaar synoniem voor welhaast obsceen dure, fraai gesculpteerde en vooral verbluffend minutieus afgewerkte luxeauto's. Dat het merk al die tijd vooral wist te overleven dankzij de vliegtuigmotoren die het bouwt, doet voor de rabiate autoliefhebber nauwelijks ter zake. 'RR' is en blijft autogeschiedenis parexcellence, de vierwielige celebratie van een mondaine levensstijl, de carrosserie, motor en chassis geworden incarnatie van begrippen als 'luxe' en 'métier'. Een Rolls-Royce is de sloom en licht arrogant voorbij schrijdende aristocraat onder de heilige koeien. Nochtans zag het er aanvankelijk weinig glorieus uit. Toen de Engelse techneut HenryRoyce in 1903 een gebruikte Décauville opkocht, was hij zo misnoegd over de kwaliteit ervan dat hij besloot om zelf de mouwen op te stropen. Hij begon in zijn atelier 'een goed gebouwde auto' ineen te knutselen en een jaar later was de eerste Royce een feit. De auto was zo vakkundig gemaakt dat auto- en vliegsportpionier CharlesRolls in een vlaag van puberaal enthousiasme meteen besloot de verkoop op zich te nemen. De legendarische merknaam Rolls-Royce was geboren. Gelukkig stond organisator en marketeer ClaudeJohnson over de gulden kribbe gebogen om de koppen van beide heerschappen bij elkaar te houden. Want al snel bleek de immer ernstige en bescheiden Royce zowat de antipode te zijn van de flamboyante dandy Rolls. De doorbraak laat niet lang op zich wachten. In 1906 ontpopt het model 40-50, dat weinig later het koosnaampje SilverGhost meekrijgt, zich tot hét paradepaardje van de autotentoonstelling in Londen. Kostprijs: een onwezenlijke 395 pond. Geen wonder dat de beau monde algauw in een akelig rechtlijnige en keurige Britse rij staat aan te schuiven om zich een volledig met de hand gemaakte Rolls-Royce aan te schaffen. De Silver Ghost blijft, mits enkele technische innovaties en het ombouwen van de zescilindermotor tot 7400 cc, dan ook tot 1926 in productie. En dat om met bijna evenveel succes en gejubel te worden afgewisseld door de Phantom I (1925-1929) en de Phantom II (1929-1936). De kenmerken waarmee Rolls-Royce zich meteen sierlijk de legende in tuft? Een onovertroffen afwerking in de details, een klassiek robuuste motor die echter weinig technische originaliteit inhoudt, een exorbitant prijskaartje én de niet van zelfvertrouwen gespeende eretitel 'the best car in the world'. Algauw wordt Rolls-Royce het vierwielige vlaggenschip van het Britse Imperium. Royals, potentaten, steenrijke industriëlen en mediavedetten laten zich - door hun privé-chauffeur uiteraard - maar wat graag rondtoeren in hun SilverWraith (1946), hun Phantom VI (1950, met een achtcilindermotor die achterin is ingebouwd), hun Phantom V (1959) of hun Corniche (1980). Traditie en standing halen het op innovatie en extravagantie, waardoor de even wulpse als elitaire trekken van de carrosserie over de decennia heen nauwelijks lijken te veranderen. De rode letters van de radiator die in 1933 worden vervangen door zwarte initialen, is dan ook een van de weinige opvallend uiterlijke wijzigingen die werden doorgevoerd. Volgens de legende een daad om de dood van sir Henry Royce te gedenken, volgens de feiten een louter esthetische ingreep van de nochtans allesbehalve avontuurlijk ingestelde designafdeling. Dat traditie vroeg of laat echter doet stagneren, mag Rolls-Royce vooral de jongste jaren aan den lijve ondervinden. De verkoop - wereldwijd gemiddeld een 1000 exemplaren per jaar - ging er op achteruit en in 1998 verkocht het industrieconcern Vickers het onrendabele Rolls-Royce Motors Limited samen met het zustermerk Bentley aan Volkswagen. Die ontdekten echter dat de rechten op de merknaam in handen waren van de vliegafdeling, die op haar beurt de rechten doorverkocht aan het hoger biedende BMW, dat de naam sinds 1 januari 2003 ook officieel mag bezigen. Het meest recentste model - de begin 2003 gelanceerde Phantom, standaardprijs: 450.000 euro - oogt bovendien symptomatisch voor een merk dat ondanks of misschien net wegens zijn steenrijke geschiedenis nogal wat moeite heeft om aan te knopen met de keiharde wetten van de hedendaagse automarkt: imponerend maar log, luxueus maar ijzig koel. Het contrast met de legendarische modellen die op zowat elke oldtimerbeurs de show stelen, kan niet groter zijn. Kijk en verbaas u bijvoorbeeld maar eens over de speelse elegantie van de inmiddels legendarische Star of India, bijnaam van een saffraankleurige Phantom II cabriolet uit 1934 die ooit toebehoorde aan de Maharadja van Rajkot. Andere volstrekt unieke oogappel is de Silver Ghost Coupe de Ville (1920), de enige in zijn soort, indertijd besteld door JeanHennessy, naar Frankrijk gestuurd als motor met chassis, afgewerkt door de carrosseriebouwers van Mulbacher om later te worden doorverkocht aan Baron de Rothschild. Of wat dacht u van de SpringfieldPhantom uit 1929, een carrosserievariant waarvan er in totaal slechts twintig werden gebouwd? En dat in Amerika dan nog, waar Rolls-Royce tussen 1920 en 1929 nota bene haar eigen maar weinig succesvolle fabriek had in Massachusetts. Honderd jaar Rolls-Royce mag kortom al een reden tot vieren zijn, het blijft een feestje dat vooral wordt gegangmaakt door exquise champagne, vergeelde charme en wat bitter proevende nostalgie. Ook in België zijn er heel wat rabiate Rolls-Royce-fanaten. Ons land beschikt ook over twee - een Vlaamse en een Waalse - zelfstandig opererende secties van de overkoepelende en inmiddels meer dan 10.000 leden tellende Engelse Rolls-Royce Enthousiasts' Club. In tegenstelling tot wat u zou kunnen verwachten, hoeven aspirant-leden niet eens zelf de trotse bezitter te zijn van een Rolls; het enthousiasme voor het merk, een imposante collectie miniatuurautootjes of een vuistdik plakboek is al voldoende. Tenminste voor de Vlaamse sectie dan. Aan Waalse zijde houdt men het met een heus peterschapsysteem doorgaans iets exclusiever. Wat de leden zoal van de club mogen verwachten? Af en toe een gastronomisch dineetje om gezellig bij te keuvelen, een toeristische rondrit in de legendarische luxeslee, een exclusieve bijeenkomst in het Engelse Rolls-Mekka, de jaarlijkse deelname aan de Antwerpse oldtimerbeurs en advies rond allerlei technische problemen. "Momenteel hebben we 104 leden," vertelt MarcLeeman, secretaris van de Vlaamse sectie én bezitter van een Silver Cloud I uit 1956. "Voor 90 procent zijn dat eigenaars van een Rolls, maar ook gewone liefhebbers zijn meer dan welkom. Tenslotte gaat het ons in eerste instantie om de gezelligheid en de liefde voor het merk. De meeste leden delen dan ook ongeveer hetzelfde profiel. Het zijn anglofielen, ze zijn zeer bewust van prijs-kwaliteit en het zijn echte levensgenieters. Toegegeven, het merendeel heeft misschien een meer dan gemiddeld inkomen, maar dat is zeker geen vereiste. Niemand koopt immers een Rolls-Royce met zijn verstand. Voor zoveel geld zijn er wel betere wagens op de markt. Je koopt hem om sentimentele redenen en bovendien koop je er vaak ook maar één in je leven." Leeman ziet de toekomst van het merk even rooskleurig in als de CornicheCabriolet van JohnLennon. "Ach, Rolls ging in de jaren dertig en zeventig van de vorige eeuw ook al failliet. Dus, ook de huidige perikelen zal men wel te boven komen. De nieuwe Phantom mag dan al wat BMW-onderdelen bevatten, het blijft een majestueuze Rolls die alle klassieke kenmerken van het merk in zich verenigt. Een superbe techniek, ongelofelijke luxe en zin voor detail. Op naar de volgende honderd, zou ik zeggen." Dave Mestdach