DANNY REWEGHS
...

DANNY REWEGHSSinds begin juli is een correctie op gang gekomen op de beurzen. Die treft Europa veel meer dan de Verenigde Staten: de Duitse DAX-index verloor 10 procent tussen 3 juli en 8 augustus, tegenover 3,5 à 4 procent voor de brede Standard & Poor's 500-index. Lange tijd leek er geen vuiltje aan de lucht op de markten. In de eerste helft van 2014 bleven de beurzen positief gestemd. Dagen met grote verliezen waren er niet of nauwelijks. Niets leek de beleggers uit hun evenwicht te kunnen brengen. Dat bleek onder meer ook uit de historisch lage stand van de VIX-index. Die meet de volatiliteit van de Amerikaanse markt en wordt beschouwd als een graadmeter voor de mate waarin aandelenbeleggers zich gerust of ongerust voelen over de perspectieven van Wall Street. Midden juni daalde de VIX-index tot het laagste peil van de voorbije vijf jaar, en zelfs tot dicht bij het dieptepunt van het afgelopen decennium. Beleggers maakten zich geen zorgen over de toestand op de aandelenmarkten, omdat ze de centrale banken als bondgenoten hadden. Die doen er alles aan om de rente nog geruime tijd heel laag te houden. Cash en obligaties brengen nauwelijks nog iets op. Dat veroorzaakte op de beurzen het zogenoemde Tina-effect -- de afkorting van 'there is no alternative'. Vrij vertaald: wie rendement op zijn vermogen wil halen, moet wel aandelen kopen. Een lage VIX-index wordt gezien als een contra-indicator: als een voorbode van grote schommelingen. De beurscorrectie komt dus niet als een donderslag bij heldere hemel. En er waren al langer alarmsignalen: de hoge koers-winstverhoudingen, de margeschulden die ver uitstegen boven het alarmpeil, het toenemende aantal verlieslatende beursintroducties en de stijging van het aantal overnamedeals die werden gefinancierd met aandelen. Bovendien was de totale marktkapitalisatie ruim 20 procent uitgestegen boven het bruto nationaal product. Toch ging de beurshausse rustig zijn gangetje. Daardoor nam de overwaardering van de aandelenmarkten alleen maar toe. Er is dan niet veel meer nodig om een correctie op gang te brengen. De voorbije weken stapelden de gebeurtenissen zich op waarover beleggers zich zorgen kunnen maken (zie kader Een berg van zorgen). Die gaven hen het excuus om winst te nemen en hun aandelenposities af te bouwen. Een stevige correctie -- een baisse van meer dan 10 procent -- is er de voorbije jaren niet meer geweest. De jongste zware beursval -- 20 tot 30 procent -- vond ook plaats in de zomer, die van 2011. Tijdens de vakantieperiode is de handel een stuk rustiger dan in de rest van het jaar. De liquiditeit is een stuk beperkter, wat de kans op grotere verliezen verhoogt als plots een of meer negatieve factoren opduiken. Zo krijgt de zomer een kwalijke reputatie op de beursvloer. Maar de lagere koersen van de voorbije weken zijn tot nader order een gezonde correctie. Er zijn nog voldoende redenen om aan te nemen dat we niet aan het begin van een beurscrash staan. Het belangrijkste alternatief voor aandelen zijn obligaties. Maar als aandelen vandaag duur zijn, dan zijn obligaties peperduur -- een gevolg van de financiële repressie van de westerse centrale banken (zie ook kader Waarschuwen voor zeepbellen).De Bund -- de Duitse tienjarige rente op overheidsobligaties -- is gezakt tot nauwelijks 1,02 procent, een dieptepunt dat nooit eerder is vertoond. Ook de rente op tienjarig Belgisch overheidspapier dook onder 1,50 procent. Dat verandert als de Federal Reserve van oordeel is dat de Amerikaanse economie dermate is hersteld, dat ze de basisrente regelmatig verhoogt. Dat gevaar loert vooral in 2015 of 2016. Dan wordt het uitkijken voor aandelenbeleggers, zeker als de waarderingen verder oplopen en de bedrijfsresultaten niet navenant stijgen. De voorbije decennia is het zelden voorgekomen dat het gemiddelde dividendrendement zo ver uitsteeg boven de obligatierente. Ook dat biedt steun voor de beurzen, want steeds meer beleggers zijn de lage rentevergoedingen beu. Heel wat bedrijven beschikken nog altijd over flink wat cash, dat ze aan het werk zetten door hun dividend op te trekken of eigen aandelen in te slaan. Bovendien gebruiken ondernemingen de liquiditeiten die ze niet inzetten voor dividenden of voor de inkoop van eigen aandelen, steeds meer om overnames te doen. Ook die tendens hebben we de voorbije maanden zien versterken. We verwachten dat die de komende maanden doorzet. Er zijn nog voldoende redenen om aan te nemen dat we niet aan het begin van een beurscrash staan. De jongste zware beursval vond ook plaats in de zomer, die van 2011.