Bedrijven, vakbonden, belangengroepen, ngo's, professionele lobbyisten: allemaal doen ze hun best om hun stempel op de Belgische politiek te drukken. Op welke manier doen ze dat, en met welke middelen? Hoever gaan ze? Hoe veroveren ze de Wetstraat en winnen ze politici voor zich? Die vragen krijgen zelden een antwoord. Het clichébeeld over lobbywerk is er dan ook een van schimmige figuren die ver van het daglicht politici naar hun hand zetten. Maar verloopt het ook echt zo?
...

Bedrijven, vakbonden, belangengroepen, ngo's, professionele lobbyisten: allemaal doen ze hun best om hun stempel op de Belgische politiek te drukken. Op welke manier doen ze dat, en met welke middelen? Hoever gaan ze? Hoe veroveren ze de Wetstraat en winnen ze politici voor zich? Die vragen krijgen zelden een antwoord. Het clichébeeld over lobbywerk is er dan ook een van schimmige figuren die ver van het daglicht politici naar hun hand zetten. Maar verloopt het ook echt zo? Dominique Soenens zoekt naar antwoorden in Lobbyen in de Wetstraat. Hij benadert het onderwerp vooral praktisch. Drie sectoren krijgen bijzondere aandacht: de farma-, de nucleaire en de defensiesector. Die selectie is niet toevallig. Het zijn domeinen waarin de druk van lobbyisten groot is, of die reputatie hebben ze alleszins. Een patiëntenorganisatie die de financiële steun geniet van een farmabedrijf; het stemt tot nadenken. Dat het thema niet tot één grote waarheid zou leiden, was van in het begin te vermoeden. Tussen het weglachen van lobbyisme als een fabeltje en het grote complotdenken, bevindt zich een erg brede grijze zone. Daarin gebeuren heel wat zaken die strikt genomen wettelijk toelaatbaar zijn, maar waar wel morele kanttekeningen bij geplaatst kunnen worden. Een van de conclusies die vrij snel uit het onderzoek kan worden getrokken, is dat aan heel wat verstrengelingen tussen bedrijfsbelangen en de politiek een geurtje hangt. Een naam als Didier Reynders duikt geregeld op, maar hij is niet de enige. Van de minister van Buitenlandse Zaken is bekend dat hij een uitgebreid en invloedrijk netwerk heeft opgebouwd en dat ook gebruikt. Hoe kunnen we het ontoelaatbare tegengaan? Toezichthouders, waakhonden, ze bestaan. Maar of hun slagkracht afdoende is, dat is weer een discussie op zich. Als rigoureus wordt bijgehouden welke ontmoetingen met welk militair bedrijf plaatsvinden - we hebben het over de zoektocht naar een opvolger voor de F-16 - kan nooit ten volle achterhaald worden welke andere contacten plaatsvinden. Laat staan de inhoud van de gesprekken. In en rond de Wetstraat loopt heel wat volk rond. Verkozenen, medewerkers allerhande, maar niet iedereen heeft dezelfde waarde voor lobbyisten. Parlementsleden hebben een rol te spelen, toch lijken vooral ministeriële kabinetten populair te zijn. Alvorens hun handtekening onder een beslissing te plaatsen, informeren ministers zich. Daarin speelt de vertrouwensrelatie met hun adviseurs een cruciale rol. En net daarom zijn zij zo belangrijk voor bedrijven. Lobbyen is niets meer dan de beleidsvormer beter informeren, verklaart een lobbyist. De overdracht van kennis en kunde kan de juistheid van de beslissing enkel ten goede komen. In een aantal gevallen zal dat ongetwijfeld het geval zijn. Vaak ook niet. Dit boek draagt bij tot het verschaffen van een beter beeld van de complexiteit van de relaties tussen alle betrokken actoren bij die zwaarwichtige beslissingen. Maar laat het vooral een inspiratiebron voor meer zijn. Op dit ongemeen boeiende onderwerp kan nog heel wat gestudeerd worden. Dominique Soenens, Lobbyen in de Wetstraat, EPO, 2017, 248 blz., 19,90 euroMichaël Vandamme