De professoren Wim Vanhaverbeke en Nadine Roijakkers zitten verstopt in het gangenlabyrint van de Hasseltse universiteit. Het is in Diepenbeek dat ze hun forum Managing and Organizing Open Innovation, het MOOI-forum, proberen uit te bouwen tot een wereldwijde referentie. Hun onderzoekscel is met vier medewerkers nog relatief klein, maar krijgt nu al aandacht van specialisten.
...

De professoren Wim Vanhaverbeke en Nadine Roijakkers zitten verstopt in het gangenlabyrint van de Hasseltse universiteit. Het is in Diepenbeek dat ze hun forum Managing and Organizing Open Innovation, het MOOI-forum, proberen uit te bouwen tot een wereldwijde referentie. Hun onderzoekscel is met vier medewerkers nog relatief klein, maar krijgt nu al aandacht van specialisten. Bijna tien jaar is open innovatie een buzzword. Eigenlijk sinds Henry Chesbrough, professor in Berkely, in 2003 het concept van open innovatie beschreef als businessmodel om via samenwerking met externe partners te innoveren. "Hij schreef altijd over de voordelen van open innovatie", zegt Wim Vanhaverbeke. "Bedrijven onderschatten vaak de omschakeling van een gesloten naar een open innovatieproces. Tot op heden bleven de interne reorganisaties die dat met zich brengt, en de mogelijke barrières, onderbelicht in de academische literatuur." Met het MOOI-forum hopen de Hasseltse professoren die leemte te vullen. Ze willen de best practices beschrijven om interne managementproblemen bij open innovatie aan te pakken. De internationale erkenning van het Hasseltse initiatief valt nog het best af te lezen aan het feit dat Chesbrough zelf vroeg om te kunnen aansluiten. Daardoor is een prof van Berkeley betrokken bij het Hasseltse onderzoek. Vanhaverbeke en Roijakkers kwamen elkaar een decennium geleden tegen aan de Universiteit van Maastricht. Ze zijn beiden actief in het onderzoek naar innovatiemanagement. Vanhaverbeke is sinds 2004 hoogleraar in Hasselt en kreeg enkele jaren geleden de opdracht een researchgroep over open innovatie op te zetten. Dus haalde hij Rooijakkers naar Hasselt als zijn rechterhand. "Onze researchgroep bouwen we nog op", vertelt hij. "We werken op twee assen. Aan de ene kant bouwen we voort op mijn onderzoek naar open innovatie bij kmo's. Een tweede luik is meer gericht op de impact van open innovatie bij grote bedrijven." Uit het onderzoek naar open innovatie bij kmo's bleek dat zij andere noden hebben en heel anders omgaan met innovatie. Kleine bedrijven hangen veel meer vast aan een entrepreneur die het initiatief voor open innovatie neemt. Zij hebben vooral moeite met het opbouwen van connecties en intellectuele bescherming. Voortbouwend op resultaten die Vanhaverbeke en Roijakkers in 2012 publiceerden, werkt de UHasselt nu aan een training die vanaf juni samen met VKW-Limburg zal worden aangeboden. De aanpak zou erg praktisch zijn en steunen op concrete cases. Bij grote bedrijven ligt het onderzoeksterrein anders. "Ze kennen meestal het principe van open innovatie wel, maar bij de toepassing loopt het vaak mis", vertelt Roijakkers. "Dat is een kwestie van management bij de overstap naar open innovatie. Een bedrijf moet intern veranderen om goed te kunnen samenwerken met externe partners." Met hun forum gaan de onderzoekers op zoek naar het ideale organisatiemodel voor open innovatie. Vanhaverbeke en Rooijakkers willen als het ware aan de hand van best practices een handleiding maken voor de interne veranderingen die nodig zijn om open innovatie succesvol te maken. Vanzelfsprekend staat er al heel wat informatie op het internet, maar die zit verspreid en is academisch ongevalideerd. Het duo uit Hasselt wil de informatie structureren en op basis van zijn onderzoeksresultaten een praktisch businessmodel voor open innovatie formuleren. "En in plaats van zelf achter een bureau te gaan zitten om alle informatie te verzamelen, hebben we besloten via een internetforum de informatie bij elkaar te brengen en ze pas daarna te structureren. Er zijn honderden consultants bezig op het terrein. Die hebben allemaal hun waarheid. Wij denken dat we structuur in dat versnipperde veld konden brengen", zegt Vanhaverbeke. Iedereen die zich een expert van open innovatie noemt, is welkom op het forum. MOOI telt al 150 leden. Ze betalen 100 dollar instapkosten en krijgen in ruil achttien maanden toegang tot het forum. Elke maand snijdt het forum een thema aan waar vanuit de praktijk over kan worden gediscussieerd. Bij wijze van voorbeeld: over de vraag hoe je nu best je hr-beleid afstemt op open innovatie. Inhoudelijk bereidt het team van de UHasselt de internetdiscussie voor, maar de technische ondersteuning is in handen van de Zweedse mediapartner InnovationManagement.se. Dat is gespecialiseerd in online learning en heeft de infrastructuur voor het forum opgezet. Via die maandelijkse discussies sprokkelen Roijakkers en Vanhaverbeke de inhoud van hun toekomstige handleiding bijeen. De aanpak lijkt eenvoudig, maar is arbeidsintensief. "Aan het begin van de maand hebben we een webinar met de brede groep", vertelt Roijakkers. "Dat begint met een presentatie van 20 minuten waarin we een overzicht geven van welke kennis over het gekozen thema in open innovatie al beschikbaar is. Dan volgt eigenlijk 40 minuten discussie via een chatsessie." Op het forum kunnen leden vervolgens het thema bespreken. "Een kern van mensen doet dat ook heel erg grondig", zegt Vanhaverbeke. "Na veertien dagen selecteren we de actiefste tien leden en met hen organiseren we een videoconferentie om de discussie over het thema uit te diepen. Die resultaten komen op het forum en worden ook daar besproken. En aan het einde van de maand starten we met ons volgende thema. Die aanpak willen we een jaar volhouden. Eind dit jaar willen we dan zes tot acht maanden de tijd nemen om van die twaalf thema's een e-boek te maken." Volgens Roijakkers is dit onderzoek interessant voor bedrijven. "We kunnen met ons onderzoek managers helpen innovatiemanagement te vergemakkelijken. Het jongste decennium hebben heel wat bedrijven open innovatie geprobeerd, maar vele hebben ook gefaald. Het aantal vragen hoe je dat het best aanpakt was groter dan de beschikbare academische antwoorden." Nergens in de wereld bestaat al zo'n discussieplatform voor open innovatie. De aanpak verschilt nogal van de klassieke werkwijze van een academische onderzoeksgroep. Het doel wijkt ook enigszins af van het klassieke onderwijsschema. "Uiteindelijk creëren we een platform dat specialisten groepeert rond een thema. Op termijn kan de universiteit met een partner specifieke trainingen aanbieden", zegt Vanhaverbeke. Maar wat gebeurt er nadat het e-boek is verschenen? "We hebben goede hoop dat het forum blijft voortbestaan", zegt Vanhaverbeke. "Zo'n forum is een ideaal klankbord voor onze research, terwijl het voor wie meedoet een boost geeft aan zijn cv. Dit is een win-win." ROELAND BYL, FOTOGRAFIE DEBBY TERMONIA"We kunnen met ons onderzoek managers helpen om innovatiemanagement te vergemakkelijken" Nadine Roijakkers