Dat Audi zijn elektrische SUV in Vorst bouwt, is uiteraard een uitstekende zaak. Maar onze regeringen mogen niet de indruk wekken dat zoiets hun werk is. Uiteraard moet een regering een algemeen kader creëren, dat welvaart laat bloeien en groeien. En gelukkig heeft de federale regering dat ingezien. Eindelijk worden de torenhoge brutoloonlasten in België aangepakt. Wie werkt, wordt daar niet langer voor gestraft.
...

Dat Audi zijn elektrische SUV in Vorst bouwt, is uiteraard een uitstekende zaak. Maar onze regeringen mogen niet de indruk wekken dat zoiets hun werk is. Uiteraard moet een regering een algemeen kader creëren, dat welvaart laat bloeien en groeien. En gelukkig heeft de federale regering dat ingezien. Eindelijk worden de torenhoge brutoloonlasten in België aangepakt. Wie werkt, wordt daar niet langer voor gestraft. Maar een regering moet niet lobbyen bij een autoproducent, en daar nog mee pronken. Waarom moest onze premier in december zo nodig een telefonisch gesprek hebben met de CEO van Audi, Rupert Stadler? Dat op een moment dat moedergroep Volkswagen wereldwijd spitsroeden liep door dieselgate? Het zou verbaasd hebben mocht Audi géén nieuw model naar zijn fabriek in Vorst hebben gebracht. Want het autoconcern is een schitterend bedrijf. En dat is ook de enige reden waarom het blijvend investeert in België. Het is een onderneming met kerngezonde balans- en winstcijfers, die in 2020 BMW van de troon wil stoten als wereldmarktleider in het premiumsegment. Tot 2019 investeert Audi 24 miljard euro, het grootste investeringsprogramma uit de geschiedenis van de onderneming. Daarvan vloeit 17 miljard euro naar nieuwe fabrieken en een verbetering van de productiecapaciteit. Jaarlijks besteedt Audi bijna 4 miljard euro aan onderzoek en ontwikkeling. Een scenario van een sluiting van Audi Brussel zou op die ambitieuze plannen gepast hebben als een tang op een varken. Dat is het grote verschil met Ford en Opel: enkele jaren geleden twee zieltogende bedrijven, met een enorme overcapaciteit, weggedeemsterd in een middensegment met een genadeloze prijzenslag. Onze regeringen wilden het trauma van alweer een sluiting wellicht vermijden door een proactieve benadering van Audi. Het Beierse autoconcern zag dat uiteraard graag gebeuren, en graaide extra miljoenen overheidstegemoetkomingen naar zich toe. Maar de redenen waarom Audi hier investeert, zijn fundamenteel anders. En het zijn zeker niet onze ministers die Audi hier houden. Hopelijk leren ze opnieuw hun juiste plaats te kennen: als makers van een algemeen speelveld voor groeiende welvaart. Meer moet dat niet zijn, en het verlost ons van torenhoge en onnodige verwachtingen over de rol van de staat. Want die toont elders voldoende zijn gebreken. WOLFGANG RIEPL