Hoewel ze moeiteloos goochelt met de namen van sjeiks, koningen en prinsen uit het Midden-Oosten - klanten die ze allemaal "persoonlijke vrienden" mag noemen - is Christine Jamar naar eigen zeggen een "gewoon West-Vlaams meisje" gebleven. Tot onze eigen verbazing geloven we haar ook, wanneer ze ons in jeans en op klompjes ontvangt op haar domein in Balen.
...

Hoewel ze moeiteloos goochelt met de namen van sjeiks, koningen en prinsen uit het Midden-Oosten - klanten die ze allemaal "persoonlijke vrienden" mag noemen - is Christine Jamar naar eigen zeggen een "gewoon West-Vlaams meisje" gebleven. Tot onze eigen verbazing geloven we haar ook, wanneer ze ons in jeans en op klompjes ontvangt op haar domein in Balen. Jamars stoeterij telt 45 Arabische volbloeden met een Poolse bloedlijn. "Dat zijn mijn activa," lacht Christine Jamar, een econome die na haar huwelijk de kust achter zich liet en naar de Kempen verhuisde. Meteen het startschot voor haar intussen uit de hand gelopen hobby. Want het leven van een niet-werkende vrouw in een dorp waar ze niemand kende, was niet aan Jamar besteed. "28 jaar geleden was het nog niet zo ingeburgerd dat vrouwen een carrière uitbouwden en mijn vader had liever niet dat ik uit werken ging," vertelt ze. "Eigenlijk vond ik het leven als huisvrouw maar saai en ik kan toch niet stilzitten, dus mijn paardenhobby verder uitbouwen was de oplossing."Jamar reed al jaren wedstrijden, maar omdat haar man Guy haar liever niet elk weekend de deur zag uitgaan, kocht ze voor thuis twee Arabische volbloeden, beestjes waar ze voorheen al gek op was. "Ik gebruikte bijna al mijn spaargeld om mijn eerste paard te kopen," herinnert Jamar zich. "280.000 frank ( nvdr - bijna 7000 euro), ik zal het nooit vergeten. Mijn moeder verklaarde me gek, maar het was wel een paard dat onmiddellijk in de prijzen viel." Toch liet niets op dat moment vermoeden dat stoeterij Jadem Arabians - een samentrekking van Jamar en Christines meisjesnaam Demeersseman - zou uitgroeien tot een naam met wereldwijde faam. De eerste paardenboxen timmerde het echtpaar ineen met wat vrienden. "En elk jaar moesten we er nieuwe timmeren omdat er veulentjes bijkwamen."Pas toen Christine Jamar twintig Arabische volbloeden op stal had staan, zocht ze hulp. "Het schijnt dat ik een goed oog heb voor paarden en mijn klanten willen dat ik steeds bereikbaar ben om advies te geven, maar jarenlang mestte ik zelf de stallen uit. We moesten ook zien dat we rondkwamen." Dat lukte door al eens een veulentje te verkopen. Toch had Jamars moeder een ander leven voor haar dochter in gedachten. "Jij zou een prinsessenleven kunnen hebben, zei ze altijd. Ik bleef maar zeggen dat ik ook een prinsessenleven had omdat ik deed wat ik wilde doen. Dat begreep ze pas later."Prinses lijkt nu toch de juiste titel voor Jamar. Ze wordt immers als een zus beschouwd door haar Arabische klanten, en laat daar nu net enkele prinsen tussen zitten. "Mijn klanten komen uit de hele wereld, hoewel Amerika een minder belangrijke markt is omdat Amerikanen er een andere smaak op na houden wat betreft het uitzicht van paarden." Zeventig procent van haar cliënteel komt wel uit het Midden-Oosten en die zorgen voor 80 procent van de omzet. Voor een jong toppaard betalen klanten makkelijk tussen 200.000 en 250.000 euro. De prijs van een dekhengst kan zelfs oplopen tot 1 miljoen euro. De sjeiks en koninklijke families van onder meer de Emiraten en Saudi-Arabië zijn tuk op de Arabische rijdieren sinds een sjeik de Koran er goed op nalas en tot de conclusie kwam dat Arabische paarden geëerd moeten worden. Intussen lijkt het erop dat iedereen in het Midden-Oosten Arabische paarden wil kopen. Jamar werkte oorspronkelijk vooral samen met de Verenigde Staten, tot ze op een dag een telefoontje kreeg van de manager van de koning van Marokko, de hoofdsponsor van de wereldkampioenschappen waar ze elk jaar naartoe trok. "De manager zei me dat hij me al acht jaar in de gaten hield. Waarschijnlijk had hij ook al navraag gedaan bij de ambassade en nu mocht ik naar Marokko, want de koning zocht een paardenagent in Europa."Al gauw verkocht Christine Jamar de paarden van de Marokkaanse koning. Haar eerste klant was meteen de manager van de huidige kroonprins van Saudi-Arabië. Heel vreemd vond ze dat. "In plaats van elkaar te contacteren, ging de verkoop via mij, iemand uit België en een vrouw bovendien." De Saudische prins was heel tevreden en wilde nog meer Marokkaanse paarden. "Zo is het begonnen," lacht Jamar. "Weer zag de ene het van de andere en zo kwamen er stilaan meer sjeiks en leden van koninklijke families bij mij terecht."Vandaag merkt Jamar al lang niet meer dat ze een westerse vrouw is in een oosterse mannenwereld. "De manager van de koning van Marokko is nu een heel goede vriend, net als de kroonprins van Saudi-Arabië. We hebben bijna een familieband. Zij zorgen voor mij en waken over mij." Dat Jamar tijdens ons gesprek telefoon krijgt van een vertegenwoordiger van een sjeik, is voor haar dus de normaalste zaak van de wereld. Dat een sjeik even met zijn privéjet naar België komt om een van haar Arabische volbloeden te bekijken, vindt ze ook niet langer verwonderlijk. Toch betekent dat nog niet dat de stress er minder op wordt. "Soms val ik tijdens een weekend wel drie kilo af. Dat is het enige voordeel van de druk die er op me rust om altijd het beste paard te leveren," lacht Christine Jamar. Hoeveel geld er ook omgaat in de paardenbusiness en hoe hard er ook wordt onderhandeld, vooral de concurrentie tussen de diverse paardenverzamelaars is troef. Hun eer hangt namelijk af van het resultaat dat een paard behaalt tijdens schoonheidswedstrijden. Iedereen is concurrent van iedereen en Jamar kan dan ook geen advies geven aan een rechtstreekse tegenstander van belangrijke klanten, iets wat ze in het begin van haar carrière aan den lijve moest ondervinden. "De oudste zus van de koning van Marokko organiseerde een paardenshow en vroeg me de prins van Saudi-Arabië te overtuigen om ook te komen met zijn volbloeden. Dat lukte, maar waar ik niet aan had gedacht, was dat de jongste zus van de koning - die normaal alle prijzen wegkaapte - nu niets won. En zij was kwaad, echt kwaad op mij. Als een lid van de koninklijke familie opeens niets meer met je te maken wil hebben, ga je toch twee keer nadenken."De banden met de prinses zijn intussen weer aangehaald. Jamar verkocht aan haar twee jonge merries die ze eigenlijk liever níét kwijt wilde. "Ik deed die merries weg omdat ik me schuldig voelde tegenover de prinses, maar het lukt de Arabieren wel vaker om paarden te kopen die ik liever niet wil verkopen. Zo zit hun cultuur gewoon in elkaar." Wanneer een Arabier aangeeft dat hij een paard mooi vindt, ziet hij het als een grote belediging wanneer je het paard daarna niet verkoopt of schenkt. Maar ook daarvoor heeft Jamar, met haar jarenlange ervaring, een oplossing gevonden. "Veulens die ik zelf wil houden, geef ik cadeau aan mijn man. Ze zullen hem nooit vragen die veulens toch te verkopen, want een geschenk van je vrouw mag je niet weggeven," zegt Jamar. "Al beginnen sommigen wel te merken dat het een trucje is."Eerlijk is eerlijk, en ook de sjeiks en prinsen hebben zo hun eigen trucjes. Een Arabische volbloed die plots wordt verkocht wanneer Jamar te kennen geeft dat het een mooi beestje is, is eerder de regel dan de uitzondering. "Een van de sjeiks uit de Emiraten vroeg me ooit een paard te zoeken om cadeau te geven aan de prins van Saudi-Arabië. Zodra ik een mooie volbloed had gevonden en hem erover vertelde, verliet hij even de kamer om te telefoneren. Hij liet snel iemand van zijn entourage het paard kopen zodat hij zelf zijn collectie kon uitbreiden, zo bleek later. Dat ik speciaal naar Amerika was gereisd om die hengsten te bekijken en elke keer mijn paard kwijt was, daar stond hij niet bij stil. Wij zien zoiets als iemand een toer lappen, maar zij vinden dat een fantastisch spelletje. Die man is dus nog steeds een heel goede vriend van mij, want dat verschil in cultuur kan je hem moeilijk kwalijk nemen." Sjoukje Smedts