Maar voor bepaalde legatarissen (dat zijn zij die iets verkrijgen via een testament) zal deze oplossing fiscaal zeer duur uitvallen. Bij het overlijden van de erflater betalen ze successierechten op het deel dat ze netto ontvangen. Zo vallen de legaten (dat wat men via een testament verkrijgt) aan broers of zussen onder hogere tarieven dan die voor de eigen afstammelingen. In ons tweede voorbeeld zou het legaat aan de buurvrouw tarieven bereiken tussen 30% en 80% als de nalatenschap openvalt in het Brussels en Waals Gewest. Voor nalatenschappen die in het Vlaams Gewest openvallen variëren de tarieven van 45% tot 65%, terwijl het legaat aan de vzw in beide gevallen (en voor heel België) slechts aan een vlak tarief van 8,8% onderworpen is.
...

Maar voor bepaalde legatarissen (dat zijn zij die iets verkrijgen via een testament) zal deze oplossing fiscaal zeer duur uitvallen. Bij het overlijden van de erflater betalen ze successierechten op het deel dat ze netto ontvangen. Zo vallen de legaten (dat wat men via een testament verkrijgt) aan broers of zussen onder hogere tarieven dan die voor de eigen afstammelingen. In ons tweede voorbeeld zou het legaat aan de buurvrouw tarieven bereiken tussen 30% en 80% als de nalatenschap openvalt in het Brussels en Waals Gewest. Voor nalatenschappen die in het Vlaams Gewest openvallen variëren de tarieven van 45% tot 65%, terwijl het legaat aan de vzw in beide gevallen (en voor heel België) slechts aan een vlak tarief van 8,8% onderworpen is. Vrijgesteld van successierechtenIn beide situaties kunnen de erflaters hun toevlucht nemen tot een duolegaat, ook bekend als het 'legaat vrij van successierechten'. Deze techniek kan de fiscale last voor de betrokken erfgenamen gevoelig verlichten. Belangrijk voor de toepassing van deze techniek is het onderscheid dat de successiewet maakt tussen erfgenamen, algemene legatarissen en bijzondere legatarissen (zie kader: Drie soorten legaten). Het duolegaat laat toe dat de bijzondere legataris (in de voorbeelden de broer of de buurvrouw) geen successiebelastingen hoeft te betalen. In ruil moeten de erfgenaam (de dochter) of de algemene legataris (de vzw) de successierechten van de bijzondere legatarissen (broer en buurvrouw) betalen. Deze techniek is om verschillende redenen interessant. De broer of de buurvrouw worden vrijgesteld van betaling van de successierechten die zij door het verkrijgen van het bijzonder legaat verschuldigd zijn. Zij hoeven met andere woorden niet in het eigen vermogen te tasten om de belastingen te betalen. Bovendien kunnen alle ervende partijen veel successierechten besparen. Dat is het geval wanneer de bijzondere legataris tegen hogere successierechten wordt belast dan de algemene legataris.In het voorbeeld van de dochter en de broer zal de dochter weliswaar ook de dure successierechten op het legaat van de broer op zich nemen, maar de erflater hoeft de broer geen extra geld na te laten om diens hoge successiebelastingen te financieren. Voor de dochter blijft er dus een grotere erfenis over.Het cijfervoorbeeld hieronder toont aan hoe de dochter netto veel meer overhoudt in dat geval. De besparingen op de successierechten zijn groter naarmate de verschillen in de tarieven en de vermogens tussen de legatarissen groter zijn. In het voorbeeld van de vzw en de buurvrouw betaalt de vzw slechts 8,8% successiebelastingen, terwijl de buurvrouw tegen tarieven had aangekeken van 30% tot 80%. Diende de buurvrouw deze rechten te betalen, dan zou de erflater een veel groter gedeelte van haar fortuin moeten overmaken aan de buurvrouw opdat deze netto evenveel zou overhouden. Voor de vzw zou er in dat geval veel minder van het fortuin overgebleven zijn. Netto is de vzw echter beter af als ze via het duolegaat ook de hoge successierechten van de buurvrouw op zich neemt.Een cijfervoorbeeldNeem een klein Vlaams gezin waarvan de erflater, naast zijn gefortuneerde dochter, ook zijn behoeftige broer wenst te bevoordelen door aan deze laatste een woonhuis te legateren. Stel dat de erflater een totaal vermogen van 750.000 euro (30,2 miljoen frank) heeft. De dochter is zijn enige reservataire erfgenaam en wordt in het testament als algemene legataris aangesteld. Aan zijn alleenstaande broer wenst hij de woning, geschat op 200.000 euro (8 miljoen frank), over te maken.Een kleine voorafgaande berekening leert ons dat de broer op deze som een successierecht van 99.013 euro (4 miljoen frank) moet betalen. De erflater beseft maar al te goed dat zijn broer niet over voldoende cash beschikt om dit bedrag op te hoesten. Door de precaire financiële toestand beslist de erflater dan ook in zijn testament, naast het woonhuis, een extra geldsom van 250.000 euro (10 miljoen frank) te voorzien. Met dat geld kan zijn broer de successiebelastingen voor een groot deel betalen.De broer krijgt het huis plus de som van 250.000 euro, in totaal 450.000 euro (18 miljoen frank). Tabel 1 ( Testament zonder duolegaat) toont hoe de broer daar in totaal 261.513 euro (10,5 miljoen frank) successierechten op betaalt. Voor de broer blijft er slechts een nettobedrag van 188.487 euro (450.000 - 261.513 euro, of 7,6 miljoen frank) over. Hij moet bovendien nog 11.513 euro (464.433 frank) uit zijn eigen vermogen opleggen om de rechten te kunnen betalen. De dochter krijgt een algemeen legaat voor een waarde van 300.000 euro (750.000 - 450.000 euro, of 12,1 miljoen frank). De tabel toont hoe de dochter daar 33.404 euro (1,3 miljoen frank) successierechten op betaalt. Voor de dochter blijft er netto 266.596 euro (300.000 - 33.404 euro, of 10,7 miljoen frank) over. De te betalen successiebelastingen bedragen voor de dochter en de broer in totaal 294.917 euro (261.513 + 33.404 euro, of 11,9 miljoen frank).Men kan het legaat optimaliseren door aan de broer het woonhuis (geschat op 200.000 euro of 8 miljoen frank) na te laten met de clausule 'vrij van successierechten'. De broer betaalt in dat geval geen successierechten en ontvangt netto het woonhuis ter waarde van 200.000 euro. In vergelijking met de eerste hypothese ontvangt de broer zelfs 11.513 euro (464.433 frank) meer.De dochter erft het saldo van 550.000 euro (750.000 - 200.000 euro, of 22,1 miljoen frank). Tabel 2 ( Testament met duolegaat) toont hoe de dochter eerst de successierechten van haar oom op een bedrag van 200.000 euro (8 miljoen frank) betaalt en vervolgens haar eigen successiebelastingen op een bedrag van 550.000 euro (22,1 miljoen frank). In totaal betaalt de dochter 199.917 euro (8 miljoen frank) successierechten en houdt zij netto 350.083 euro (550.000 - 199.917 euro, of 14,1 miljoen frank) over. Dankzij het duolegaat verkrijgt de broer zijn woning en hoeft hij geen 11.513 euro (464.433 frank) extra meer uit zijn geldbeugel te halen. De dochter betaalt wel meer successierechten, maar omdat zij ook meer erft houdt ze netto 83.487 euro (3,4 miljoen frank) over (zie tabel 3: Vergelijking). Dat kan omdat in totaal 95.000 euro (3,8 miljoen frank) minder successiebelastingen worden betaald. Jos RuysseveldtEen bijzondere legataris betaalt geen successierechten. Dat doet de erfgenaam of de algemene legataris voor hem.