Volgens minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht (VLD) is het nog te vroeg om in Congo te investeren. De Gucht heeft gelijk. Maar toch zijn er signalen dat het investeringsklimaat kan opklaren. Dankzij een begin van beginselvastheid vanwege de internationale gemeenschap en steun aan interne Congolese krachten die komaf willen maken met praktijken die het land ten gronde richten. De Wereldbank lijkt strenger te gaan toezien op malversaties; een Congolese parlementaire onderzoekscommissie naar het gebruik van de bodemrijkdommen wil de uitwassen van de oorlogseconomie weg...

Volgens minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht (VLD) is het nog te vroeg om in Congo te investeren. De Gucht heeft gelijk. Maar toch zijn er signalen dat het investeringsklimaat kan opklaren. Dankzij een begin van beginselvastheid vanwege de internationale gemeenschap en steun aan interne Congolese krachten die komaf willen maken met praktijken die het land ten gronde richten. De Wereldbank lijkt strenger te gaan toezien op malversaties; een Congolese parlementaire onderzoekscommissie naar het gebruik van de bodemrijkdommen wil de uitwassen van de oorlogseconomie wegwerken. "Congo wil niet langer een speelbak zijn voor zakenlui zonder scrupules," aldus voorzitter Christophe Lutundula van de onderzoekcommissie. Het verklaart wellicht waarom sommigen zenuwachtig worden en bitsig uithalen naar politici en media die kritische vragen blijven stellen. Omdat de invloed van buitenlandse machten altijd zwaar doorwoog op de politiek in Congo is de nieuwe evolutie bemoedigend. Als in die kringen doordringt dat de toestand alleen ten goede kan keren door te blijven hameren op transparantie en klare spelregels voor alle economische actoren, kan het potentieel rijke land in het rechte spoor geraken. Lutundula laat wel verstaan dat hij zou kunnen worden tegengewerkt. Het saneren van de economie is nochtans een even grote prioriteit als het organiseren van democratische verkiezingen. Het demobiliseren van rebellenlegers helpt weinig als die duizenden geen werk vinden om hun families te voeden. Als de grootste Belgische investeerder, George Forrest, verklaart dat hij "als indu-strieel ertoe wil bijdragen dat de Congolezen het beter krijgen en dat we Congo serieus kunnen heropbouwen," is ook dat een hoopvol signaal. Forrest zegt (in De Tijd) tweeduizend nieuwe banen gecreëerd te hebben. Op onze vraag om verduidelijking wou hij echter niet ingaan. Want gaat het niet om de overname midden vorig jaar van het mijnbedrijf Sodemico? We hadden nog vragen. Wat vindt Forrest bijvoorbeeld van het voornemen van de Wereldbank om alle bestaande mijncontracten te herbekijken? Werd Forrests partnership in de Luiswishi-mijn omgevormd van een 'tijdelijke vereniging' tot vennootschap met een meerderheid voor Forrest om de Wereldbank voor voldongen feiten te plaatsen? En waarom zou voor de mijn van Kamoto, het kroonjuweel van het staatsmijnbedrijf Gécamines, waarop Forrest ook aast, geen openbare aanbesteding gelden? (wat evenzeer van toepassing is op de Israëlische diamantgroep van Dan Getler voor Miba-mijnen). Deze vragen werden eind vorige week aan Forrest voorgelegd, maar Trends kreeg er geen antwoord op. De grote Angelsaksische groepen die mijnexpertise bezitten om de bodemrijkdommen van Congo op een rationele manier te ontginnen, investeren niet omdat beursgenoteerde bedrijven alleen opereren in een investeringsomgeving met minimaal erkende transparantieregels. Dan pas kan ook duidelijk worden wat ze delven en hoeveel van de winst in de schatkist terechtkomt - om ertoe bij te dragen dat de Congolezen het beter krijgen en dat Congo serieus wordt opgebouwd. Wat is trouwens de jaarlijkse fiscale bijdrage van Forrest-groep, de belangrijkste investeerder, aan de Congolese schatkist? Ook daarop kregen we geen antwoord. Erik Bruyland