Het populistische discours van 2016 met Donald Trump in de Verenigde Staten, Nigel Farage in Groot-Brittannië of de Vijfsterrenbeweging in Italië krijgt in 2017 een vervolg. In maart is Geert Wilders (PVV) favoriet bij de Nederlandse Tweede Kamerverkiezingen. In Frankrijk zal Marine Le Pen (Front National) de strijd om het presidentschap beheersen. Hun programma lijkt een herkauwen van de agenda's uit het interbellum: protectionisme, anti-immigratie, nationalisme en een verzet tegen de economische en politiek elites.
...

Het populistische discours van 2016 met Donald Trump in de Verenigde Staten, Nigel Farage in Groot-Brittannië of de Vijfsterrenbeweging in Italië krijgt in 2017 een vervolg. In maart is Geert Wilders (PVV) favoriet bij de Nederlandse Tweede Kamerverkiezingen. In Frankrijk zal Marine Le Pen (Front National) de strijd om het presidentschap beheersen. Hun programma lijkt een herkauwen van de agenda's uit het interbellum: protectionisme, anti-immigratie, nationalisme en een verzet tegen de economische en politiek elites. De historicus Olivier Boehme schreef vuistdikke boeken over de complexe relatie tussen economie, nationalisme en politiek. "Toen ik de geschiedenis op academisch niveau begon te bestuderen, focuste ik vooral op het interbellum en de ideeënstrijd rond nationalisme en nieuwe politieke ideologieën van toen", zegt hij. "Het viel mij op dat nationalisme over meer ging dan over taalstrijd. Het ging ook over de inrichting van de economie of de sociaaleconomische verhoudingen." OLIVIER BOEHME. "Ik wil eerst een misverstand uit de wereld helpen. Economisch nationalisme is geen synoniem voor protectionisme. Economische nationalisten kunnen ook vrijhandel als instrument gebruiken. Ik denk aan het nationalisme in Québec of West-Oekraïne, maar ook het Vlaams-nationalisme. Die landen of regio's zien een open economie als een instrument om los te komen van de dominante macht waar al hun handel en economische activiteiten mee verstrengeld zijn. Ik heb vorig jaar bovendien vastgesteld dat alle levensbeschouwingen zich economisch nationalistisch kunnen tonen. Zelfs de groenen." BOEHME. "Kijk naar Eandis. Toen een Chinees staatsbedrijf daarin een participatie wou nemen, was de reactie van Groen treffend. De partij stelde dat we de distributie van de energie in eigen handen moesten houden. Dat is toch een soort van nationalistische reactie. "Het wordt vaak vergeten, maar in de postkoloniale periode kozen veel landen voor economisch nationalisme. Cuba bijvoorbeeld. Het marxisme kwam er pas later bij. Dus is economisch nationalisme niet enkel uiterst rechts of links. Het is levensbeschouwelijk neutraal. Je vindt het overal. Ik hanteer het concept ook zonder waardeoordeel." BOEHME. "Ik zou het niet zonder meer zo bestempelen om er geen containerbegrip van te maken. Magnette, een PS'er, toont wel aan hoe moeilijk links met de globalisering omgaat. Dat gaat in België al ver terug. Neem bijvoorbeeld Hendrik De Man, de leider van de socialistische partij in de jaren dertig. Het was de tijd van het socialisme national, uiteraard totaal iets anders dan het nationaalsocialisme. In die visie moet het sociaal beleid per definitie worden gevoerd binnen afgebakende grenzen, om bijvoorbeeld de opgebouwde socialezekerheidsrechten te vrijwaren. Links kijkt argwanend naar economische stromingen die geen grenzen kennen. Magnette is daar een goed voorbeeld van. Hij voelt zich onzeker bij de gevolgen van het kapitalisme, waarop hij als linkse politicus geen controle heeft. Hij probeert zijn eigen regio zo veel mogelijk te beschermen tegen de koude tocht van het globalisme. Dat gaat natuurlijk in tegen het vaak internationalistische discours van links." BOEHME. "Dat protectionisme en isolationisme zijn niet nieuw. De VS staan niet per definitie gelijk aan liberalisme en grootkapitaal. Twee fenomenen zijn historisch interessant om het geval-Trump te benaderen. Aan het begin van de 19de eeuw, toen de VS nog een jong land waren, waren ze een landbouweconomie. Toen heerste de gedachte dat de landbouw de basis was van alles, al had het land al een beginnende industrie. De eerste minister van Financiën, Alexander Hamilton, koos voor handelsbarrières. De grote vijand was toen Groot-Brittannië. Dat was niet alleen de ex-kolonisator, maar ook de supermacht die met zijn handelsvloot alle producten wereldwijd kon verdelen. De VS zagen dat als een bedreiging. "Het fenomeen van het populisme is evenmin nieuw. Het bestond al aan het einde van de 19de eeuw, de periode van de zogenoemde robber barons, de Rockefellers en de Vanderbilts, die schatrijk werden zonder zich iets aan te trekken van regels en wetten. Dat wekte een zeer negatieve reactie op bij de middenklasse. Er ontstond een populistische beweging die het volk weer de controle over de economie wou geven. Het doel was het grootkapitaal te beheersen. De eerste antitrustwetten dateren uit die tijd." BOEHME. "De Schotse nationalisten zien een eengemaakt Europa in hun voordeel. Zij willen een minder conservatief beleid dan de Engelsen. De Engelsen willen vrijhandel, maar zonder migratie. Nationalisten verdedigen zich door te wijzen op het nationaal belang en zijn echt wel zeer flexibel in het brengen van de boodschap." BOEHME. "Extreem rechts valt niet gelijk te schakelen met het liberalisme. Dat gold in de jaren dertig al. Extreem rechts zag het liberalisme als een even grote bedreiging als het socialisme. Het economisch linkse standpunt dat we aan sociale bescherming doen door ons te verschuilen achter economische muren, zie je ook aan de radicale rechterzijde. Dat discours heeft een grotere aantrekkingskracht dan de linkse kritiek op globalisering. Een sociaaldemocraat die grenzen in stand wil houden of optrekken om de sociale verworvenheden te vrijwaren, doet dat toch altijd met een slecht geweten. Hij moet zich daar voor een stuk voor verantwoorden. Iemand als Marine Le Pen hoeft dat niet te doen. De elementen van haar verhaal passen beter in elkaar." BOEHME. "Ik heb dat economisch continentalisme genoemd. Even terug in de tijd. Landen als Duitsland en Italië en op een bepaald niveau ook België zijn samengestelde staten, gebieden die vroeger zelden of nooit samen hadden gehoord in één politieke entiteit. Voor Italië was dat zeer duidelijk. Er was een Italië in 1860, maar men moest nog Italianen maken. Via onderwijs en via de staatsstructuren is een nationaal gevoel gecreëerd. Een oorlog kan daar ook altijd bij helpen. De Europese Commissie en andere overtuigde Europeanen doen vandaag zeer hard hun best om een Europese identiteit te kweken en mensen te overtuigen dat Europa een federatie en zelfs natie moet zijn. Onder de leuze "laten we het nationalisme overwinnen" is Verhofstadt een nieuwe natie aan het creëren, die zich op haar beurt zal moeten afzetten tegen andere delen van de wereld." BOEHME. "Het Vlaams-nationalisme leek vijftien jaar geleden uitgeteld. N-VA-voorzitter Bart De Wever heeft wellicht uit overtuiging en vanuit een strategie ingezien dat, om een ruim electoraat voor zich te winnen, hij moest wijzen op het belang van economische hervormingen. Centrumrechts bevond zich tien jaar geleden in Vlaanderen immers in een even problematische situatie. CD&V was zich aan het herbronnen. Open Vld had zich door twee termijnen en intern gekrakeel onmogelijk gemaakt en was sterk naar centrumlinks opgeschoven. Electoraal was er een gat op centrumrechts. Daar bevond zich een middenklasse die gevoelig was voor het sociaaleconomische verhaal van de N-VA. Dat werd gekoppeld aan een Vlaams betoog over twee publieke opinies in België. Zo ontstond een project voor Vlaanderen. Bart De Wever beriep zich daarbij op het werk van de historicus Miroslaw Hroch. Die beschreef dat nationalisme enkel succesvol kan zijn als het doorbreekt bij de massa. Wat voor het Vlaams-nationalisme nooit echt gelukt was. De N-VA is daar wel in geslaagd en evolueert naar een volkspartij. Al is dat niet vrij van risico's." BOEHME. "Kijk naar de zaak Vuye-Wouters. De kritiek op de communautaire lauwheid van de partij was te verwachten." BOEHME. "Misschien komt er in 2019 een bonus voor de partij als het economisch beter gaat. Maar het is zo dat als je één flank vervreemdt, je ook moet opletten dat het niet met de andere gebeurt. Het valt mij op dat de N-VA in haar streven naar meer economische groei bepaalde aandachtspunten van de Vlaamse beweging totaal uit het oog verliest." BOEHME. "Het hoger onderwijs is in een rotvaart aan het verengelsen. Hetzelfde geldt voor het wetenschapsbeleid. Ik bekijk dat met enige zorg omdat ik vind dat een taal marginaliseert als ze geen academische taal meer is. De N-VA is in dat dossier niet echt actief. De bevoegde ministers zijn gerekruteerd uit kringen die economische groei en innovatie nodig vinden. Voka is niet bezig met de onderwijstaal." Alain Mouton, fotografie Franky Verdickt"Economisch nationalisme is geen synoniem voor protectionisme. Economische nationalisten kunnen ook vrijhandel als instrument gebruiken" "Het valt mij op dat de N-VA in haar streven naar meer economische groei bepaalde aandachtspunten van de Vlaamse beweging totaal uit het oog verliest."