Uit de zandbak
...

Uit de zandbakAls kapitalisme slecht was voor de armen, zou ik ertegen zijn. Zo luidt één van de roemruchte uitspraken van de 54-jarige Amerikaanse econoom Deirdre McCloskey. Vele experts noemen haar een Nobelprijskandidaat, al voegen ze eraan toe dat de nobele jury er misschien tegen opziet een transseksueel te lauweren. Enkele jaren geleden liet Donald zich immers opereren tot Deirdre. Daarom zal de volgende editie van de Great Economists Since Keynes niet één, maar op zijn minst twee vrouwelijke economen bevatten. Bovendien schopt de rijzige tante haar confraters graag tegen de schenen. Dat is niet anders in haar jongste boek, De zondeval der economen, waarin de aforismen en one-liners over elkaar heen buitelen. Na dit werk kan niemand nog beweren dat economie voer voor droogstoppels is. Voor wie Donald en Deirdre al een tijd gevolgd heeft, brengt het boek geen echte verrassing. De vroegere aanhanger van Jan Tinbergen keerde zich immers al langer af tegen diens geloof in de maakbaarheid van de maatschappij. De ontzenuwing van het interventionisme staat ook nu centraal. De ironie van het lot is nu net dat McCloskey het boek schreef in Rotterdam, waar ze de Jan Tinbergen Leerstoel bekleedt. Ze noemt zich zelfs een intellectueel achterkleinkind van de eerste Nobelprijswinnaar voor de economie. De jonge Donald wilde de armoede de wereld uitbannen en was een vurige discipel van Tinbergen. Geleidelijk aan ontpopte hij zich echter tot een Chicago-econoom, de school die in het spoor van Milton Friedman de Keynes- en Tinbergen-aanhang bestreed. Vooral na het debacle van de keynesiaanse oplossingen bij de crisissen in de jaren zeventig, kreeg Chicago meer greep op de politici. De overheid moest een flinke stap terugzetten en de vrije markt haar werk laten doen. McCloskey noemt de samenleving te complex en het menselijk gedrag te onvoorspelbaar om te kunnen vertrouwen op het sturend vermogen van een overijverige regelneef. Dat betekent nog niet dat ze zich onder één paraplu wil scharen met Margaret Thatcher en Ronald Reagan, de boegbeelden die de weg effenden voor de Chicago-kuur. Ze werden echter veeleer het uithangbord van het egoïstische individualisme. Dat lijkt een pleonasme van het kaliber witte sneeuw, maar McCloskey voert aan dat er ook een verlicht eigenbelang, een maatschappelijk individualisme bestaat. Naar zo'n vorm van humaan liberalisme streeft ze, een systeem waarin het evenwicht gevonden wordt tussen eigenbelang en gemeenschapszin. Economie met liefde noemt ze het. De overheid speelt daarin echter een veel kleinere rol dan de pseudo-profeten haar graag toebedelen. Ook de economen hebben boter op het hoofd. Ze moeten af van hun drie hoofdzonden : de strategische significantie ( Lawrence Klein), het papieren wereldbeeld ( Paul Samuelson) en de social engineering of de maakbaarheid van de maatschappij, waarin Tinbergen alle ondeugden laat samenklonteren tot een ramp. Economen moeten ophouden met hun spelen in de theoretische zandbak en hun aandacht richten op de werkelijkheid. Ze moeten volwassen worden en door het raam kijken. LDD Deirdre McCloskey, De zondeval der economen. Amsterdam University Press/Kritak, 160 blz., 590 fr.