Sir Nicholas Stern is een econoom van wereldklasse. In opdracht van de Britse regering maakte hij voor het eerst een kosten-batenanalyse van de strijd tegen de opwarming van de aarde. Het rapport leest als een onheilstijding én als een lucratief businessplan. Blijven we verder vrolijk broeikasgassen uitstoten, dan kost ons dat op middellange termijn een vijfde van de welvaart en op lange termijn gaat de planeet naar de verdoemenis. Maar de ergste schade kan voorkomen worden tegen een prijs van jaarlijks 1 % van het wereldinkomen. Rendabelere investeringen zijn er nauwelijks.
...

Sir Nicholas Stern is een econoom van wereldklasse. In opdracht van de Britse regering maakte hij voor het eerst een kosten-batenanalyse van de strijd tegen de opwarming van de aarde. Het rapport leest als een onheilstijding én als een lucratief businessplan. Blijven we verder vrolijk broeikasgassen uitstoten, dan kost ons dat op middellange termijn een vijfde van de welvaart en op lange termijn gaat de planeet naar de verdoemenis. Maar de ergste schade kan voorkomen worden tegen een prijs van jaarlijks 1 % van het wereldinkomen. Rendabelere investeringen zijn er nauwelijks. Is de kostprijs relatief laag, dan is de nodige gedragswijziging gigantisch. Tegen 2050 moeten wij Belgen voor twee derde op windenergie terugvallen, en moeten we onze mobiliteit halveren. Mogelijk moeten we zelfs onze ruimtelijke ordening totaal herzien (zie kader: Dit moet België doen). Want om de opwarming van het klimaat te beperken tot ongeveer twee graden Celsius - en dat is al letterlijk spelen met vuur - dan moet de globale CO2-uitstoot pieken in de komende tien tot twintig jaar, en tegen 2050 gedaald zijn met een kwart in vergelijking met vandaag. Voor de westerse landen impliceert dat een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met liefst 50 tot 80 % in vergelijking met 1990. Dat zijn ambitieuze doelstellingen, vooral omdat de wereldeconomie in 2050 drie tot vier keer groter zal zijn dan vandaag. Met andere woorden: de CO2-uitstoot per eenheid welvaart moet gemiddeld met een factor vier à vijf verminderen. Maar de CO2-uitstoot houdt sterk verband met economische groei. Sinds 1950 hebben Noord-Amerika en Europa daarom 70 % van alle CO2-uitstoot op hun conto staan, de ontwikkelingslanden minder dan een kwart. "Maar economische groei en klimaatbescherming hoeven geen tegenpolen te zijn. Nieuwe technologie moet koolstofarme groei mogelijk maken," zegt Nicholas Stern. Het marktmechanisme duwt de samenleving echter alleen in de juiste richting als alle CO2-kosten doorgerekend worden. Dat vraagt overheidsinterventie in de vorm van internationale verdragen, verhandelbare emissierechten of CO2-taksen. De klimaatconferentie die bezig is, moet dit instrumentarium uitbreiden. Maar zouden we niet beter hic et nunc de armoede of hongersnood uit de wereld helpen dan onszelf op kosten te jagen voor een broeikaseffect dat pas in de tweede helft van deze eeuw zijn grootste tol zal eisen? De volgende generaties zullen rijker zijn en over betere technologie beschikken. Ze zullen zich wel beredderen. Is het daarom niet efficiënter om te genezen in plaats van te voorkomen? "Dat is een terechte maar achterhaalde vraag," zegt professor Ekko van Ierland, milieu-econoom aan de Universteit van Wageningen. "De voorbije twintig jaar hadden we nog de luxe de kat uit de boom te kijken, maar die periode is helaas voorbij. Een temperatuurstijging van twee graden zal op basis van de voorbije uitstoot al tegen 2050 gerealiseerd zijn. We kunnen nu alleen nog erger voorkomen." Het venijn van CO2 is dat het decennialang in de atmosfeer blijft hangen. De komende tien tot twintig jaar zijn daarom beslissend voor het klimaat van de tweede helft van deze eeuw. Het Sternrapport waarschuwt dat als we doorgaan met nietsdoen, de veiligheidsdrempel van twee graden opwarming doorbroken zal worden. En dan begint de klimaatellende pas goed. "Langer dralen is geen optie, want dan zal de CO2-uitstoot veel sneller naar nog veel lagere niveaus moeten, en dat is onbetaalbaar," schrijft Stern. "In deze situatie móét de overheid risicoafkerig zijn," zegt Ivan Van de Cloot, econoom van ING België. "Een duurzame economie is een economie die aan de volgende generaties dezelfde keuzes en mogelijkheden laat die ze zelf had. Voor het klimaat is er geen alternatief. Dus moeten we nu ingrijpen. De omvang van de optimale voorzorgsinvesteringen zijn wel sterk afhankelijk van hoe je het welzijn van toekomstige generaties waardeert. Hoe hoger je hun welzijn gelijkstelt met het onze, hoe hoger de kosten die je nu moet maken. De grootste kritiek op het rapport is dat Stern die keuze maakte: hij verdisconteert het toekomstige welzijn tegen een sociale rentevoet van 2 à 3 %. Hij liet die keuze beter over aan de samenleving en de politiek."Daan Killemaes