De ideeën van de Weense psychiater Sigmund Freud (1856-1939), grondlegger van de psychoanalyse, hebben mee vorm gegeven aan de twintigste eeuw. Toch is het lang niet zeker of ze de eenentwintigste eeuw overleven. Almaar vaker wordt Freud van zijn piëdestal gestoten. Tegelijkertijd ontstaat er een vrolijke paradox: Freuds theorieën verwerpen, betekent hoegenaamd niet dat je niet enthousiast kan opgaan in zijn visie op het menselijke handelen, op dromen, op relaties en zeker ook op allerhande kunstwerken. Freud leent zich perfect tot geesti...

De ideeën van de Weense psychiater Sigmund Freud (1856-1939), grondlegger van de psychoanalyse, hebben mee vorm gegeven aan de twintigste eeuw. Toch is het lang niet zeker of ze de eenentwintigste eeuw overleven. Almaar vaker wordt Freud van zijn piëdestal gestoten. Tegelijkertijd ontstaat er een vrolijke paradox: Freuds theorieën verwerpen, betekent hoegenaamd niet dat je niet enthousiast kan opgaan in zijn visie op het menselijke handelen, op dromen, op relaties en zeker ook op allerhande kunstwerken. Freud leent zich perfect tot geestige culturele spellen. Het is zoals de graaltheorie in De Da Vinci-code van Dan Brown. Zolang je die onwaarschijnlijk populaire relithriller savoureert als een fictief verhaal of desnoods als een vrijblijvend cultuurspel, is er niets aan de hand. Dan kan je je verkneukelen in het spel en alle trammelant eromheen met een volwassen glimlach aan je laten voorbijgaan. Op die manier omgaan met Freuds lijvige nalatenschap is vloeken in de kerk van de psychoanalyse. Maar dat mag beslist van Filip Buekens. In Freuds vergissing rekent de taalfilosoof (hoofddocent aan de universiteit van Tilburg) kordaat af met Freuds psychoanalyse. Stap voor stap weerlegt hij het freudiaanse axioma dat de psychiater uit Wenen ons een grondig inzicht heeft gegeven in de mens. Eerst verklaart Buekens waarom Freuds gedachtegoed zo sterk in ons leven is binnengedrongen: "Hij bestudeerde geen esoterische fenomenen, maar de vergissingen en dwaasheden die we dagelijks zelf begaan, en gaf er een heldere, begrijpelijke duiding aan. Het was alsof onze volkspsychologie klaar was voor de freudiaanse concepten, alsof de verklaringsschema's een hiaat opvulden in het conceptuele instrumentarium dat we gebruiken om elkaar te begrijpen." Vervolgens legt Buekens geduldig uit dat Freud geen inzicht geboden heeft, maar wel "illusies van inzicht". Freuds onderzoekswerk rammelt. Was hij dan een charlatan? Zover drijft Buekens het niet. Hij noemt Freud "een geniaal man die nooit begrepen heeft wat hij deed." Het is een zaak van "intellectueel zelfbedrog". Niemand ontkent bepaalde fenomenen over het belang van het verleden, van het onderbewuste, van de irrationaliteit, maar Freuds theorieën erover zijn erg wankel. De psychoanalyse is origineel en opzienbarend, zo voeren de pleitbezorgers aan, waarop Buekens kurkdroog opmerkt: "Dat de goden kosmonauten waren, was een originele en opzienbarende stelling van Erich von Däniken, maar ze is wel onwaar." Dat kunnen we ook zeggen over de graaltheorie in De Da Vinci-code. Is Sigmund Freud dan toch de Dan Brown van de psychiatrie? Filip Buekens, Freuds vergissing - De illusies van de psychoanalyse. Van Halewyck, 261 blz., 17,50 euro.Luc De Decker