Terwijl donkere wolken samenpakken boven de Amerikaanse en stilaan ook boven de Europese economie, is er van eensgezindheid onder de centrale banken weinig sprake. De Amerikaanse Fed verraste de financiële markten in januari met een renteverlaging tussen twee reguliere vergaderingen van het beleidscomité in en kneep in één week tijd liefst 125 basispunten van de beleidsrente. Daarmee ligt die nu al 225 basispunten onder het niveau van september, toen de Fed door de cris...

Terwijl donkere wolken samenpakken boven de Amerikaanse en stilaan ook boven de Europese economie, is er van eensgezindheid onder de centrale banken weinig sprake. De Amerikaanse Fed verraste de financiële markten in januari met een renteverlaging tussen twee reguliere vergaderingen van het beleidscomité in en kneep in één week tijd liefst 125 basispunten van de beleidsrente. Daarmee ligt die nu al 225 basispunten onder het niveau van september, toen de Fed door de crisis in de rommelhypotheken gedwongen werd het monetaire roer om te gooien. De ECB stond al die tijd aan de zijlijn. Van de Europese Centrale Bank wordt vaak gezegd dat zij veel meer dan haar Amerikaanse tegenhanger focust op haar inflatiedoelstelling en dat zij haar beleid pas in tweede instantie afstemt op de groei. De voorbije maanden leek ECB-voorzitter Jean-Claude Trichet die reputatie ook te bevestigen: er werd zelfs geschermd met een eventuele renteverhoging om de toegenomen inflatierisico's de kop in te drukken. Op haar februaribijeenkomst liet de ECB de beleidsrente opnieuw (geheel volgens verwachting) ongewijzigd op 4 %. Toch was er een duidelijke kentering in de retoriek. In het perscommuniqué sprak ECB-voorzitter Trichet over 'ongewoon hoge onzekerheid' voor de economische groei in de eurozone als gevolg van de wereldwijde kredietcrisis. Ook de verwijzing naar mogelijke renteverhogingen werd geschrapt. Met de harde inflatieretoriek van de voorbije maanden wilde de ECB vooral vermijden dat de stijging van de grondstoffenprijzen zich vertaalt in hogere inflatieverwachtingen en looneisen (de zogenaamde 'tweederonde-effecten'). Voorlopig blijft de conjunctuur in de eurozone een pak sterker dan in de VS, maar de Amerikaanse recessie zal uiteindelijk ook de monetaire unie - zij het met vertraging - in de remmen duwen. De persmededeling van de ECB na haar februaribijeenkomst lijkt te bevestigen dat ook de groeivertraging in de eurozone de ECB uiteindelijk tot monetaire actie zal dwingen (allicht in de tweede jaarhelft). Dat de inflatie op dat moment boven de inflatiedoelstelling van 2 % zal liggen, zal voor de ECB, ondanks haar reputatie van inflatiehavik, geen al te grote problemen vormen. In mei 2001 liep de inflatie op tot liefst 3,1 % en toch verlaagde de ECB de beleidsrente een eerste keer met 25 basispunten om de vertragende economie aan te zwengelen. (T)