De Griekse regering heeft op aandringen van de Europese lidstaten aanvullende maatregelen getroffen die vooral de plaatselijke bevolking treffen. Het land kon bovendien zijn nieuwe lening op tien jaar vlot plaatsen en verlangt garanties van de Europese Unie. Wil of kan de Unie niet tegemoetkomen, dan zal Griekenland zich tot het IMF richten.
...

De Griekse regering heeft op aandringen van de Europese lidstaten aanvullende maatregelen getroffen die vooral de plaatselijke bevolking treffen. Het land kon bovendien zijn nieuwe lening op tien jaar vlot plaatsen en verlangt garanties van de Europese Unie. Wil of kan de Unie niet tegemoetkomen, dan zal Griekenland zich tot het IMF richten. De Europese Unie zit erg verveeld met de situatie. Volgens de opeenvolgende verdragen kan ze een lidstaat niet ter hulp snellen. En niemand denkt eraan om bepaalde artikels af te schaffen of te vervangen. Dat zou vandaag als een uiting van zwakte geïnterpreteerd worden. De Europese Centrale Bank (ECB) mag ook nooit rechtstreekse steun aan een lidstaat verlenen. Wat ze wel doet, is staatspapier in onderpand aanvaarden van het bankwezen. Mits het geleverde papier kredietwaardig blijft. Met andere woorden: als het geen deel uitmaakt van de rommelobligaties. Het wettelijke kader binnen de Unie, dat sommige landen (onder andere Duitsland) zelfs in hun grondwet overgenomen hebben, verhindert dus efficiënte oplossingen. Nu moeten de Europese instanties en hun lidstaten allerlei spitsvondigheden uitdokteren om hun eigen wetteksten te omzeilen en zo het hoofd hoog te houden. Het absurde van de toestand is dat de Europese instanties zich moeten beroepen op gegevens en beslissingen die buiten hun bereik vallen. Zo kan de ECB nooit zelf bepalen welk papier zij in ontvangst mag nemen. Dat bepalen de ratingagentschappen. En op hen heeft niemand vat. De Europese Commissie kan geen 'eurolening' uitschrijven om het geld aan kapitaalbehoeftige lidstaten te overhandigen. Een lidstaat kan evenmin zijn naam verlenen om op de markt voor een ander lid geld op te halen, iets wat in de financiële markten regelmatig toegepast wordt. Men kan ook zich afvragen of regeringsleiders bereid zijn om tot een oplossing te komen. Iedereen weet dat de bankencrisis die in 2007 ontstond, zo'n wending genomen heeft door de vernietigende kracht van Credit Default Swaps (CDS'en). We hebben de laatste maanden, na het Griekse debacle, stemmen horen opgaan met het voorstel om de aanwending van CDS'en aan banden te leggen. De Franse minister van Financiën, Christine Lagarde, was bij de eersten die dat opperden. Toch is de Franse regering niet van plan haar wetteksten, die financiële speculatie toelaten, te wijzigen of, beter nog, af te schaffen. Dat is dweilen met de kraan open. CDS'en worden door veel speculatiefondsen als surrogaat voor obligaties gebruikt. Wie zo'n CDS uitschrijft, ontvangt een jaarlijkse premie van de koper, net zoals een obligatie een coupon uitkeert. Als het gedekte voorval ( credit event) tijdens de duur van het contract nooit plaatsvindt, eindigt de CDS waardeloos. Komt het credit event er toch, dan krijgt het fonds de betrokken obligaties, die het integraal moet vergoeden. Het fonds kan het stuk niettemin op de markt verkopen. Het geleden verlies zal gedeeltelijk of zelfs volledig goedgemaakt zijn door de intussen ontvangen premiebetalingen. Een goed doordachte definitie van het credit event kan dus de risico's drastisch beperken. Maar het kwaad veroorzaakt door de CDS'en blijft onberekenbaar. Tot op heden is daar niets tegen ondernomen. En al wat bekokstoofd wordt, vergroot de mogelijkheden om CDS'en nog meer speculatief aan te wenden. (C) Door Jean-Pierre Avermaete