Volgens het Hof van Cassatie zijn fiscale vorderingen waarbij een ontheffing van de aanslag, en de terugbetaling van de onrechtmatig betaalde belasting wordt gevraagd, wel degelijk 'in geld waardeerbaar'.
...

Volgens het Hof van Cassatie zijn fiscale vorderingen waarbij een ontheffing van de aanslag, en de terugbetaling van de onrechtmatig betaalde belasting wordt gevraagd, wel degelijk 'in geld waardeerbaar'. Niemand is verplicht om bij een fiscale betwisting een beroep te doen op een advocaat. Een belastingplichtige mag zichzelf voor de rechtbank verdedigen. Maar meestal is dat geen optie. Men is veelal niet vertrouwd met de materie, en doorgaans nog minder met de procedure en de geplogenheden in een rechtbank. Vandaar dat in de meeste gevallen een beroep wordt gedaan op een advocaat. De kostprijs loopt dan flink op. Het honorarium van een advocaat is meestal niet niks. Tot enkele jaren geleden behoorde het tot de ongeschreven wetten van dit land, dat elke procespartij voor zijn eigen advocaatkosten moest instaan. Ongeacht of men winnaar of verliezer was. Een aantal jaar geleden is daar beweging in gekomen. In bepaalde omstandigheden is toen aanvaard, dat de kosten van een advocaat deel konden uitmaken van de schadevergoeding waartoe iemand wegens een schadeverwekkend feit veroordeeld werd. In het zog van deze rechtspraak heeft de wetgever een regeling uitgewerkt, waarbij de verliezer voortaan in principe altijd moet opdraaien voor de advocaatkosten van de winnende partij. Maar de advocaatkosten die de verliezer moet dragen, zijn niet de werkelijke kosten die de winnende partij betaalt. In de plaats daarvan wordt gewerkt met een progressief tarief waarvan de bedragen in verhouding staan met de waarde van de vordering. Afhankelijk van die waarde schommelt het basistarief van 150 tot 15.000 euro. Naast dat basistarief is ook nog in een minimum- en een maximumtarief voorzien. Neem bijvoorbeeld een vordering waarvan de waarde schommelt tussen 20.000 en 40.000 euro. Het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding is dan gelijk aan 2000 euro, terwijl het minimumbedrag 1000 euro en het maximumbedrag 4000 euro bedraagt. Dit wil zeggen, dat de verliezende partij ter vergoeding van de advocaatkosten van de winnende partij - ongeacht de werkelijke advocaatkosten - in principe 2000 euro moet betalen. Maar dat de rechter, onder bepaalde voorwaarden, de rechtsplegingsvergoeding kan verhogen tot maximaal 4000 euro en kan verlagen tot minimaal 1000 euro. Gaat het om een vordering die 'niet in geld waardeerbaar is', dan geldt geen progressief tarief, maar wel een vast bedrag van 1200 euro. De rechter kan dit bedrag verlagen tot minimaal 75 euro en verhogen tot maximaal 10.000 euro. Deze regeling geldt ook op fiscaal gebied. Wie een fiscale betwisting voor de rechtbank brengt, moet dus weten dat hij in geval van verlies, nog een stevige rechtsplegingsvergoeding riskeert. Zij het dat men dit risico in fiscale geschillen moet relativeren. De rechtsplegingsvergoeding is slechts verschuldigd als de winnende partij zich laat bijstaan door een advocaat. In fiscale zaken zijn het dikwijls de belastingambtenaren zelf die hun dossier voor de rechtbank moeten verdedigen. In die gevallen kan je als belastingplichtige de bedoelde rechtsplegingsvergoeding nooit verschuldigd zijn. De fiscus heeft dan immers geen beroep gedaan op een advocaat. Een andere vraag is, welke rechtsplegingsvergoeding verschuldigd is, als de belastingplichtige simpelweg de ontheffing of de vernietiging van de aanslag of van het dwangbevel vraagt. Onder meer de rechters in de rechtbank van eerste aanleg in Antwerpen houden halsstarrig vol, dat dergelijke vorderingen 'niet in geld waardeerbaar' zijn; en dat dus niet het progressief tarief van de rechtsplegingsvergoeding van toepassing is, maar wel het - meestal veel lagere - vast bedrag van 1200 euro. Het Hof van Cassatie heeft nu evenwel beslist dat een vordering waarbij de ontheffing van de aanslag wordt gevraagd, met bijhorende terugbetaling van wat eventueel te veel werd betaald, wel degelijk in geld waardeerbaar is. Dat klinkt logisch. Maar het heeft meestal wel een veel duurdere rechtsplegingsvergoeding tot gevolg. Advocaat en hoofdredacteur van FiscoloogJAN VAN DYCKWie procedeert, riskeert op te draaien voor de advocaatkosten van de tegenpartij.