De vraag van Trends om vooruit te blikken op 2014 komt voor mij op een fijn moment. 2,5 jaar geleden kwam ik aan het hoofd van de Koninklijke Belgische Voetbalbond, die mij werd beschreven als 'een logge tanker in woelig water', en bijzonder moeilijk te keren.
...

De vraag van Trends om vooruit te blikken op 2014 komt voor mij op een fijn moment. 2,5 jaar geleden kwam ik aan het hoofd van de Koninklijke Belgische Voetbalbond, die mij werd beschreven als 'een logge tanker in woelig water', en bijzonder moeilijk te keren. Aan de vooravond van 2014 hoor je me niet beweren dat we met een splinternieuwe en uiterst wendbare catamaran op weg zijn. Maar er is toch wat vracht gelost en we zeilen met een dynamisch team stuurvrouwen en -mannen in de goede richting. We moeten er niet flauw over doen: de verdiensten van onze Rode Duivels zijn een belangrijke reden voor het rustigere vaarwater. Ja, we hebben ze goed omkaderd en ja, we hebben ze goed 'gepromoot', maar zij hebben gedaan wat al twaalf jaar niet meer was gelukt: zich plaatsen voor een eindtornooi. 'Onze jongens' -- want zo kunnen we ze tegenwoordig weer noemen -- gaan naar het tot de verbeelding sprekende Brazilië, en het land en de wereld kijken mee. Brazilië 2014 is echter sportief noch strategisch een eindpunt. We mogen met deze generatie en structuur hopen op een decennium van 'erbij te horen'. We moeten trots zijn en geloven dat we ons ook in Frankrijk en Rusland kunnen tonen, en dromen om in 2020 'thuis' te komen in Brussel. Daarom is Brazilië in de eerste plaats een leerschool voor deze trotse generatie. Niets moet en alles mag. Los van de sportieve ambities is er het economische belang van onze nationale ploeg. Deze multiculturele, creatieve, hardwerkende wereldburgers met lef kunnen ambassadeurs zijn van waar wij als land voor staan. Ik ben ervan overtuigd dat we hen dan ook in al hun echtheid moeten tonen aan de wereld. Ze kunnen niet alleen goed 'sjotten'. Een aantal onder hen voelt zich oprecht een verantwoordelijk rolmodel voor een generatie. De internationale aandacht voor de spelers en de ploeg kan ons land ten goede komen. Het woord 'crisis' domineert sinds 2008 het nieuws. Economische onzekerheid leidt tot maatschappelijke stress, en voetbalbeleving kan verlichting bieden. In de docureeks 'Iedereen Duivel' zien we volgend voorjaar wat voetbal met mensen doet. En vanaf juni kunnen we naar aanleiding van de Wereldbeker op onze prachtige dorpspleintjes overal te lande voetbal spelen en beleven. Het is een kans om de 'homo ludens' in ons naar boven te laten komen. Zonder veel morele druk, gewoon omdat het mag. Zelfs in de eventuele nederlaag zit veel verbindende kracht. Wij zullen er alles aan doen om die beleving tot bij iedereen te brengen, om te laten zien dat voetbal een lage drempel heeft. Iedereen mag meedoen, op zijn manier, met respect en een beetje zorg voor elkaar. Er is ook een keerzijde aan de voetbalmedaille. In 2014 gaan onze vetbetaalde sterren voetballen in opgedirkte luxestadions, waar ooit sloppenwijken stonden en waar straatarme mensen plaats moesten maken voor het voetbalcircus. Ook in België zullen dansende grote markten en armoedige achterkamertjes dicht bij elkaar liggen. Voetbal is het aan zichzelf verplicht om iets te doen. Geen 'platte' windowdressing, maar een zo fundamenteel mogelijke ingreep in de maatschappelijke integratie. De spelers als rolmodellen en de bond als grootste ledenvereniging van dit land hebben hierin een verpletterende verantwoordelijkheid. De spelers kunnen die invullen door onbevangen zichzelf te blijven. Door -- ook via de sociale media -- open te staan voor de fans en hun afkomst nooit te vergeten. De diversiteit van deze ploeg, met zijn verschillende persoonlijkheden en gevarieerde etnische afkomst, is een afspiegeling van de samenstelling van ons land. Bij vroegere campagnes viel de groep nogal eens uiteen in kliekjes: de mannen van Brugge, van Standard en van Anderlecht. Nu zijn al die gewone jongens wereldburgers uit de Premier League geworden. Zij overstijgen de navelstaarderij die ons land toch wel vaak kenmerkt. Met lef en branie. Ook de voetbalbond mag deze kans niet missen om het Belgische voetbal en bij uitbreiding de Belgische sport het komende decennium een facelift te helpen bezorgen. Met moderne en gezellige stadions waar vooral families welkom zijn, met een toffere en fairdere beleving van de sport aan de basis, met een topopleiding voor jonge talenten en een sportinfrastructuur waar de jonge Duivels van morgen kunnen opgroeien. Het zijn zaken die ons land kunnen laten dromen en trots zijn. Zaken die ons helpen onszelf te overstijgen, zoals alleen sport dat kan, ook na 2020. De auteur is CEO van de Belgische Voetbalbond STEVEN MARTENSDe internationale aandacht voor de Rode Duivels kan ons land ten goede komen.