Duitsland vertegenwoordigt een derde van de hele euro-economie, maar lijkt wel in het Japanse sukkelstraatje terecht te komen. Zo luidt de ondertoon van recente analyses van de Duitse economie door privé-analisten en officiële instanties zoals het Internationaal Monetair Fonds ( IMF) en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling ( OESO). Net als in Japan loopt de Duitse economische machine vast als gevolg van deflatie, schrikbarend veel faillissementen, hoge begrotingstekorten, grote problemen in de financiële sector en vooral het politieke onvermogen om tot structurele ingrepen te komen.
...

Duitsland vertegenwoordigt een derde van de hele euro-economie, maar lijkt wel in het Japanse sukkelstraatje terecht te komen. Zo luidt de ondertoon van recente analyses van de Duitse economie door privé-analisten en officiële instanties zoals het Internationaal Monetair Fonds ( IMF) en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling ( OESO). Net als in Japan loopt de Duitse economische machine vast als gevolg van deflatie, schrikbarend veel faillissementen, hoge begrotingstekorten, grote problemen in de financiële sector en vooral het politieke onvermogen om tot structurele ingrepen te komen. De vooraanstaande ratingbureaus Standard and Poor's en Fitch Ratings kondigden deze week aan dat Duitsland de AAA-quotering, de absolute topscore in internationale kredietwaardigheid, dreigt te verliezen. Dat zet de problematische toestand van de Duitse economie nog eens extra in de verf. Maar niet iedereen onderschrijft het doemscenario voor de Duitse economie. Tot de categorie van eenzame optimisten behoort Holger Schmieding, Duitser en hoofdeconoom van de Bank of America in Londen. Hoewel hij de problemen van zijn geboorteland niet ontkent, verwerpt Schmieding "het rechtlijnig zwart-denken over de Duitse economie". Holger Schmieding maakt daarbij een onderscheid tussen conjuncturele ontwikkelingen op kortere termijn en structurele beleidsmaatregelen die vooral op langere termijn effect zullen hebben. "Bijna niemand heeft opgemerkt dat in de eerste twee maanden van dit jaar de seizoensgezuiverde industriële productie in Duitsland op jaarbasis 2,2 % hoger lag dan het gemiddelde dat in het vierde kwartaal van 2002 is gerealiseerd. Dat is bijna te mooi om waar te zijn. Ik verwacht een wat zwakker tweede kwartaal, maar een nieuwe recessie lijkt mij hoe langer hoe onwaarschijnlijker. Vergeet ook niet dat de erg significante ZEW-verwachtingsindex in april voor de vierde maand achter elkaar is gestegen. Het vertrouwen in het Duitse bedrijfsleven komt dus duidelijk terug."Voor heel 2003 is een groei van 2,5 % te hoog gegrepen, meent Schmieding, maar meer dan 1 % reële economische groei vindt hij haalbaar. "Niet denderend, maar ook niet slecht."Bovenop het gematigd enthousiasme over de conjunctuurontwikkeling op korte termijn, ziet Holger Schmieding ook positieve ontwikkelingen op beleidsvlak. "Laten we duidelijk zijn: het beleid van kanselier Gerhard Schröder was tot nu toe ronduit desastreus. De roodgroene coalitie heeft tot nu toe de structurele problemen van de Duitse economie alleen maar groter gemaakt door een reeks van ongelukkige ingrepen. Het beleidspakket dat hij midden maart aankondigde, is voor mij echter een teken dat Schröder eindelijk inziet dat het zo niet verder kan met de Duitse verzorgingsstaat. De voorgestelde maatregelen zullen diep snijden." Het zou natuurlijk niet de eerste keer zijn dat Schröder met een plan op de proppen komt en het vervolgens weer in zijn bureau opbergt. "Dat klopt," zegt Holger Schmieding, "maar nu is het anders. Schröder heeft de voorbije weken de linkervleugel van de SPD en de vakbonden in snelheid genomen. Hij kondigde een speciaal partijcongres aan voor 1 juni. Daarop zal de partij moeten kiezen: of hem volgen, of een nieuw leider kiezen." Volgens Schmieding weet Schröder heel goed dat de linkerzijde eigenlijk geen keuze heeft. Het alternatief is immers een conservatieve regering die nog verder zou gaan dat wat Schröder nu voorstelt. "Ik verwacht dan ook dat de maartvoorstellen zullen overleven. Voor mij is dat het begin van de structurele ombuiging van het veel te rigide Duitse bestel." Johan Van OvertveldtôDe industriële productie in de eerste twee maanden van 2003 steeg op jaarbasis met 2,2% tegenover het vierde kwartaal van 2002. Dat is te mooi om waar te zijn."