Morgen, 25 april, behandelt de Raad van State bij hoogdringendheid het verzoekschrift van stroomproducent SPE om de toewijzing van het windmolenpark in de Antwerpse haven aan Vleemo ( Vlaamse Landbouw-, Energie-, Ecologie- en Milieuorganisatie) te vernietigen. Ook de andere verliezer van het project, het consortium van de zuivere intercommunale energiedistributeurs Aspiravi, bereidt een rechtszaak voor. Zij vinden dat de winnaar niet aan de gestelde selectiecriteria voldoet. De betrokken partijen - uitgezonderd de overheid zelf - wilden Trends niet te woord staan om hun kansen niet in het gedrang te brengen.
...

Morgen, 25 april, behandelt de Raad van State bij hoogdringendheid het verzoekschrift van stroomproducent SPE om de toewijzing van het windmolenpark in de Antwerpse haven aan Vleemo ( Vlaamse Landbouw-, Energie-, Ecologie- en Milieuorganisatie) te vernietigen. Ook de andere verliezer van het project, het consortium van de zuivere intercommunale energiedistributeurs Aspiravi, bereidt een rechtszaak voor. Zij vinden dat de winnaar niet aan de gestelde selectiecriteria voldoet. De betrokken partijen - uitgezonderd de overheid zelf - wilden Trends niet te woord staan om hun kansen niet in het gedrang te brengen. De belangen zijn dan ook groot. Het gaat om het eerste grootschalige windmolenpark in Vlaanderen, dat 0,5 % van de totale stroomproductie vertegenwoordigt. Een investering van 100 miljoen euro, die de stad minimaal 18,3 miljoen euro zal opleveren. Bovendien zijn ook de inkomsten van de projectontwikkelaar en de uitbater verzekerd, want op dit ogenblik beschikt Vlaanderen nauwelijks over groene stroom (0,8 % van de totale productie). Nochtans verplicht de regering de elektriciteitsproducenten dit percentage geleidelijk op te trekken tot 2 % in 2004 en 5 % in 2010. Aangezien ons land niet met veel zon gezegend is, het rendement van biomassa beperkt blijft en kerncentrales hun deuren moeten sluiten, is windenergie op korte termijn het enige haalbare alternatief. Nu de Raad van State begin deze maand ook de bouw- en exploitatievergunning van Seanergy - een joint venture tussen Electrabel en baggeraar De Nul - voor zeemolens op tien kilometer van de kust schorste, wordt het Antwerpse project nog aantrekkelijker. Vooralsnog gaat Vleemo met de buit lopen. Dit tuinbouwbedrijfje van Ben Simons, met een balanstotaal van amper 320.000 euro, heeft echter geen goede reputatie. De stad Antwerpen zag zich genoodzaakt enkele contracten voor groenonderhoud met Vleemo op te zeggen omdat het bedrijf zich niet aan de afspraken hield. Bovendien bleek Simons een van zijn gronden in de haven als tijdelijke stortplaats te gebruiken. Maar een veroordeling heeft deze vastgoedman - tevens voorzitter van de Antwerpse bouwfirma Brebuild - nog niet opgelopen. Ook weet niemand wie de grote aandeelhouders van Vleemo zijn. Wel is Simons ook gedelegeerd bestuurder van Colombus, het stouwersbedrijf van aannemer Louis Van Wellen en autobandenhandelaar Jozef Delcroix. De broer van gewezen minister Leo Delcroix zat zes weken in voorarrest op verdenking van omkoping in het Superclub/KS-dossier, maar werd in 1999 definitief buiten vervolging gesteld. Nog een saillant detail: als voorzitter van het Antwerps Havenbedrijf tekent de katholieke baron Leo Delwaide, voormalig advocaat van Maurits De Prins (Superclub) en een van de eerste verruimers binnen de VLD, het contract met Vleemo. Op het eerste gezicht roept het dossier herinneringen op aan de beruchte milieuboxaffaire uit de jaren negentig. Toen won ook een nobele onbekende, Aralco, na heel wat politiek en juridisch gehakketak het contract ter waarde van 25 miljoen euro. Achteraf bleken de lobbyisten Renaat en Koen Blijweert - bekend om hun banden met de voormalige CD&V-secretaris Leo Delcroix en hun betrokkenheid in tal van affaires - de mannen achter de schermen te zijn. Op 25 september buigt de correctionele rechtbank van Hasselt zich over deze zaak. Behalve Leo Delcroix zitten de gebroeders Bleyen ( Zincpower), Chris Lelièvre-Damit ( Hermes) en Maurits Roggeman ( Plascobel) op het beklaagdenbankje. "We zijn niet over één nacht ijs gegaan," repliceert Eddy Bruyninckx, gedelegeerd bestuurder van het Antwerps Havenbedrijf. "Het project is in ijzersterke overeenkomsten met waterdichte garanties gegoten. Ook wij stelden ons wat vragen over Ben Simons. Maar deze polderfiguur heeft zich steeds met competente medewerkers omringd, zoals de projectleider van het allereerste Vlaamse windmolenpark in Zeebrugge. Ook heeft hij het Nederlandse energiebedrijf Nuon - een belangrijke projectontwikkelaar én exploitant van windmolens - mee op zijn boot gekregen." De Antwerpse haven sleept bovendien vergoedingen in de wacht die een pak hoger liggen dan een gelijkaardig maar kleiner project in de Gentse haven. Oorspronkelijk liep het Antwerps Havenbedrijf, dat ook netbeheerder is en tot voor kort zelfs elektriciteit verkocht, met plannen rond om zelf in alternatieve energiebronnen te investeren. Maar de Vlaamse controledienst Vreg floot de haven terug. Daarom lanceerde het bedrijf op 15 maart 2002 een publieke oproep om op zijn gebied een windmolenpark te financieren, bouwen en exploiteren. Tegen 13 juni waren er elf kandidaten opgedaagd. Eind augustus stelde het havenbedrijf bijkomende vragen over de referenties, het investeringsplan en de financiële draagkracht van de deelnemers. Wegens de complexiteit van de materie werd de hulp ingeroepen van een extern adviseur van het advocatenkantoor Stibbe. Na een eerste evaluatie begin oktober vielen vier inschrijvers uit de boot: het studiebureau 3E (gaf enkel advies over locatie van windmolens), Aertssen Aannemingsbedrijf (onvolledig dossier en weinig expertise in exploitatie) en de Duitse energiebedrijven Ine (niet uitgewerkte projectplanning) en Seeba Energiesysteme (alleen ervaring in vakwerkmasten). Volgens de tegenstanders van Vleemo moest het tuinbouwbedrijf toen al uit de boot zijn gevallen omdat het niet voldeed aan de criteria. Simons zou pas eind oktober met energiereus Nuon op de proppen gekomen zijn. Bovendien tekende hij met Nuon slechts een kaderovereenkomst onder opschortende voorwaarden: alleen na een boekenonderzoek en op voorwaarde dat Vleemo het contract binnenhaalt, wil de Nederlandse groep zich aan Simons verbinden. Navraag bij zowel Vleemo als Nuon leveren niets op: "Geen commentaar zolang de onderhandelingen nog lopen."Vervolgens verstrengde het havenbedrijf zijn criteria om tot drie kandidaten te komen. Ook stelde de haven een financieel deskundige aan - het auditbureau Deloitte & Touche - om een waarderingsmethode voor de vergoedingen op te stellen. Na deze tweede selectieronde vielen de tijdelijke verenigingen Nature Power/Neg Micon en Thomas Wind/Repower uit de boot wegens gebrek aan professionele bekwaamheid en deskundigheid. Nochtans zijn dat grote windturbinefabrikanten uit Denemarken en Duitsland. Wat de vergoedingen betreft, scoorden Ecopower en Electrabel het slechtst. Toen bleven Aspiravi, SPE/ Electrawinds en Vleemo nog over. Zij kregen de kans tegen 20 december hun financiële voorstellen te optimaliseren. Uit deze voorlopige rangschikking kwam Vleemo met een gegarandeerde minimumvergoeding van 18,3 miljoen euro als winnaar uit de bus, gevolgd door Aspiravi (11,3 miljoen) en SPE/Electrawinds (9,6 miljoen). Deloitte & Touche, dat ook de mogelijke waarde van de groenestroomcertificaten in aanmerking nam, bevestigde deze volgorde. De maximumvergoeding bedroeg 28,6 miljoen euro. Het feit dat Vleemo zijn terreinen op de Kabeljauwpolder aan het Antwerpse Havenbedrijf - dat graag zijn grondgebied wil uitbreiden - als compensatiezone aanbiedt, zou volgens sommige bronnen een psychologische rol in de eindbeoordeling hebben gespeeld. Ondanks nieuwe en hogere voorstellen van de twee verliezers besloot de haven in februari van dit jaar toch exclusieve onderhandelingen te beginnen met Vleemo. Havenbestuurder en Antwerps milieuschepen Erwin Pairon ( Agalev): "Na het openen van de laatste offertes konden wij juridisch gezien niet meer op het ultieme aanbod van Aspiravi en SPE/Electrawinds ingaan." Tegen deze beslissing legde SPE klacht neer bij de Raad van State. Die verklaarde het verzoek tot vernietiging op 13 maart 2003 ongegrond omdat de beslissing nog niet definitief was. Vervolgens werkten het Antwerpse Havenbedrijf en Vleemo een concreet samenwerkingsprotocol en een model van concessieovereenkomst uit, die de raad van bestuur op 1 april goedkeurde. Havensecretaris Dirk De Kort: "Hierbij bedongen wij ijzersterke waarborgen. Nu staan zowel Nuon België als Nuon Nederland borg voor een goede uitvoering van het project. Mocht er ooit toch iets mislopen, dan beschikken wij over een abstracte en onherroepelijke bankgarantie van Vleemo ter waarde van 1 miljoen euro." Maar omdat de Raad van State nog uitspraak moet doen, kan er voorlopig geen contract getekend worden. Eric PompenVleemo sloot met partner Nuon slechts een kader-overeenkomst onder opschortende voorwaarden.