DE WATERSCHAARSTE in Overijse van vorige week wijst er nogmaals op dat Vlaanderen een van de droogste streken in Europa is. Zelfs Spanje, Portugal en Griekenland hebben volgens de OESO meer water beschikbaar per inwoner per jaar. En de voorspellingen beloven weinig beterschap: die spreken over minder natte winters en meer d...

DE WATERSCHAARSTE in Overijse van vorige week wijst er nogmaals op dat Vlaanderen een van de droogste streken in Europa is. Zelfs Spanje, Portugal en Griekenland hebben volgens de OESO meer water beschikbaar per inwoner per jaar. En de voorspellingen beloven weinig beterschap: die spreken over minder natte winters en meer droge zomers. Dat alleen al zou ons ertoe moeten aanzetten bijzonder spaarzaam om te gaan met water. Het waterbeleid was er de jongste decennia vooral op gericht overstromingen te vermijden, en het water zo snel mogelijk naar de zee te voeren. Dat moet anders: meer stockeren, meer hergebruiken en minder verspilling moeten de ordewoorden zijn. Die trend ombuigen zal van iedereen inspanningen vragen. Van de landbouwers, de grootste verbruikers van grondwater. Van de bedrijven, de grootste afnemers van oppervlaktewater. En van de gezinnen, die bijna twee derde van het leidingwater verbruiken - helaas vaak om hun weinig waterdoorlatende gazon te besproeien. Die inspanningen komen boven op de uitdaging om onze riolering te laten voldoen aan de Europese doelstellingen, en boven op de klimaatinspanningen. Tegelijk kan het beleid van die uitdagingen ook een kans maken. Onze bedrijven en kennisinstellingen hebben meer dan genoeg knowhow in huis om water beter te stockeren, te hergebruiken en efficiënter te verbruiken. Die schat aan watertechnologie en -beheer kan niet alleen onze waterhuishouding bestendig maken tegen zowel overstromingen als droogte. Ze kan ook een exportproduct worden. De kortetermijnbehoeften lenigen is noodzakelijk, daar een industrieel beleid aan koppelen is nog beter.