Het is spijtig dat een bedrijf als Materialise naar Nasdaq moet gaan om kapitaal op te halen", zegt durfkapitalist Jos Peeters. Het Leuvense 3D-printingbedrijf noteert sinds vorige week op de Amerikaanse technologiebeurs. Peeters heeft heimwee naar Easdaq, de pan-Europese beurs voor groeibedrijven die hij in 1995 uit de grond stampte. Easdaq verdween na het uiteenspatten van de technologiezeepbel. Peeters: "Innogenetics was het eerste bedrijf dat een notering kreeg op Easdaq. Daarna volgden nog 62 beursintroducties voor een totaalbedrag van 6 miljard euro. Bedrijven vragen me nog geregeld of we Easdaq niet opnieuw willen opstarten."
...

Het is spijtig dat een bedrijf als Materialise naar Nasdaq moet gaan om kapitaal op te halen", zegt durfkapitalist Jos Peeters. Het Leuvense 3D-printingbedrijf noteert sinds vorige week op de Amerikaanse technologiebeurs. Peeters heeft heimwee naar Easdaq, de pan-Europese beurs voor groeibedrijven die hij in 1995 uit de grond stampte. Easdaq verdween na het uiteenspatten van de technologiezeepbel. Peeters: "Innogenetics was het eerste bedrijf dat een notering kreeg op Easdaq. Daarna volgden nog 62 beursintroducties voor een totaalbedrag van 6 miljard euro. Bedrijven vragen me nog geregeld of we Easdaq niet opnieuw willen opstarten." Peeters koestert dezelfde droom als twintig jaar geleden. Hij hoopt binnen enkele jaren opnieuw snelgroeiende bedrijven in Europa naar de beurs te brengen, maar voorlopig blijft het bij dromen. "We kunnen bij wijze van spreken morgen een beursgang organiseren, maar het ecosysteem om snelgroeiende bedrijven te ondersteunen, is er niet. Je hebt zakenbanken nodig, grote investeerders met een langetermijnvisie, analisten, enzovoort." Voorlopig is Peeters tevreden dat zijn Easdaq voortleeft in de nieuwe beurs Equiduct. "We hadden in die tijd het snelste platform", weet Peeters. "Onze technologie was veel beter dan die van Nasdaq. Uit een brainstormsessie is het idee ontstaan voor Equiduct, een nieuwe beurs met een nieuw businessplan. In november 2007 zette de Europese richtlijn Markets in Financial Instruments Directive (MiFID) het monopolie van Euronext Brussel op de schop en konden we van start gaan met Equiduct." Zeven jaar later verhandelen 1500 van de meest liquide aandelen in Europa op Equiduct. Peeters stapte met zijn idee naar Börse Berlin en vond er steun en kapitaal bij Artur Fischer. Vandaag opereert Equiduct onder de vleugels van de Duitse beurs. "We nemen een foto van alle platformen waarop een aandeel verhandelt en berekenen de best mogelijke prijs voor uw order, alsof u op elk platform aandelenpakketjes zou kunnen shoppen. Daarna dwingen we de marktmakers om de aandelen tegen die prijs te kopen of te verkopen. Het hele proces van het ontvangen tot het uitvoeren en bevestigen van de transactie neemt een halve milliseconde in beslag", legt Fischer uit. Hij is zowel de CEO van Equiduct als de co-CEO van Börse Berlin. Peeters: "Ons platform is nog altijd state-of-the-art." ARTUR FISCHER. "Wij bieden de beste oplossing op de markt voor best execution. MiFID verplicht de banken op zoek te gaan naar de beste prijs voor hun klanten. Voor orders tegen marktprijs beloven wij de beste prijs en limietorders worden op Equiduct sneller uitgevoerd dan elders. Alleen is er niemand die per order controle uitoefent op best execution. Het volstaat dat banken hun beleid publiceren op hun website. Maar zeg nu zelf: wie leest er die kleine lettertjes? "Daar komt nog bij dat veel banken met verouderde technologie werken. Ze moeten kosten maken om hun systemen compatibel te maken met de onze." JOS PEETERS. "Wij hopen dat de Europese toezichthouders strenger zullen toezien op de naleving van MiFID II. Bovendien mogen grote beleggers in MiFID II minder buitenbeurs handelen. Wij hopen op die manier wat meer institutionele klanten aan te trekken." PEETERS. "Het zijn Nederlanders." (lacht)FISCHER. "Ik wil niet de goedkoopste zijn. De kostprijs voor een transactie op Equiduct is 20 tot 30 procent lager dan op Euronext, maar hoger dan op Bats Chi-X. Ik wil dat de klanten onze dienstverlening waarderen. Binck is voor de goedkoopste oplossing gegaan." FISCHER. "Het gedrag van kleine beleggers kun je voorstellen als een normaalverdeling, een gausscurve. De marktmakers kunnen op elk moment de beste prijs bieden, omdat het om kleine volumes gaat en om niet-geïnformeerde beleggers. Stel dat zij een slimme computer als tegenpartij krijgen, dan riskeren de marktmakers dat dat algoritme hun strategie op andere markten doorkrijgt. Daarom is Equiduct interessant voor die marktmakers." PEETERS. "Ik ben Citadel ontzettend dankbaar voor de steun die ze ons hebben gegeven. Ze hebben de strategische keuze gemaakt om zich terug te plooien op de Verenigde Staten. Maar voor Citadel was het belangrijk dat we snel aan marktaandeel wonnen. Voor de huidige aandeelhouders is dat minder van tel. Daardoor konden we onze prijzen vorig jaar optrekken. We hebben ondanks die tariefverhoging nog geen enkele klant verloren." FISCHER. "We hebben ten eerste nog contacten met brokers die zich willen aansluiten." PEETERS. "We maken simulaties van de kostenbesparingen die wij voor hun klanten zouden realiseren. En de resultaten van die simulaties kunnen ze moeilijk naast zich neerleggen." FISCHER. "Ten tweede bekijken we of we indexen kunnen verkopen op basis van onze marktdata. Ik was in een ver verleden verantwoordelijk voor de indexen bij Deutsche Börse en beschik over de nodige ervaring om iets dergelijks op te starten. Ten derde biedt MiFID II kansen. We denken dat een dienstverlening aan institutionele klanten 40 procent van onze business kan worden. "Ten slotte biedt de Spaanse markt nog enorm veel mogelijkheden. De regelgeving maakt het nieuwkomers op dit moment erg moeilijk. Maar daar komt stilaan verandering in." PEETERS. "We hebben al een aantal bijna-doodervaringen overleefd. In een beurzenlandschap dat zo snel verandert, moet je je voortdurend aanpassen. We zijn er tot nu toe in geslaagd alle uitdagingen te overwinnen. Ik denk dat daarin onze kracht ligt." ILSE DE WITTE, FOTOGRAFIE KRIS VAN EXEL