De regering- Balkenende bereikte in Nederland een akkoord met de sociale partners om de lonen in 2004 en 2005 te bevriezen. Een akkoord dat niet de aandacht kreeg dat het verdient. Trends berekende dat hierdoor de Belgische loonhandicap tegenover de drie belangrijkste handelspartners (Duitsland, Frankrijk en Nederland) stijgt van 8,9 % naar 9,5 % (zie blz.18).
...

De regering- Balkenende bereikte in Nederland een akkoord met de sociale partners om de lonen in 2004 en 2005 te bevriezen. Een akkoord dat niet de aandacht kreeg dat het verdient. Trends berekende dat hierdoor de Belgische loonhandicap tegenover de drie belangrijkste handelspartners (Duitsland, Frankrijk en Nederland) stijgt van 8,9 % naar 9,5 % (zie blz.18). Breekt er dan paniek uit? Neen. Wordt er zenuwachtig getelefoneerd? Neen. Gooit premier Guy Verhofstadt ( VLD) dit nieuwe feit op de tafel? Neen. We hebben immers een wet op het concurrentievermogen. En die bepaalt dat bij een volgend akkoord (de onderhandelingen daarover beginnen in de herfst van 2004) afwijkingen van de gemaakte prognoses moeten worden gecompenseerd. Een procedure die in het verleden nooit echt heeft gewerkt. Nu zal in Nederland de loonstijging in 2004 en 2005 vanzelfsprekend niet nul bedragen. Er zijn nog de bestaande akkoorden, die doorlopen tot in 2004. Maar belangrijker is dat CAO's bij onze noorderburen niet algemeen bindend zijn. Dat wil zeggen dat bedrijven wettelijk niet door een CAO zijn gebonden. Ze houden dus de handen vrij om toch een loonsverhoging te geven. Niet dat dit laatste veel uitmaakt: België zal met een loonhandicap zitten opgezadeld van meer dan 9 %. Hoe kunnen we die achterstand nog inhalen? De wet op het concurrentievermogen zal ons maximaal ongeveer gelijke tred doen houden. Het systeem van de automatische indexering zet ons immers meteen op een automatische achterstand die je dan via een beperkte reële loonstijging moet zien goed te maken. Lastenverlagingen zijn een tweede piste. Maar ook daar zijn geen grote sprongen mogelijk. De regering-Verhofstadt heeft nu met moeite een verlaging van 1,5 % kunnen geven. De buurlanden zitten trouwens op dat vlak evenmin stil. Het wordt dus zaak voor de sociale partners om de platgetreden paden te blijven bewandelen, maar er tegelijk een nieuw pad bij te openen: een nieuwe financiering van de sociale zekerheid. Het moet er nu maar eens van komen: financier de gezondheidszorgen en de kinderbijslag niet langer uit de sociale lasten, maar via de algemene middelen. Daarmee slaat de overheid twee vliegen in een klap. Ten eerste gaan de lasten op arbeid fel naar beneden. Uiteraard ten koste van een stijging van de personenbelasting. Maar dan zal tenminste iedereen een bijdrage leveren die kan worden uitgesmeerd over de hele bevolking. Een interessant neveneffect van die operatie is dat meteen ook de ziekteverzekering beter in toom kan worden gehouden. Het aantal gepensioneerden neemt immers toe: mensen die het minst betalen voor de ziekteverzekering en die er het meest gebruik van maken. Hoe kan je het budget van die gezondheidszorgen onder controle houden als de grootste groep van de bevolking er alleen maar geld uithaalt? Via een fiscalisering zal de druk groter worden om het tekort van de ziekteverzekering te beperken. Tot nog toe werd die piste door de socialistische vakbond steeds afgewezen. Voor de vakvereniging is de fiscalisering de voorbode van de regionalisering. Dat hoeft niet, maar het zou niet eens zo slecht zijn. Het gaat om persoonsgebonden materies en die horen toch eerder bij de regio's thuis. Het zou trouwens - net zoals in het verleden het geval was voor het onderwijs in Wallonië - de druk verhogen om de tekorten feller aan te pakken. Waar wacht Verhofstadt nog op? Guido Muelenaer