ALAIN MOUTON
...

ALAIN MOUTONW e maken even een sprong in de tijd. Het is een koude winterochtend in februari 2012. Aan de ingang van de Wetstraat 16 staat minister van Financiën Steven Vanackere de pers te woord. Na een nachtelijke onderhandelingsmarathon heeft de regering-Di Rupo besloten om een indexsprong toe te staan. De uitkeringen, pensioenen en ambtenarenlonen worden dit jaar niet aangepast aan de levensduurte. Hetzelfde geldt voor de lonen in de privésector. Een miljardenbesparing die ervoor zorgt dat het begrotingdeficit op 2,8 procent van het bbp afklokt en België de voor Europa vereiste doelstellingen haalt. Bovendien wordt met de maatregel de concurrentiekracht van de ondernemingen versterkt, zegt Vanackere. De ingreep was ook nodig omdat de Belgische rente op overheidsobligaties opnieuw de hoogte inging. De voorbije dagen had Luc Coene, gouverneur van de Nationale Bank, al zachte dwang uitgeoefend op de regering door te benadrukken dat zo'n maatregel de financiële markten zou geruststellen. Is dit economische en politieke sciencefiction? Daar lijkt het voorlopig wel op. In het regeerakkoord wordt met geen woord gerept over een indexsprong. Voor de PS is zo'n maatregel taboe, want dat komt neer op de aantasting van de koopkracht. Ondertussen is het duidelijk geworden dat de regering volgende maand een zware begrotingscontrole wacht. Een groeivertraging, een overschatting van de inkomsten en een onderschatting van de uitgaven maken dat er op zijn minst voor 2,7 miljard euro extra saneringsinspanningen nodig zijn (zie blz. 22 Het betere nattevingerwerk). Onder andere voor de liberalen zijn extra belastingen onbespreekbaar. Een indexsprong en een aanpassing van het automatische indexsysteem kunnen een reddingsboei vormen voor de begroting. Volgens het Planbureau wordt de spilindex deze maand nog overschreden. Dat betekent dat de sociale uitkeringen per 1 februari met 2 procent worden verhoogd. Op een budget van 50 miljard euro aan uitkeringen komt dit neer op een extra kostprijs van 920 miljoen euro. Een maand later worden de federale ambtenarenlonen aangepast, op jaarbasis met 150 miljoen euro. De overschrijding van de spilindex kost de regering dus 1,070 miljard euro. Als ze beslist die verhoging niet toe te kennen, is dus al een belangrijk deel van de begrotingsinspanning geleverd. Maar dan moet die beslissing wel zeer snel genomen worden, namelijk voor begin februari. Want een indexaanpassing kan in principe niet zomaar worden teruggedraaid. De volgende overschrijding van de spilindex wordt pas in december verwacht. Momenteel durft niemand openlijk te pleiten voor een indexsprong, maar achter de schermen wordt er wel over gesproken. En de Nationale Bank publiceert over enkele weken een studie over de index. VDAB-topman Fons Leroy, nota bene iemand met een sp. a-etiket, stak al zijn nek uit. Hij stelt voor dat de topambtenaren van de Vlaamse Gemeenschap de volgende indexering aan zich laten voorbijgaan. Dat zou Vlaanderen 150.000 euro opleveren. Als alle ambtenaren - federaal, regionaal, lokaal - dat zouden doen, dan betekent dat een besparing van 500 miljoen euro. "Welke indexsprong je ook doorvoert, het gaat altijd om een substantiële som", zegt de Leuvense econoom Joep Konings. "Het is een structurele maatregel, want het effect van een niet-doorgevoerde loonaanpassing blijft." Konings is er ook voorstander van om in de privésector een indexsprong door te voeren. Op een totaal van 70 miljard euro indexgerelateerde bezoldigingen in de privésector betekent een indexsprong van 2 procent een besparing van 1,4 miljard euro. Konings: "Je kunt bijvoorbeeld beslissen om 1 procent indexering te gebruiken om de staatskas te spekken. Het andere procent wordt niet toegekend en geeft ademruimte aan de bedrijven. De relatieve loonkosten dalen en de concurrentiepositie neemt toe, iets waar onze bedrijven echt nood aan hebben. Een indexsprong is eenvoudig, efficiënt en zorgt voor terugverdieneffecten want het stimuleert de tewerkstelling. Een ander voordeel is dat overheden met zo'n maatregel een transparant signaal geven aan de Europese instanties wanneer de groei stilvalt. Het betekent evenveel als: "Hoewel het economisch moeilijk gaat, brengen we onze begroting in orde." Ten derde zal dit het vertrouwen versterken op de financiële markten, met als gevolg een dalende rente op staatspapier." Een opschorting van de index betekent een onmiddellijke besparing, maar houdt wel het Belgische systeem van automatische loonindexering in stand. "Een indexsprong is een goede maatregel, maar op lange termijn moet het hele stelsel herzien worden om de concurrentiekracht van onze ondernemingen blijvend te versterken", zegt Geert Janssens, hoofdeconoom van Ondernemersplatform VKW. "In elk rapport vragen OESO, IMF en de Europese Commissie om de automatische indexering te herbekijken." Het probleem voor de Belgische economie is dat de inflatie hoger ligt dan in de buurlanden - in eerste instantie door hogere energieprijzen - en dat prijsstijgingen door de automatische indexering onmiddellijk worden doorgerekend in de loonkosten. Zo komt de beruchte loon-prijsspiraal tot stand. De loonkosten stijgen door de automatische koppeling aan de inflatie waardoor de prijzen opnieuw toenemen en de lonen dus opnieuw geïndexeerd moeten worden. Dat zijn de zogenaamde tweederonde-effecten van een initiële inflatieschok. Aan die inflatiecarrousel komt ook dit jaar geen einde. Volgens het Planbureau ligt de Belgische inflatie dit jaar met 2,4 procent wel lager dan vorig jaar (3,53 %), maar daarmee blijft ons land wel boven het gemiddelde dat de Europese Centrale Bank (ECB) dit jaar voor de eurozone vooropstelt: 2 procent. De technologiefederatie Agoria berekende dat de Belgische bedrijven in 2011 door de hogere inflatie 2 miljard meer moesten betalen voor hun werknemers zonder dat hun koopkracht verhoogd is. Agoria wijst vooral op het inflatieverschil met Duitsland. De 'inflatiespread' liep over 2011 op tot ruw geschat 1,1 procentpunt. Ook in 2010 lag het verschil met 1,4 procentpunt al erg hoog en gemiddeld over de laatste vier jaar bedraagt het inflatieverschil met Duitsland 0,8 procentpunt. Gevolg is dat de loonkosten per eenheid product (gecorrigeerd voor productiviteit) in België sinds 2005 gestegen zijn met meer dan 15 procent terwijl die in Duitsland met slechts 5 procent zijn toegenomen (zie grafiek Evolutie van de loonkosten per eenheid product). Door de automatische doorrekening van de inflatie in de lonen stijgen de Belgische loonkosten de komende drie jaar sneller dan in de buurlanden. De loonkostenhandicap gemeten sinds 1996 en gecorrigeerd voor productiviteit bedroeg eind 2010 al 6,7 procent en zou tegen eind 2013 oplopen tot 8,9 procent. Moet de automatische indexering dan maar meteen op de schop? In onze buurlanden bestaat zo'n systeem niet en maken inflatieaanpassingen deel uit van de loononderhandelingen. In België zien de vakbonden de automatische indexering als vertrekpunt en minimum en onderhandelen ze daar bovenop over reële loonstijgingen. Als ze bovenop de index geen reële loonstijging kunnen toekennen, beschouwen de vakbonden de loononderhandelingen als een mislukking. Joep Konings is duidelijk: "Je schaft het stelsel beter af. Bij een negatieve economische schok voer je bijvoorbeeld geen indexaanpassing door van de lonen en zo absorbeert de economie een reële loondaling. Maar daarmee kunnen werknemers hun job wel behouden, want de bedrijven krijgen ademruimte. Ik vind de automatische indexering asociaal. Ze bevoordeelt vooral de insiders op de arbeidsmarkt, zij die al een job hebben. De werkzoekenden komen door de hoge loonkosten niet aan de bak." Volgens berekeningen van VKW op basis van OESO-cijfers zouden de stijgende Belgische loonkosten de komende twee jaar 50.000 jobs extra doen verdwijnen. "Het bewijst dat er iets moet gebeuren, maar een radicale afschaffing van de indexering ligt politiek en sociaal zeer moeilijk", zegt Geert Janssens. Hij denkt eerder aan een bijsturing van het mechanisme of aan een alternatief systeem. Het zou niet de eerste keer zijn dat dit gebeurt. In 1994 werd de gezondheidsindex ingevoerd. Die lichtte diesel, benzine, alcohol en tabak uit de korf van producten waarvan de prijsevolutie als basis dient voor de index. Een verhoging van de accijnzen op tabak of alcohol heeft nu geen effect meer op het indexcijfer. De voorstellen die de voorbije jaren werden gelanceerd om de index bij te sturen, lagen steevast in dezelfde lijn. Maar ze stuitten vaak op verzet, zeker van de vakbonden (zie kader Van centenindex tot all-in). De Gentse econoom Gert Peersman kwam in 2011 wel met een origineel voorstel op de proppen: "Koppel de loonevolutie aan de inflatiedoelstellingen van de ECB, namelijk 2 procent. Wanneer de lonen systematisch aan die doelstellingen worden aangepast, zijn tweederonde-effecten per definitie uitgesloten. Lonen zullen niet leiden tot een afwijkende inflatie. De competitiviteitsnadelen die onze bedrijven momenteel ondervinden omdat de inflatie hier hoger ligt, zullen verdwijnen." Volgens Peersman leidt zijn systeem tot stabiliteit. Als lonen jaarlijks met 2 procent stijgen, zal de inflatie uiteindelijk ook makkelijker op 2 procent uitkomen. Geert Janssens heeft bedenkingen bij het voorstel: "Simulaties op basis van de ECB-doelstelling tonen aan dat zo'n alternatieve indexering ons in de periode 2004-2011 toch een loonkostenhandicap van 3 procent zou hebben opgeleverd of in elk geval een handicap van 1,5 procent door het uitblijven van tweederonde-effecten. De inflatiedoelstelling van de ECB is geen garantie voor het behoud van de competitiviteit als een buurland beslist de loonkosten minder snel te doen stijgen dan die norm van 2 procent. Dat is wat Duitsland gedaan heeft. De Duitsers koppelen hun loonkostenevolutie aan de inflatie, maar houden daarbij rekening met concurrentiekracht, conjunctuur, behoud van jobs op bedrijfsniveau en rendabiliteit van het bedrijf,...". Janssens pleit voor een ander alternatief: de lonen worden aan de kerninflatie gekoppeld. Dat is de inflatie gezuiverd voor schommelingen van energie- en voedselprijzen. De centrale banken hanteren die kerninflatie als belangrijke graadmeter voor de prijsontwikkeling. "Indien we sinds 2005 de kerninflatie hadden gevolgd, dan was de Belgische loonkostenhandicap gecorrigeerd voor productiviteit volledig afgebouwd. België heeft hier de creatie van 160.000 jobs gemist." "Op lange termijn moet het hele stelsel van loon-indexering hervormd worden" Geert Janssens, VKW