? Een broer of een zus die vóór de leeftijd van 18 jaar wordt opgenomen in het gezin, mag als een kind ten laste worden aangegeven.

Als een gezin een broer of een zus van een van de echtgenoten of wettelijk samenwonende partners opneemt in het gezin, en dat nieuwe gezinslid nog geen 18 jaar is, kan het als 'kind ten laste' (code 1030-37) in plaats van als 'andere persoon ten laste' (code 1032-35) worden aangegeven. Zijn er al twee kinderen in het gezin, dan levert dat derde kind ten laste een extra belastingvrije som op van 4820 euro, tegenover 1510 euro als 'andere persoon ten laste'.

? Ook carpoolers kunnen voor het woon-werkverkeer hun werkelijke beroepskosten bewijzen en gebruikmaken van het forfait van 0,15 euro per kilometer.

Eric is de eigenaar van een wagen en woont samen met zijn echtgenote en zijn zoon in Dinant. Eric werkt in Namen, zijn echtgenote Conny in Luik en zijn zoon Maxime in Borgworm. Alle drie leggen ze elke dag gedurende 230 werkdagen het traject Dinant-Namen (42 kilometer) af. Conny en Maxime doen ook het traject Namen-Luik (63 kilometer) en Maxime het traject Luik-Borgworm (25 kilometer).

Omdat Maxime de langste verplaatsing met de wagen doet, kan hij aanspraak maken op het forfait van 0,15 euro per kilometer. Eric en Conny kunnen dat forfait ook inbrengen, maar met een beperking tot 200 kilometer per dag. Voor de toepassing van het forfait moet de wagen de eigendom zijn van de belastingplichtige, of van de echtgenoot of de wettelijk samenwonende partner, of van de ouders.

De verplaatsingskosten van Maxime bedragen 230 werkdagen x 258 kilometer (82 + 126 + 50 kilometer) x 0,15 euro / kilometer = 8901 euro. Conny komt uit op 230 werkdagen x 200 kilometer (82 + 126 kilometer, beperkt tot 200 kilometer per dag) x 0,15 euro / kilometer = 6900 euro. Voor Eric is dat 230 werkdagen x 82 kilometer x 0,15 euro / kilometer = 2829 euro.

? Uitgaven die recht geven op een belastingvermindering mogen door een derde worden betaald.

De meeste uitgaven die in aanmerking komen voor een belastingvermindering hoeven niet te worden betaald door de belastingplichtige die de kosten inbrengt. Een voorbeeld: een weduwe laat het dak van haar woning isoleren voor 150.000 euro. Ze bezit 50 procent van de volle eigendom en 50 procent van het vruchtgebruik van de woning. Haar enige zoon heeft na het overlijden van zijn vader 50 procent van de blote eigendom geërfd.

Als de vrouw alle werken op haar naam laat factureren, gaat 1450 euro belastingvermindering verloren. Ze heeft recht op een belastingvermindering van 15.000 euro x 30 procent, beperkt tot 3050 euro per woning. Laat ze de factuur van de werken opsplitsen tot 10.000 euro op haar naam en 5000 euro op de naam van haar zoon, dan kunnen ze samen aanspraak maken op een belastingvermindering van 15.000 euro x 30 procent = 4500 euro. De zoon heeft eveneens recht op een belastingvermindering van 1500 euro, of 5000 euro x 30 procent, beperkt tot de helft van 3050 euro per woning (want hij is slechts voor 50 % eigenaar).

Wie de factuur betaalt, is niet langer van belang: de moeder kan de factuur op de naam van haar zoon betalen en de zoon blijft recht hebben op de belastingvermindering.