De speelse filosoof Montaigne schreef over de kunst van het sterven: "Ik wil dat de dood mij aantreft terwijl ik mijn kool plant". Zo hoefde hij zich niet druk te maken over zijn levenseinde, noch over de onafgewerkte tuin. Het is precies op die wijze dat John Goossens, de topman van Belgacom, vorige week vrijdag is heengegaan. Na een plotse hartaanval, midden in een vergadersessie met zijn topkader, op een plek die hem bijzonder dierbaar was: het Formule 1-circuit van Francorchamps.
...

De speelse filosoof Montaigne schreef over de kunst van het sterven: "Ik wil dat de dood mij aantreft terwijl ik mijn kool plant". Zo hoefde hij zich niet druk te maken over zijn levenseinde, noch over de onafgewerkte tuin. Het is precies op die wijze dat John Goossens, de topman van Belgacom, vorige week vrijdag is heengegaan. Na een plotse hartaanval, midden in een vergadersessie met zijn topkader, op een plek die hem bijzonder dierbaar was: het Formule 1-circuit van Francorchamps. De naam van de 57-jarige chief executive officer prijkte ook - tot die dramatische vrijdag - op het lijstje van de tien kandidaten voor de Manager van het Jaar dat u in deze Trends gepresenteerd krijgt (zie blz. 31). John Goossens had een goede kans gemaakt om door u verkozen te worden als meest uitmuntende ondernemer van het jaar 2002. Onder zijn bestuur slaagde Belgacom erin uit te groeien tot (of moeten we zeggen: "over te blijven als") een van Europa's meest solvabele en rendabele telecomoperatoren: geen schulden en vorig jaar een winst van 499 miljoen euro op een omzet van 5,4 miljard. De door de wol geverfde Goossens wist ook als geen ander voor welke gigantische uitdaging de Europese dwerg Belgacom stond: hoe de daling van de inkomsten uit vaste telefonie compenseren nu ook de groei in mobilofonie stagneert? Dat hij in hoogsteigen persoon de fusiegesprekken met het Franse Cegetel voerde, was geen toeval. Dat hij nu door een interimduo wordt opgevolgd, evenmin. Het wegvallen van Goossens laat een vacuüm aan de top na (zie blz. 18). Zijn persoonlijke managementstijl en charisma gaven een surplus en zijn het ultieme bewijs dat een optimaal functionerend bedrijf meer nodig heeft dan een balans met gezonde ratio's. Het is een kritiek die meermaals te horen viel de voorbije jaren, als het op de verkiezing van de Manager van het Jaar aankwam: de onderscheiding is subjectief, want niet meetbaar. En meer nog: ze is irrelevant, want kijk maar naar de Managers van het Jaar die nadien het deksel op de neus kregen. Hierop past een duidelijke en klare repliek. Eén: van de zeventien ondernemers die de voorbije jaren verkozen werden als Manager van het Jaar gingen er welgeteld twee failliet, namelijk Patrick Depuydt (laureaat 1989) en het duo Jo Lernout en Pol Hauspie (1996). Uiteraard zijn dat er twee te veel, maar ondernemen is en blijft risico nemen. Twee: de persoonlijke invloed en meerwaarde van een manager van vlees en bloed zijn inderdaad niet op exacte wijze te meten. Maar ze kunnen wel worden beoordeeld. De tien kandidaten voor de Manager van het Jaar 2002 zijn ondernemers die zich de voorbije twaalf maanden onderscheiden hebben. Maar hun nominatie is geen garantie voor blijvend succes. Het was Ovidius die schreef dat niemand gelukkig mag worden genoemd voor hij dood en begraven is. Hierop parafraserend, zouden we kunnen stellen dat niemand een geslaagd manager kan worden genoemd voor hij zijn laatste levensdag heeft zien verstrijken. Oordeelt u zelf maar over John Cordier (1985), Jo Colruyt (1992), Aimé Desimpel (1993), Johan Mussche (1995), Albert Bert (1997) en Patrick Depuydt. John Goossens had in dit rijtje niet misstaan. Piet Depuydt HoofdredacteurOvidius parafraserend, zouden we kunnen stellen dat niemand een geslaagd manager kan worden genoemd voor hij zijn laatste levensdag heeft zien verstrijken.