De laatste acht gruwelijke dagen in de donkere, ijzige, door de sneeuw meegesleurde tent leefde Robert Falcon Scott zonder voedsel of drank, hitte of licht. Amper achttien kilometer scheidde hem van een voorraaddepot, maar het moet zowat de koudste maart ooit geweest zijn op Antarctica. Geen schijn van kans had de ontdekkingsreiziger. Zijn laatste dagboekaantekening dateert van 29 maart 1912. "Het eind kan niet ver meer zijn," kunnen we opmaken uit het bevende handschrift. Net als zijn twee laatste metgezellen, stierf hij in de recordkoude. Twee andere poolreizigers waren al eerde...

De laatste acht gruwelijke dagen in de donkere, ijzige, door de sneeuw meegesleurde tent leefde Robert Falcon Scott zonder voedsel of drank, hitte of licht. Amper achttien kilometer scheidde hem van een voorraaddepot, maar het moet zowat de koudste maart ooit geweest zijn op Antarctica. Geen schijn van kans had de ontdekkingsreiziger. Zijn laatste dagboekaantekening dateert van 29 maart 1912. "Het eind kan niet ver meer zijn," kunnen we opmaken uit het bevende handschrift. Net als zijn twee laatste metgezellen, stierf hij in de recordkoude. Twee andere poolreizigers waren al eerder omgekomen. Legerkapitein Titus Oates stapte de dood in toen hij tijdens een sneeuwstorm met opzet zijn tent verliet. Hij wilde de anderen niet ophouden met zijn bevroren been. Heroïek en tragedie liggen akelig dicht bij elkaar in De zeventig beroemdste reizen aller tijden. Robin Hanbury-Tenison verzamelde een plejade van auteurs, avonturiers en historici rond zich, die zeventig homerische expedities beschrijven. Het drama van Scott en zijn vier onfortuinlijke metgezellen wordt verteld door Ranulph Fiennes. Begin jaren negentig overleefde Fiennes, samen met de arts Mike Stroud, ternauwernood een monstervoettocht dwars over Antarctica. De pijn, honger, kou en vlagen van sneeuwblindheid beschreef hij in Taaier dan een husky (1994). Foto's en kaarten begeleiden de beschrijvingen. Ze bezorgen het boek een opwaardering van spannende economy naar het Aha van de comfortabele businessklasse. De titelstaart, aller tijden, blijkt geen loze appendix. De uitgave steekt van wal met de migratie die zo'n 100.000 jaar geleden aanving. De mens zwierf toen alleen in tropisch Afrika. Kleine groepen jager-verzamelaars baanden zich stilaan een weg, eerst tot in de Nijlvallei, later naar Azië. De mens is een onvermoeibare migrant. Uiteraard komt ook de lange mars van Hannibal, begonnen in 220 voor Christus, aan bod. Zeventien jaar lang duurde de gewelddadige odyssee door Europa, het oversteken van de Alpen met een leger olifanten incluis. Of bladert u liever door naar de renaissance, naar ontdekkingsreizigers als Christopher Columbus, Vasco da Gama en Ferdinand Magellaan? De negentiende eeuw brengt ons Charles Darwin op de Beagle en Henry Morton Stanley in Afrika. Op het einde krijgt de ontdekkingsreis een andere envergure. Plots ligt de bestemming buiten de aarde. We volgen Neil Armstrong, Buzz Aldrin en Michael Collins op hun Apollovlucht naar de maan. Voor de zeventigste reis doet de samensteller nog een gewaagde stap: onbemande reizen naar andere planeten. Stuit de eerste Marsreiziger straks op hetzelfde drama als Scott in 1912? Hij bereikte de zuidpool, maar merkte pas toen dat de Noor Roald Amundsen de pool al bereikt had. Het moet een bittere doodsstrijd geweest zijn op de huiveringwekkende terugweg. Robin Hanbury-Tenison (red.), De zeventig beroemdste reizen aller tijden. Thoth/Lannoo, 304 blz., 32,50 euro.Luc De Decker