Niet alleen de politiek en de magistratuur staan momenteel ter discussie, ook de rol van de pers. Zo legde de rechtbank van eerste aanleg in Brussel op 18 oktober '96 de commerciële tv-zender VT4 het verbod op om een item over een geschil tussen de verzekeringsmaatschappij RVS en één van haar cliënten in het nieuwe programma Breekijzer uit te zenden. "Overvaltechniek" en een "manifest niet toepassen van het journalistieke beginsel van hoor en wederhoor" waren de woorden die de rechter in zijn uitspraak hanteerde.
...

Niet alleen de politiek en de magistratuur staan momenteel ter discussie, ook de rol van de pers. Zo legde de rechtbank van eerste aanleg in Brussel op 18 oktober '96 de commerciële tv-zender VT4 het verbod op om een item over een geschil tussen de verzekeringsmaatschappij RVS en één van haar cliënten in het nieuwe programma Breekijzer uit te zenden. "Overvaltechniek" en een "manifest niet toepassen van het journalistieke beginsel van hoor en wederhoor" waren de woorden die de rechter in zijn uitspraak hanteerde. Leo Neels, hoogleraar mediarecht aan de KU-Leuven en UIA en advocaat bij Loeff Claeys Verbeke, nam in deze zaak de verdediging van RVS op zich. "Er is geen enkel alibi ook niet dat van de persvrijheid waarmee journalisten ontsnappen aan de plicht om hun job correct te doen," zegt hij. We vroegen hem om uitleg. TRENDS. Heeft de pers volgens u te veel macht ? LEO NEELS. Neen, ik ben een fervent verdediger van de expressie- en persvrijheid. Omdat ik sterk geloof in de grondslag ervan : de democratie en de rechtsstaat. Wij moeten ons realiseren dat de persvrijheid maar in ongeveer 30 staten in de wereld bestaat. Het is een schaars en waardevol goed dat rechtstreeks verbonden is met de democratische samenleving. Zo is de wijze waarop de media de zaak van de verdwenen meisjes heeft behandeld, uiterst belangrijk. Maar ik maak me zorgen. Als wordt gepleit voor persvrijheid in aangelegenheden van publiek belang, dan moeten de media hun huiswerk doen. Zij moeten professioneel en deontologisch correct optreden. Paragraaf 2 van artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens heeft het over plichten en verantwoordelijkheden. De rechterlijke uitspraak in de zaak Breekijzer gaat bij mijn weten voor het eerst zo extensief op die eisen in. De rechter heeft het over woord en wederwoord ?Inderdaad, het journalistieke onderzoek dat insluit dat men de verschillende klokken meestal twee, soms meer op gelijkaardige, vrijwel gelijke wijze zou behandelen. De pers mag niet op voorhand een kant kiezen, ook niet die van de kleine man. De deontologie schrijft voor dat de journalistiek onpartijdig moet zijn. Veel bedrijven weigeren journalisten zo'n wederwoord.Elk bedrijf met een relevante grootte heeft een verantwoordingsplicht. En dit geldt zowel voor het management, het bestuur als de aandeelhouders. Uiteraard hoeven zij zich niet te verantwoorden over elk ondernemingsdetail of zakengeheimen prijs te geven. Maar het algemene economisch opereren van hun bedrijf is wel een public issue en terecht, want dit bedrijf krijgt subsidies, geniet van het wegennet, van alle overheidsinvesteringen daaromtrent, van de arbeidswetgeving enzovoort. U vindt echter dat sommige journalisten hun persvrijheid te ruim aanwenden ?Laat mij een voorbeeld geven. Onlangs verscheen een boek over de handel en wandel van een Antwerpse pr-man ( nvdrRaoul Stuyck). Iemand vertelde mij hoe hij na vluchtige lectuur vaststelde dat zijn naam meermaals in het boek wordt vermeld. Nochtans is deze persoon nooit in de betrokken rechtsprocedure genoemd geweest, hij bevindt zich niet onder de gedaagden en komt niet voor in het gerechtelijk dossier. Hij was terecht verbouwereerd : "Hoe kan dat nu ? Ik kom voor in hun boek en de auteurs spreken niet eens met mij ?" Mijn oordeel is dan : er is niets fout aan een journalist die zegt : meneer, ik heb een aantal stukken bestudeerd, die brengen mij tot een feitelijk verhaal en bepaalde inzichten, u komt daarin aan bod, ik confronteer u daarmee, hoe is uw reactie hierop ? In veel gevallen is de pers tegen wil en dank in de rol van openbaar aanklager gedrongen.Dat zou een volstrekt onjuiste reactie zijn. De rechtspraak erkent expliciet de belangrijke rol van de media. Het Hof van de Rechten van de Mens in Straatsburg heeft het over the public watchdog of democracy en vermeldt ook de keerzijde : because of the right of the public to be informed. En net daarom moet de pers zich profileren als een onderzoeksrechter, zowel ten laste als ten ontlaste. Zij moet onpartijdig zijn. De pers is geen parket, geen inquisitie en moet evenmin een advocaat zijn. Ik besef dat de rol van de pers onder grote druk is gekomen. Onze formele democratie werkt niet meer. Institutioneel is het parlement de tegenhanger van de regering, maar doordat men daar lateraal doorsnijdt en zegt dat alleen meerderheid versus oppositie telt, is het proces lamgelegd. De democratische dialoog is gesaboteerd door partijpolitieke afspraken. Dit is een volstrekt perfide systeem, een cynische interpretatie van de Grondwet. Maar juist in die omstandigheden zeg ik aan de journalist : handle with care. De maatschappij appelleert veel meer aan u juist omwille van haar recht op juiste informatie. De professionele, deontologische druk op uw beroep is zoveel groter geworden. Zet een rechterlijke beschikking zoals in de zaak- Breekijzer de deur niet open voor een sluipende censuur van de pers ? De zaak is nog aanhangig. Op die vraag kan en wil ik dus niet ingaan. Maar in het algemeen hoeft zo'n uitspraak niet de begrafenis van de persvrijheid te zijn, gelet op het uitzonderlijke karakter ervan. Ik geloof dat de voorzitters van de rechtbank die geroepen zijn om urgent in zo'n zaak te beslissen, zeer goed weten waarmee ze bezig zijn. En men moet van zeer goeden huize zijn om zo'n maatregel te verkrijgen. Dat wil zeggen, de bewijslast voor wie dit vordert, ligt systematisch hoog. En terecht. Zou het volgens u een gezonde ontwikkeling zijn als de pers extern wordt gecontroleerd ?In geen geval. De pers moet zo vlug mogelijk zélf een corpus van jurisprudentie uitwerken en elke autoriteit wantrouwen die haar redactioneel, inhoudelijk een deontologie zou voorschrijven. Máár dan moet dat in uw beroepsvereniging een absolute prioriteit zijn. Publiceer er ook over. Ga er niet vanuit dat elke journalist goed is of dat elk item correct is : dat is een vooroordeel. De pers kan haar positie perfect vrijwaren als ze aan een goede zelfcontrole en autodiscipline doet. Eigenlijk is dit de evidentie zelve en precies datgene wat de journalisten van de politiek vragen : meneer, doe uw job. PIET DEPUYDT