Gespierde arbeiders in blote bovenlijven, die werken in de smoorhete gloed van een staalwalserij. Schilders brachten het labeur in de fabrieken eind negentiende eeuw vaak heroïsch in beeld, maar de werkomstandigheden waren er keihard. Het Industriemuseum laat in een nieuwe expo zi...

Gespierde arbeiders in blote bovenlijven, die werken in de smoorhete gloed van een staalwalserij. Schilders brachten het labeur in de fabrieken eind negentiende eeuw vaak heroïsch in beeld, maar de werkomstandigheden waren er keihard. Het Industriemuseum laat in een nieuwe expo zien hoe arbeid sinds die tijden ingrijpend is veranderd. In de twintigste eeuw werd de arbeidsduur stap voor stap teruggeschroefd. Acht uur werken, acht uur vrije tijd, acht uur slapen was allang een eis van de vakbonden. Arbeidsveiligheid kreeg meer aandacht. Langzaam groeide het besef dat de kostprijs van werkuitval groter is dan die van preventie. Nieuwe begrippen deden hun intrede: beroepsziekten, arbeidsgeneeskunde, sociale inspectie, ergonomie, EHBO. In 1930 ging in Antwerpen een heus Veiligheidsmuseum open, nu het Veiligheidsinstituut binnen de AP Hogeschool. Met de tijd ging steeds meer aandacht naar psychisch welzijn op het werk. Eind negentiende eeuw beschreven psychiaters een vorm van emotionele en fysieke uitputting die vooral intellectuelen en de burgerij trof. Ze gaven die de naam 'neurasthenie'. Vanaf de jaren 1970 werd er meer onderzoek naar verricht. De ziekte kreeg een nieuwe naam: burn-out. Ze groeide uit - de term 'burn-outpandemie' maakte opgang - tot een van de belangrijkste gezondheidsrisico's op de werkvloer.