Na een decennium van achteruitgang kwam de kapitaalvloed naar de opkomende landen in 2016 opnieuw op gang. Dat is goed nieuws. Een toename van de kapitaalstromen kan, als ze aanhoudt, een welgekomen duwtje geven aan zowel de geavanceerde economieën, die meer hoogrenderende investeringsmogelijkheden kunnen gebruiken, als aan de opkomende economieën, die meer jobs nodig hebben. Jammer genoeg dreigt een mix van populisme en nationalisme te verhinderen dat de wereld voordeel haalt uit de kansen die zich aandienen, nu de bevolking op arbeidsleeftijd toeneemt in de ontwikkelingslanden en krimpt in de rijke landen.
...

Na een decennium van achteruitgang kwam de kapitaalvloed naar de opkomende landen in 2016 opnieuw op gang. Dat is goed nieuws. Een toename van de kapitaalstromen kan, als ze aanhoudt, een welgekomen duwtje geven aan zowel de geavanceerde economieën, die meer hoogrenderende investeringsmogelijkheden kunnen gebruiken, als aan de opkomende economieën, die meer jobs nodig hebben. Jammer genoeg dreigt een mix van populisme en nationalisme te verhinderen dat de wereld voordeel haalt uit de kansen die zich aandienen, nu de bevolking op arbeidsleeftijd toeneemt in de ontwikkelingslanden en krimpt in de rijke landen. In 2017 groeit de werkende bevolking in de minst ontwikkelde landen elke maand met meer dan 1,1 miljoen nieuwelingen. Tegen 2030 zijn er dat 1,7 miljoen. Industriële productie en de gestage toevloed van kapitaal die nodig is om die te financieren, zullen bepalen of die veranderingen in de ontwikkelingslanden dividenden of catastrofes opleveren. Meer spaargeld van de stagnerende rijke landen afleiden naar productieve investeringen in arme landen, zou de wereldgroei stimuleren en het rendement van het pensioensparen in de vergrijzende rijke wereld opkrikken. Het gevaar bestaat dat die wederzijdse baten er niet komen. Ondanks de recente verbetering, staan de kapitaalstromen naar de opkomende economieën op hun laagste peil sinds de jaren tachtig, toen de leiders van wat toen nog de Derde Wereld heette, niet-ingezetenen expliciet verboden in hun landen te investeren. Drie decennia lang vrijere goederen- en kapitaalstromen hebben de levensstandaard verhoogd en de inkomensongelijkheid tussen landen verminderd. Maar vandaag zorgt de toenemende ongelijkheid tussen landen voor reacties tegen de globalisering. Naarmate in de Verenigde Staten de verdeeldheid toenam omdat geen van beide presidentskandidaten de vrijhandel openlijk steunde en de Europese Unie kreunde onder de brexit, bereikten de weerzin en de weerstand tegen globalisering een ongezien hoogtepunt in 2016. Tekens dat ze zullen afnemen zijn er niet. Zelfs het IMF, de waakhond van de wereldmarkten en ooit een felle voorstander van vrije kapitaalbewegingen, heeft kapitaalcontroles in bepaalde omstandigheden openlijk ondersteund en daardoor de reactie tegen de globalisering geschraagd. Nu de vrijhandel en de migratie onder vuur komen te liggen, is er behoefte aan een omvangrijke belastinghervorming. De dreiging van zeer strenge wetgeving tegen firma's die proberen kapitaal over te brengen naar plaatsen waar het op zijn best kan renderen, is een grote rem om in de ontwikkelingslanden fabrieken te financieren, te bouwen en te onderhouden. Rijke landen moeten de wederzijdse voordelen erkennen van een beleid dat ordelijke en duurzame kapitaalstromen van de ontwikkelde wereld naar de opkomende markten mogelijk maakt. Het alternatief is dat we ons moeten opmaken voor een nog grotere migratiedruk als miljoenen mensen - vooral jongeren - uit Egypte, India, Nigeria, Pakistan en de Filipijnen de arbeidsmarkt betreden zonder enig vooruitzicht op een zinvolle bezigheid en ze dan maar in de rijke landen gaan zoeken.De auteur is decaan van de School of Business aan New York University. Peter Blair HenryRijke landen moeten de wederzijdse voordelen erkennen van een beleid dat ordelijke en duurzame kapitaalstromen mogelijk maakt.