Net zoals de banken Bazel III zullen moeten respecteren, zal ook de verzekeringssector nieuwe normen op het gebied van (prudentieel) eigen vermogen moeten naleven. Solvency II is echter een zuiver Europees initiatief en zal dus in tegenstelling tot Bazel III niet van toepassing zijn op alle grote financiële centra ter wereld.
...

Net zoals de banken Bazel III zullen moeten respecteren, zal ook de verzekeringssector nieuwe normen op het gebied van (prudentieel) eigen vermogen moeten naleven. Solvency II is echter een zuiver Europees initiatief en zal dus in tegenstelling tot Bazel III niet van toepassing zijn op alle grote financiële centra ter wereld. Het Solvency II-proces is geen rechtstreeks gevolg van de crisis, aangezien het in 2003 al gelanceerd werd met de oprichting van het Comité van Europese toezichthouders op verzekeringen en bedrijfspensioenen (CEIOPS), dat de Euro-pese Commissie advies geeft met betrekking tot de uitvoeringsmaatregelen voor de nieuwe normen. Het spreekt echter voor zich dat de crisis een sterke impact heeft gehad op de evolutie van de ontwikkeling van de normen. CEIOPS heeft zich met zijn plannen trouwens al meermaals de woede van de verzekeraars op de hals gehaald. Solvency II is meer dan alleen een wijziging op het vlak van de kapitaaleisen. Het is een compleet nieuwe benadering van de solvabiliteit van verzekerings- en herverzekeringsmaatschappijen. Op dit moment voorziet Solvency I minima die afhankelijk zijn van premiebedragen en schadegevallen. Solvency II is echter gebaseerd op de risico's die verzekeraars daadwerkelijk lopen, net zoals bij de Bazel-normen voor de banken. Er is al besloten dat de solvabiliteitsvereisten zullen overeenstemmen met een Value at Risk (VaR) van 0,5 % (of 1 op 200), wat betekent dat de maatschappijen voldoende eigen vermogen zullen moeten hebben om solvabel te kunnen blijven in het slechtst mogelijke jaar over een periode van 200 jaar. Naast die solvabiliteitsvereiste wordt er nog een tweede minimumeis op het vlak van kapitaal ingevoerd. Die laatste zou tussen 25 en 45 % lager liggen dan de solvabiliteitsdrempel, maar als de maatschappij die minimumeis niet respecteert, zou ze onder voogdij worden geplaatst van haar toezichthouders. Om de VaR en de solvabiliteitsmarges te kunnen berekenen, is het echter nodig om het deel van de activa dat risico loopt evenals de bedragen die in aanmerking kunnen worden genomen voor het prudentiële eigen vermogen, te berekenen. Het zijn precies die formules die momenteel worden uitgewerkt door CEIOPS en de Europese Commissie. Binnenkort zal er een nieuwe versie worden getest in het kader van een vijfde kwantitatieve impactstudie (QIS5), die bestaat uit een uitvoerige test bij de verzekeringsmaatschappijen. Het is op het niveau van die QIS5 dat de impact van de financiële crisis zich laat voelen. CEIOPS wilde effectief strenger zijn in vergelijking tot QIS4, terwijl de verzekeraars van mening zijn dat de nieuwe specificaties overdreven voorzichtig zijn. De Franse federatie van verzekeringsmaatschappijen heeft een schatting gemaakt van de impact van Solvency II zoals voorzien in het advies van CEIOPS voor QIS5 in januari. Zoals u kunt zien in de tabel 'Eigen vermogen van de Franse verzekeraars', zullen de kapitaaleisen met 3 à 4 worden vermenigvuldigd, waardoor de bedrijven sterk ondergekapitaliseerd zullen zijn. Globaal genomen, schat men dat er 30 à 75 % extra kapitaal nodig zal zijn ten opzichte van de specificaties van QIS4, wat ook een impact zal hebben op de verzekeringspremies (stijging van 5 à 20 %) en op het rendement van het pen-sioensparen (daling van 30 à 50 %). De Europese Commissie heeft de grieven van de verenigingen die de verzekeraars vertegenwoordigen, aangehoord en heeft de initiële eisen van CEIOPS voor QIS5 een beetje afgezwakt. De waarnemers zijn van mening dat de Commissie heeft gekozen voor een middenweg tussen de specificaties van QIS4 en de prespecificaties van CEIOPS voor QIS5. De dekkingsvereisten voor risico's zullen bijvoorbeeld 1,5 % per jaar bedragen voor een bedrijfsobligatie met AA-rating, 25 % voor vastgoed of 45 % voor aandelen uit een OESO-land. Ondanks de huidige crisis zal die vereiste 0 % bedragen voor de staatsobligaties van OESO-landen en EER-landen (Europese Economische Ruimte). Voor de verzekeraars blijft dat echter onvoldoende. Zij schermen met het doembeeld van massale herkapitalisaties, die de financiële markten hard zullen treffen. Ze waarschuwen ook dat de buitenproportioneel zware vereisten voor aandelen en bedrijfsobligaties een impact zouden kunnen hebben op de financiering van de economie. Alleen al in Frankrijk investeren verzekeraars in totaal 850 miljard euro in bedrijven. De strijd om de specificaties van de QIS5, waarvan de definitieve versie verwacht wordt in de zomer, zal ongetwijfeld een cruciale stap zijn voor de nieuwe Solvency II-normen. De verzekeraars zullen echter eerst nog gehoord worden door de Europese Commissie. Volgens ons is het zeer waarschijnlijk dat de maatregelen die in 2011 zullen worden goedgekeurd, iets soepeler zullen zijn dan de prespecificaties van QIS5, zodat het ophalen van fondsen beperkt zal blijven. De implementatie van Solvency II zal talrijke inspanningen vergen van de verzekeraars, die behalve de nieuwe solvabiliteitsvereisten (de eerste pijler van Solvency II) ook de tweede en derde pijler zullen moeten respecteren. De tweede pijler heeft betrekking op het kwalitatieve aspect van de solvabiliteit, meer bepaald interne controle, risicobeheer en corporate governance. Dat impliceert een grondige reorganisatie van de adminis-tratieve werking van verzekerings- en herverzekeringsmaatschappijen. De derde pijler heeft betrekking op de gegevens die deze laatste bekend moeten maken aan verzekerden, investeerders en toezichthouders. Als de verzekeringssector niet te zwaar getroffen wordt door het invoeren van Solvency II, zullen de herverzekeraars kunnen profiteren van de strengere solvabiliteitseisen. Tal van verzekeraars zullen immers liever aankloppen bij de herverzekeraars dan rechtstreeks kapitaal te moe-ten ophalen op de markten of meer risicovolle activa te moeten verkopen. Enkele voorbeelden zijn Swiss Re (ISIN-code: CH0012332372; Beurs van Zürich; 49,49 CHF) en Munich Re (ISIN-code: DE0008430026; Beurs van Frankfurt; 108,00 EUR). (C) Door Cédric BoitteDe herverzekeraars zouden kunnen profiteren van de strengere solvabiliteitseisen.