Het strategische onderzoekscentrum Flanders Make werd op 20 oktober 2014 als samenbundeling van de Vlaamse onderzoekscentra FMTC (Flanders' Mechatronics Technology Centre) en Flanders' Drive met de onderzoekslabo's van de vijf Vlaamse universiteiten officieel gelanceerd. Een goede maand daarvoor kwam Dirk Torfs als algemeen directeur in dienst.

In oktober nam Flanders Make deel aan de Openbedrijvendag. Zo'n 1200 bezoekers zagen een tiental realisaties van het centrum zoals een intelligente maaidorser, een wagen met elektrische aandrijving en een fruitplukrobot.

Dirk Torfs: "Het was de eerste keer dat we als Flanders Make naar het grote publiek gingen. We hebben geprobeerd onze innovaties zo begrijpelijk mogelijk te tonen. We zijn bezig met dingen die de dagelijkse leefwereld van de mensen veranderen. We werken samen met de bedrijven aan de globale trends als duurzaamheid en milieu. We leggen de brug tussen het universitaire en het industriële onderzoek."

Hoe kijkt u terug op dat eerste jaar?

DIRK TORFS. "Het was een dynamisch jaar met veel uitdagingen en onvoorspelbare dingen. Daar moet je op anticiperen. Veranderingen creëren mogelijkheden voor bedrijven. Ons samenwerkingsmodel is complex, dat is een uitdaging. Onze stakeholders hebben verschillende behoeften. We moeten daarom de neuzen in dezelfde richting krijgen. We hebben ook universitaire partners. Zij staan niet op onze payroll. Het universitaire onderzoek moet zich ook deels richten op het industriële onderzoek. FMTC en Flanders' Drive zijn afgelopen jaar samengegaan en 2016 wordt het jaar van de integratie."

U was een buitenstaander. Was dat noodzakelijk?

TORFS. "Ik heb een industriële en een managementachtergrond. Ik heb kennis van onderzoek en weet wat bruggen leggen is. Als je van buiten het bedrijf komt, is het grote voordeel dat je geen kleur hebt, dat je neutraler kunt opereren in functie van de doelstellingen. Je wordt niet geremd door een voorgeschiedenis."

Hoe is Flanders Make in de business-to-businessomgeving ontvangen?

TORFS. "De bedrijven staan er heel sterk achter. Ze waren mee de initiatiefnemers en ze begrijpen de impact ervan op de toekomst. We hebben een netwerk van bedrijven waarmee we samenwerken. Die cocreatie zorgt voor innovatie. Stoppen met innoveren is achteruitgaan. De maakindustrie is de motor van de economie en groeit sneller dan de rest van de economie. 80 procent van O&O zit in de maakindustrie, 80 procent van de export wordt gedaan door de maakindustrie. Het is heel belangrijk voor Vlaanderen dat politiek de maakindustrie blijft ondersteunen."

U zei vorig jaar ook dat u productie uit het buitenland naar ons land wil terughalen?

TORFS. "Het zal een mix worden tussen productie in China en bij de lokale bedrijven. Het onderzoek en de kritische componenten zullen in Vlaanderen blijven. In China zullen de commodities gemaakt worden. Ik geloof dat de productie op termijn weer naar Vlaanderen zal komen, onder meer om ecologische reden. Bedrijven willen ook niet langer zes weken tot drie maanden wachten op hun goederen. Bovendien stijgen de loonkosten in China. We moeten naar mass customization gaan. We moeten de producten afstemmen op de individuele noden van de klant."

Waar bent u trots op?

TORFS. "Op wat we in het eerste jaar gerealiseerd hebben. Ik ben de dirigent van het orkest waarin iedereen gemotiveerd zijn rol vervult. Zo gaat de organisatie vooruit."

AVP

"We leggen de brug tussen het universitaire en het industriële onderzoek"