Neen, ik was er niet bij op het World Economic Forum in Davos. Waarschijnlijk omdat ik niet kan skiën.
...

Neen, ik was er niet bij op het World Economic Forum in Davos. Waarschijnlijk omdat ik niet kan skiën. Ik weet dus niet wat ik allemaal heb gemist. Waarschijnlijk informele babbels met ministers en prinsen, met CEO's en topacademici. Luisteren naar voordrachten van de allerslimste bewoners van deze planeet. Je weet wel, nét die mensen die alle problemen hebben veroorzaakt die ze in Davos moeten oplossen. Cocktails met de machtigen der aarde. En jezelf belangrijker voelen dan ooit. Als zoveel 'mooi' volk samen zit, dan moet leiderschap wel een topthema zijn. En leiderschap boeit mij al jaren. Niet alleen heb ik er ooit nog een doctoraal proefschrift over geschreven, maar ik vind het in de praktijk ook al zo moeilijk. En daar sta ik niet alleen mee. Zowat iedereen klaagt over gebrek aan leiderschap. En als er dan ergens ter wereld 'echte' leiders actief zijn, dan is dat blijkbaar vooral om ambassades te bestormen, andersdenkenden systematisch te beledigen, of de boel in brand te steken. Kortom, waar zijn toch alle goede leiders heen? Ik ken het antwoord op die vraag. Ze zaten in Davos. De sprekers waren echt niet de minsten: Larry Summers, voorzitter van Harvard, Peter Brabeck, voorzitter van Nestlé, Craig Barrett, voorzitter van Intel. Ik word al weemoedig van de idee alleen al dat ik al die wijze woorden uit de mond van die heren zelf had kunnen horen. 'Verrassende' en 'boude' uitspraken. Gelukkig zijn er journalisten die het voor mij hebben neergeschreven en op mijn beurt vat ik voor u even al die wijze woorden samen. Ik doe het alsof het een powerpointpresentatie is, dan bent u al wat in de stemming; nu alleen nog uw kamer half verduisteren: De wereld is aan het veranderen. China en India zorgen voor een revolutie. De tijd is aan het versnellen. Alles gaat veel 'sneller'. De grote regio's zijn uit elkaar aan het groeien. Er is geen 'global village'. Heel grote bedrijven kunnen zich moeilijk aanpassen. Er zijn radicaal nieuwe technologieën die zelfs de grote spelers bedreigen. Je beste medewerkers moet je verdienen, elke dag opnieuw. Je moet een cultuur creëren waarin ideeën kunnen opborrelen. Je moet je projecten afwerken en niet telkens nieuwe opstarten. Je moet een gezond gebrek hebben aan respect voor het onmogelijke. Als ik dergelijke lijstjes zie, dan maak ik me geen zorgen over mijn persoonlijke toekomst. Zo'n verrassende en boude uitspraken kan ik (behalve de laatste) zelf ook wel vinden, tien per dag als het moet... Dat gezond gebrek aan respect voor het onmogelijke vond ik wel leuk. Maar ja, het kwam dan ook van de stichter van Google. Ik ben onmiddellijk vijf wilde ideeën gaan uittesten, zowat overal. Iedereen vroeg me "bewijzen", een "businessplan" of "werk het nog wat verder uit". Ikzelf vond die uitspraak "gebrek aan respect voor het onmogelijke" dus wel leuk, maar mijn gesprekspartners duidelijk niet. Ze waren allesbehalve enthousiast. Ze zeiden stuk voor stuk: "Maar Marc, dat is onmogelijk!" Nu ja, ze waren ook al niet in Davos. En ze hadden waarschijnlijk de betere zakenpers niet gelezen. Toch ben ik diep beginnen na te denken over dat gebrek aan respect voor het onmogelijke. Want nu weet ik het beter dan ooit. Over het onmogelijke kan je met heel grote waarschijnlijkheid zeggen dat het onmogelijk is. Water in wijn veranderen. Iedereen tweetalig maken in dit landje. Bush staatsman maken en hem verder laten kijken dan dollars teruggeven aan wie hij schatplichtig is. De meeste dingen die onmogelijk zijn, zijn ook onmogelijk. Zo eenvoudig is dat. Ja ja, Google is er. En de vriend van de nicht van uw poetsvrouw heeft de lotto gewonnen. Dat leek echter onwaarschijnlijk, niet onmogelijk. Wisdom of crowds. Het hoogtepunt van al dat intellectueel geweld was de voorstelling van een grootschalig onderzoek bij 50.000 burgers in 68 landen. En wat komt er uit die wisdom of crowds? Stijgende olieprijzen zijn het grootste risico en omgaan met nieuwe technologieën is een supergrote uitdaging. Ook daar ben ik lang bij blijven stilstaan. Kan men dan niet met nieuwe technologieën onze afhankelijkheid van olie drastisch verminderen? Of is de grootste uitdaging misschien niet: aan mensen die zich in comfort wentelen uitleggen dat ze misschien heel even wat minder comfort zullen hebben...? Dat stond niet in de enquête. Waarschijnlijk opgesteld door Amerikanen. Wat zou een 'echte' leider zeggen van al dat intellectueel geweld? Van al die verrassende data met hoge informatiewaarde? Ik vermoed dat een groot leider vooral zou zwijgen. En naar de lucht kijken. En hopen dat hij een vogel ziet voorbijvliegen, op weg naar een onbekende bestemming. Misschien zelfs naar Davos. De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School. Reacties: marc.buelens@trends.be Marc Buelens