Belgische werkgevers werven liever geen Nederlandse werknemers aan. Die zouden té mondig, té kritisch en minder gemotiveerd zijn.
...

Belgische werkgevers werven liever geen Nederlandse werknemers aan. Die zouden té mondig, té kritisch en minder gemotiveerd zijn.Belgische werkgevers zitten vol vooroordelen over Nederlandse werknemers. Nederlanders tonen een lagere arbeidsinzet, het ontbreekt hen aan motivatie, ze zijn meer ziek dan Belgische werknemers en ze zijn té mondig. Zelfs de VDAB-konsulenten en de uitzendkrachten uit de grensgebieden kennen de vooringenomenheid van de Belgische werkgevers : zij sturen makkelijker een "buitenlander" dan een Nederlander naar een Belgische onderneming.Eén en ander blijkt uit de studie Grensarbeid in de Euregio Maas-Rijn over de werkgevers aan de diverse zijden van de landsgrenzen. Aan het LUC in Diepenbeek deden professor Mieke Van Haegendoren en medewerker Patrick Doumen hun deel van het werk.Van Haegendoren en Doumen gingen na waarom werkgevers grensarbeiders aantrekken. Maar ze wilden meteen ook weten waarom de pendelstromen van de grensarbeiders vooral oostwaarts gericht zijn : van België naar Nederland en van Nederland naar Duitsland, maar nauwelijks of niet in omgekeerde richting.Blijkt nu dat de Belgische ondernemer zich bij de aanwerving van personeel nogal laat leiden door mentaliteitsverschillen. Hun Nederlandse en Duitse kollega's hechten daar amper belang aan. Nederlandse werkgevers menen dat Belgische werknemers volgzamer zijn dan de Nederlandse krachten, dat ze meer respekt tonen voor hun bazen, dat ze zich meer inzetten voor hun werk én minder ziek zijn. Maar dat betekent niet dat ze steevast op zoek gaan naar Belgen.Rationele overwegingen, een hogere produktiviteit of een tekort aan werkkrachten in eigen land zijn trouwens nauwelijks redenen om arbeiders van over de schreve aan te trekken, zo blijkt uit de studie. Traditie, verhuizing of reorganizatie van de bedrijfsaktiviteiten blijken eerder te bepalen of een werkgever grensarbeiders aantrekt. In het verleden leidden tekorten op de Nederlandse en Duitse markt tot een stroom van Belgische, merendeels ongeschoolde, grensarbeiders. Die trokken onder meer richting Philips in Eindhoven of Nedcar in Born. Vandaag spelen tekorten op de arbeidsmarkt nog amper een rol, maar de traditie wèl : wie een grensarbeider heeft bij zijn kennissen- of familiekring lijkt al makkelijker de stap te zetten om aan de andere kant van de grens te gaan werken.Sociale, fiskale en administratieve regels of wisselkoersschommelingen weerhouden de werkgever dan weer niet om over de grens werknemers aan te trekken. Dat hoeft ook niet : de last van die barrières wordt nog steeds volledig afgewenteld op de grensarbeiders zelf.GRENSARBEIDERS. De pendelstroom trekt oostwaarts.