Leren met vallen en opstaan

"Ook al was ik er al eerder geweest, toch bleek het een cultuurschok om in zuidelijk Afrika te werken. De arbeiders zijn heel sympathiek, maar ook lichtgeraakt: anders dan in België nemen ze haast alles letterlijk op. Niet zo makkelijk als je graag grapjes maakt. Het is ook wennen aan het feit dat alles hier trager gaat, zelfs al hebben ze beloofd er vaart achter te zetten. Ze hebben gewoon een ander begrip van tijd en van service; daar moet je mee leren leven."
...

"Ook al was ik er al eerder geweest, toch bleek het een cultuurschok om in zuidelijk Afrika te werken. De arbeiders zijn heel sympathiek, maar ook lichtgeraakt: anders dan in België nemen ze haast alles letterlijk op. Niet zo makkelijk als je graag grapjes maakt. Het is ook wennen aan het feit dat alles hier trager gaat, zelfs al hebben ze beloofd er vaart achter te zetten. Ze hebben gewoon een ander begrip van tijd en van service; daar moet je mee leren leven." "De arbeiders mogen hier dan al minder productief zijn dan in België, ze werken wel méér. Zelf vind ik het belangrijk nog meer te werken dan mijn staf. Mijn werknemers zien dat ik hard werk en respecteren me daarvoor. Als ik een afspraak heb, maak ik aantekeningen en stuur ik meteen na de vergadering een verslag naar mijn gesprekspartner. Die gewoontes uit mijn consultancytijd maken een goede indruk." "Sinds drie jaar werk ik echt graag. Mijn dag begint om half zeven: dan start ik de machines op en check ik het materiaal. Omstreeks acht uur lees ik mijn e-mails en van negen tot vijf uur vind je mij in mijn kantoor: afspraken maken, telefoneren, verkopen. Rond het middaguur lunch ik met mijn staf en vervolgens wandel ik opnieuw door de fabriek. Om vijf uur gaat het personeel naar huis. Ik controleer dan of alles in orde is en houd me bezig met geldzaken en met de boekhouding. Ik bel twee keer per week naar Roch, die in België woont, om verslag uit te brengen. Rond zeven of acht uur ga ik naar huis." "Ik vind het fijn in Johannesburg te werken, maar in Zambia voelde ik me beter. Ik werkte dolgraag in die kleine fabriek op het platteland. Iedereen kende me en ik voelde me er veilig. Als ik van Johannesburg naar het platteland wil gaan, moet ik minstens drie uur rijden om de stad uit te raken. Het is ook een onveilige stad. Ik doe hier trouwens ook heel ander werk. In Zambia hield ik me zowel met de productie als met de verkoop en de distributie bezig: ik reed soms 100 kilometer door de rimboe om mijn producten te verkopen in de dorpen. Vandaag worden onze producten verkocht in de supermarkten. Mijn job is dus meer en meer die van een manager." "Roch en ik geloven heel sterk in maïs, het basisvoedsel van zuidelijk Afrika. De mensen eten hier enorm veel maïs en dus ook veel snacks op basis van maïs. In Zambia heb ik op een boerderij gewerkt: ik weet dus hoe maïs te verbouwen en fijn te stampen. Het is onze bedoeling een volledig gamma gezonde en voedzame maïssnacks in de markt te zetten. Wij gebruiken daarvoor geen popcornmaïs, zoals vaak het geval is, maar een variëteit die minder zetmeel bevat en waarvan de nutritionele eigenschappen een pak interessanter zijn." LARA VAN DIEVOETHoe gaan 'et? * *Hoe maakt u het? in het Afrikaans