Een tentoonstelling in de Royal Academy in Londen belicht de laatste kwarteeuw van Georges Braques leven en werk.
...

Een tentoonstelling in de Royal Academy in Londen belicht de laatste kwarteeuw van Georges Braques leven en werk. Het verhaal wil dat ze samen het kubisme uitgevonden hadden. De ene was een Spanjaard, Pablo Picasso. De andere, Georges Braque, een Fransman. Voor het gemak leren de geschiedenisboekjes nu ook dat ze met hun uitvinding het definitieve startsein voor de moderne kunst hadden gegeven. Maar Picasso was snel en onbetrouwbaar als een knipmes, en Braque stil en traag, en het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog had meteen ook hun relatie laten exploderen. Aan succes zou het Braque later niet ontbreken, maar het werk dat hij na die vijf jaar collaboratie met Picasso produceerde, en dat al met al toch een periode van vijftig jaar beslaat, werd alras door diezelfde geschiedenisboeken vergeten. Een tentoonstelling in de Royal Academy in Londen belicht nu de laatste kwarteeuw van Braques leven. Ze begint bij het uitbreken van de tweede oorlog, toen zijn lyrische stillevens plots weer een wrange ondertoon kregen. Het was overigens typisch voor Braque dat hij in tegenstelling tot zovele anderen tijdens de bezetting in Parijs bleef. Zijn universum had hij immers vakkundig gereduceerd tot zijn eigen atelier, waar hij op haast mystieke wijze met de objecten jongleerde om de ruimte en haar verhoudingen te analyseren. Uit de 44 schilderijen die in de Royal Academy hangen, mag blijken hoezeer hij daarbij wel trouw was gebleven aan het kaleidoscopische perspectief van het kubisme, dat hij reeds als jonge man hanteerde om komaf te maken met het eenduidige perspectief dat hem vooraf was gegaan. Wie nu naar de Londense tentoonstelling kijkt, denkt daarbij : jammer. Op enkele uitzonderingen na lijkt Braque in dat late kubistische werk immers verloren te lopen in zijn eigen gedachten, en wat blijft is dan vaak een rommeltje en gehakkel. Maar gelukkig zijn er ook die doeken waar Braque die wat dorre analyses van zich af had gezet, en zijn emotie tot een kreet had samengebald. Zo hangt in de eerste zaal bijvoorbeeld een prachtige Vanitas (stilleven met schedel), uit de Claude Laurens-collectie, een schilderij waarin hij de oorlogsangst in een hoogst bevreemdende purperen gloed heeft gevat. Een meesterwerk. Later, in de jaren vijftig, zou hij zich in zijn Normandische studio in Varengeville nog aan een aantal landschappen à la Van Gogh wagen. In zijn kubistische schilderijen had hij zich door het mengen van verf, zand en as aan een aantal experimenten in reliëfschilderen gewaagd, maar op een of andere manier leken die pogingen nooit echt voldragen. Alsof dat wiskundig gepieker hem in de weg zat. In zijn lyrische landschappen en zijn welhaast abstracte taferelen met zwarte vogels laat hij zich echter helemaal gaan, en het resultaat is prachtig. Die taferelen hangen in de derde en laatste zaal. Wie verder loopt, stuit zoals dat in de Royal Academy wel vaker gebeurt op een gesloten deur, en wordt opnieuw naar af verwezen. Heel mooi is dat, als ervaring, en zeker bij Braque. De meester zit al een zaal verder, met zijn mysterie in zijn zakken. En wij kloppen tevergeefs. Max Borka Braque : The Late Works. Tot 6 april, in de Royal Academy of Arts, Picadilly, Londen. Tel.0044-171-494.56.15 Les Oiseaux Noirs (Georges Braque, 1956-'57)