Het wordt een goed, maar triest beursjaar 1996. Een stijging door gebrek aan alternatieven. De rente zal immers laag blijven door de zwakke ekonomische groei. Of komt '96 even verrassend en onvoorspelbaar voor de dag als '94 en '95 ?
...

Het wordt een goed, maar triest beursjaar 1996. Een stijging door gebrek aan alternatieven. De rente zal immers laag blijven door de zwakke ekonomische groei. Of komt '96 even verrassend en onvoorspelbaar voor de dag als '94 en '95 ?"Missen is menselijk." Het financieel jaar 1995 had opnieuwe enkele verrassingen in petto. In tegenstelling tot '94 verraste '95 gelukkig voor aandelen- en vooral obligatiebeleggers in aangename zin. De financiële wereld laat zich blijkbaar steeds moeilijker voorspellen. Derde keer, goede keer ? We prijzen onze "experts" aan de tafel om hun durf.Want laten we eerlijk zijn. We willen gewoon weten wat ons te wachten staat. Hun kommentaar op het voorgaande jaar en hun visie op rente, groeilanden, Belgische beurs, Wall Street... en "tutti quanti". Gebaseerd op decennialange ervaring. Het blijft boeiende en vooral zeer leerzame materie. Een brok stof om eens diep over na te denken.TRENDS. Wat heeft u het meest getroffen, geschokt, verheugd in dat financieel jaar 1995 ? FRITZ MERTENS : De Verenigde Staten was de meest spectaculaire verrassing in aangename zin. De beurs is fenomenaal gestegen, de rente fors gezakt. Maar anderzijds is de voorspelling van een hogere dollar niet uitgekomen. Het belangrijkste gegeven van '95 is toch dat die obligatiemarkt in de VS beantwoordde aan het "soft landing"-scenario. Maar waar dikwijls aan getwijfeld is. Het was immers te mooi om waar te zijn. Een beperkte groei en lage inflatie. Het scenario heeft zich tot op heden echter wel daadwerkelijk gerealizeerd. Een ander belangrijk gegeven om te onthouden, is het sensationeel gebeuren rond de technologie-aandelen. Een nieuwe tendens die aangeeft dat "temabeleggingen" steeds belangrijker worden.Verder was er de zwakte van Japan. Niet alleen door de aardbeving in Kobe. Vooral de vele vragen rond de problemen in de banksektor en het verder uit elkaar spatten van de zeepbel rond de vastgoedprijzen hebben daarin een rol gespeeld. In Europa zijn mij die twee tegengestelde tendensen bij gebleven. Met aan de ene kant de Skandinavische landen, Nederland en Zwitserland die het zeer goed hebben gedaan. Aan de andere kant zijn er de grotere landen die hebben ontgoocheld. In de eerste plaats denk ik dan aan Frankrijk, maar verder ook aan Duitsland. Ondanks een uitgesproken rentedaling hebben de steeds verzwakkende konjunktuurindicatoren een sterke klim van de beurs in de weg gestaan. Neem daarbij ook de politieke faktoren die sterk hebben meegespeeld. Vooral dan in Frankrijk. Zuid-Europa heeft het beduidend minder goed gedaan dan Noord-Europa.ROLAND VAN DER ELST : Met de munten hebben we verrassingen gehad. Ook met de rente. Wat wel min of meer is uitgekomen, zijn de voorspellingen rond de bedrijfsresultaten. Bekeken vanuit een Belgische situatie zijn de resultaten echter onvoldoende gebleken om de BEL 20-index te ondersteunen. Dit onder druk van de dollar en de verzwakking van andere munten zoals de lire en het pond. Internationaal gezien komt Brussel er niet zo slecht uit. Maar is eigenlijk toch een teleurstelling. Het had een heel stuk beter kunnen zijn. Niet dat we het beter voorspeld hadden vorig jaar. Maar onder meer de dollarbaisse heeft een steile klim van de Brusselse beurs verhinderd.Mijn globale benadering is dus anders. Ik kijk en bestudeer individuele aandelen. Zo tracht ik aandelen te vinden. Zoals turn-aroundsituaties. Die mogelijkheden bestonden er vorig jaar.WILFRIED DIERICKX : Wat mij biezonder gefrappeerd heeft, is enerzijds de stijging van Wall Street met 40 %. Wat merkelijk meer was dan de andere beurzen. Anderzijds presteerden andere "dollar"-beurzen zoals Latijns-Amerika en Zuidoost-Azië net zeer slecht. De vraag is hoe die beide zaken met mekaar te rijmen zijn. Een mogelijk antwoord is dat Zuid-Amerika overleeft dankzij de lage dollar. Dat geldt echter niet voor Zuidoost-Azië. Verder moeten we toegeven dat de makro-ekonomische prognoses opvielen door hun onjuistheid. Makro-ekonomisten hebben het debâcle in Frankrijk niet kunnen voorspellen. Zwitserland is niet ontdekt geweest als groeiland. Ook heeft men de bal met betrekking tot de cyclische waarden volledig mis geslagen. De stijging op Wall Street werd in de stoutste veronderstellingen niet voor mogelijk gehouden. Na twee opeenvolgende jaren van verkeerde voorspellingen kan men nu enkel maar hopen dat de makro-ekonomische voorspellingen nu wel zullen goed zitten.LEO HENDRIX : De ekonomisten hebben zich het tweede jaar op rij vergist. Opvallend positief was de steile klim van de Amerikaanse beurs door de enorme stijging van de obligatiekoersen. Daarentegen zijn de "emerging markets" de uitschieter in negatieve zin. Die hebben het zeer slecht gedaan door de afwezigheid van de grote Amerikaanse beleggers. Die hebben het mooie weer gemaakt op hun thuismarkt en meer in het biezonder op de Nasdaq. De spekulanten hebben hun pijlen gericht op de zogenaamde " Internet-aandelen". De exotische markten heeft men links laten liggen. JOHAN DE FRENE : Men stelt vast dat de markt gevormd wordt door institutionelen die zich baseren op algemene voorspellingen. Gemaakt aan het begin van het jaar. Als men dan verkeerd zit dan zit men goed verkeerd, zoals in '94. Ook in '95 is het misgelopen voor de rentevoorspelling en de ontwikkeling van de dollarkoers. Er is een verschil tussen makro-ekonomische voorspellingen en de realiteit van bijvoorbeeld de dollarkoers. Misschien komt de ommekeer er toch in '96 voor wat de dollar betreft. ROLAND VANDAMME : Het meest fenomenale van '95 is uiteraard de ongebreidelde stijging van de technologie-aandelen. Veroorzaakt door de terugtrekking van Amerikaanse fondsen uit de overzeese markten. Dit bracht een zelfvoedende beweging op gang waardoor er ongehoorde k/w-verhoudingen ontstonden. "Momentumbeleggers" stellen zich geen vraag bij koers/winstverhoudingen (k/w) van 400. Een "goed verhaal", daar gaat het om. Anderzijds werden aandelen met een k/w van 4 gedumpt.Ik denk bijvoorbeeld aan de papieraandelen. Voor die sektor heb ik mij in mijn voorspelling van vorig jaar vergist. Het is frustrerend vast te stellen dat het een "boerenjaar" geworden is voor de papierindustrie, maar dat de aandeelhouders daar totaal niet van hebben kunnen profiteren. De teneur is dat de koersen een volgende recessie reeds verdiskonteren en dat een herwaardering dus mogelijk is. De tegenstelling dus dat de markt erg pessimistisch is voor traditionele waarden en sektoren die reeds een bewijs van prestatie hebben geleverd tegenover en wild entoesiasme voor sektoren die het nog moeten bewijzen.POLARIZATIE.Is die tegenstelling nog nooit zo sterk geweest ?VANDAMME : Ik heb het toch nooit meegemaakt. Cyclische aandelen zullen uiteraard nooit gewaardeerd worden als een groei-aandelen. Maar de verschillen zijn nu toch wel extreem groot. VAN DER ELST : Maar de mensen hebben toch niet zo'n een kort geheugen. Kijk maar naar de staalaandelen en andere cyclische waarden. De mensen weten dat die bij een neerwaartse konjunktuur zeer snel dalen in waarde. Internet-aandelen zijn alleen nog maar in waarde gestegen. VANDAMME : De huidige hausse van de Internet-aandelen onderstreept wel het korte geheugen van menig belegger. Ze zouden zich moeten herinneren wat er enkele jaren geleden gebeurd is met de biotechnologie-aandelen. VAN DER ELST : Bezitters van aandelen Clabecq, Cockerill of Arbed zien de koers halveren. Die zijn wantrouwig. Ook al beweert men dat de resultaten goed zullen zijn. De belegger laat zich geen tweemaal beetnemen. MERTENS : De volatiliteit van die aandelen brengt een bepaald type van investeerders met zich. De markt wordt meer en meer gemaakt door de pensioenfondsen. Bepaalde Europese pensioenfondsen mogen gewoonweg niet beleggen in aandelen met een té hoge beweegelijkheid. Ook al hebben die een k/w van 3 of 4. VANDAMME : Als nu iedereen kwaliteitsaandelen koopt zoals Coca-Cola of Johnson & Johnson. Dan ontstaat toch van zelf volatiliteit. HENDRIX : Het past allemaal in het scenario van het voorgaande jaar. Vertraagde groei, lage inflatie, prijsontwikkeling van de grondstoffen. Dat alles geeft aanleiding tot een lagere waardering van cyclische aandelen. Binnen dat gegeven is het normaal dat men kiest voor groeiwaarden of voor defensieve aandelen. Ten koste van beleggingen in cyclische bedrijven.VANDAMME : Maar kijk nu naar de papieraandelen. Op het moment dat de zwaarste verliezen worden aangekondigd voor de sektor, bereiken de papieraandelen topkoersen. Men zegt dat de beurs anticipeert. Maar op die manier zal men eens een cyclus overslaan ! RENTE-OPTIMISME.De forse rentedaling als fenomeen van '95. We blikken echter vooruit naar '96. Kan de rente nog lager ?MERTENS : De rente vandaag verdiskonteert al heel wat zaken. Obligatiemarkten zijn wereldwijd zeer liquide markten. De koersvorming lijkt vrij korrekt met het oog op de toekomst. Ik denk dan ook dat het baissepotentieel eerder beperkt is. Dient er geen onderscheid gemaakt tussen Europa en de VS ?MERTENS : Op dat vlak zijn we sinds de ervaringen van '94 zeer voorzichtig geworden. We hebben in '94 fameus onze vingers verbrand. De simpele wijsheid zegt dikwijls dat de rente van Duitsland de rente van de VS is met een premie. Misschien is dat nog niet zo'n slechte uitspraak. Wat ik belangrijk vind is dat de "yieldcurve" (de visuele weergave van de rentestruktuur voor verschillende looptijden nvdr) in Europa vrij steil is. Die kan op korte termijn nog steiler worden door een verdere daling van de korte-termijnrente.Globaal gezien dus een beperkte daling. Zonder dat er sprake is van een uitgesproken daling.Wat denken de anderen over een lagere rente ?DE FRENE : De globale kontekst is in elk geval gunstig voor het renteklimaat. De overheid schroeft haar uitgaven terug, met uitzondering van Japan. De bedrijven financieren zich via hun cash flow (winst + afschrijvingen nvdr). De konsument besteedt weinig omdat hij geen vertrouwen heeft in de toekomst. De overheid schroeft de uitgaven in de sociale zekerheid terug. Ook daar geen impuls naar de konsument. De stakingen in Frankrijk is daar een exponent van. De ekonomie zal op die manier niet gestimuleerd worden en de bedrijven hebben dan ook niet de neiging om sterk te gaan investeren. HENDRIX : Dat is juist het punt. De kredietvraag blijft internationaal zwak. Samen met de beperkte groei is dat gunstig voor de rente-ontwikkeling. Door de afwezigheid van inflatie blijft de reële rente vrij hoog. Dat opent het perspektief naar een verdere rentedaling. Te meer omdat de groei niet-inflatoir is gezien de beperkte kredietvraag. Is de huidige lage rente dan struktureel ?HENDRIX : Inderdaad. De vraag blijft alleen waar en wanneer we dat dieptepunt van die strukturele rentedaling gaan bereiken. Ik ben wel geneigd om te zeggen dat er nog een weg af te leggen is. De vlakke rentecurve zal wat steiler worden door een daling van de korte-termijn rente. In Europa heeft men een relatieve normale yieldcurve, die toch nog naar beneden kan komen. Dit via zowel een daling van korte als de lange rente.DE FRENE : Men moet toch een onderscheid beginnen maken tussen de geïndustrializeerde landen en de groeilanden. Zeker voor wat inflatie en de kapitaalbehoefte betreft. Maar toch ook inzake groeicijfers ?DE FRENE : Die groei ligt zeer hoog. Vandaar ook de sterke vraag naar kapitaal. Is er hier dan geen voldoende kapitaaloverschot ? HENDRIX : Volledig akkoord. Maar er is in die "emerging markets" absoluut geen spaartekort. Men is geen "netto vrager" van kapitaal. VANDAMME : Behalve dan in Zuid-Amerika. Daar is er wel een schaarste. DIERICKX : De hoge reële rentevoet kan worden verklaard door de daling van de nutteloze investeringen zoals bijvoorbeeld de legeruitgaven. Die worden niet gekompenseerd door een stijging van de bedrijfsinvesteringen. VANDAMME : De kapitaaloverschotten worden belegd in financiële activa. Wie maakt de markt ?DIERICKX : Hoe dan ook moeten we ons de vraag stellen wie uiteindelijk de markt maakt. Institutionelen die zogezegd de markt maken, baseren zich op de konjunktuurprognoses die twee keer op rij verkeerd waren. Vraag is of ze zich weer gaan vergissen ? Misschien wordt de markt door anderen gemaakt. Mensen of groepen die geen interesse hebben voor al die konjunktuurvoorspelllingen. HENDRIX : Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen pensioen- en beleggingsfondsen. Daarnaast is er ook een belangrijke verandering in het spaargedrag van de Amerikaanse bevolking. Die belegt steeds meer vanuit een lange-termijnperspektief. Dat verklaart voor deel mee de belangrijke stijging van de Amerikaanse beurs. De mensen sparen voor hun pensioen. Ze hebben geen boodschap aan die voorspellingen op korte termijn van de ekonomisten. VAN DER ELST : Die ekonomisten maken voorspellingen. Als die dan blijken verkeerd te zijn, gaan ze naar een verklaring zoeken. Ondertussen volgen ze gewoon de trend. Als de dollar stijgt, zeggen ze dat hij zal verder stijgen. Tot er een verrassing komt. MERTENS : Ik denk dat de mensen vrij massaal gekozen hebben voor aandelenfondsen omwille van de lage rente. GROEI-PESSIMISME.De lage rente drijft beleggers naar de beurs. We gaan dus een uitstekend beursjaar tegemoet ?MERTENS : Het algemene beeld voor de aandelenmarkten is relatief gunstig. Steile yieldcurve in Europa, de zachte landing van de ekonomieën en wereldwijde afwezigheid van inflatie. Salomon Brothers verwacht een verdere herwaardering van de Amerikaanse beurs omdat in de voorgaande periodes de inflatie veelal afhankelijk was van elementen zoals de welvaartstaat en de bewapeningswedloop. In Europa en ook elders worden de overheidsuitgaven drastisch teruggeschroefd en de koude oorlog is voorbij. Eén element mogen we misschien niet onderschatten. Dat is de evolutie van de energieprijzen de komende maanden. Die zijn erg diep gezakt. Een zelfs beperkte heropleving van de energieprijzen gekoppeld aan een lichtjes stijgende dollar kunnen in Europa zeer snel zorgen voor geïmporteerde inflatie.VANDAMME : De loonmassa is toch de belangrijkste komponent voor de inflatie. MERTENS : Dat klopt. Toch moet men rekening houden met de grondstoffenprijzen als een belangrijke komponent. Maar ik ben hoe dank ook positief voor de beurzen wereldwijd. Zelfs een stuk positiever dan de consensus voor Japan. VANDAMME : Positiever dan de consensus voor Japan ? Die is toch niet negatief. MERTENS : Die was heel negatief tot voor kort. Het is zo dat de likwiditeit sterk verbeterd is. VAN DER ELST : Het wordt dan misschien een goed beursjaar, maar het zal een triest jaar zijn. Ik ben immers zeer pessimistisch voor de ekonomie. Neem nu de situatie in België en de sociale zekerheid, de veroudering van de bevolking, de overheidsschuld. Het probleem is hetzelfde in de rest van Europa. Als de stimulans niet uit Europa kan komen. Van waar moet hij dan wel komen ? Uit de VS, waar men vreest voor oververhitting ? Vanuit de groeilanden ? De meeste Europese bedrijven investeren in die emerging markets. Die realizeren daar een groter wordend deel van hun winsten. Op zich niet slecht voor beursgenoteerde bedrijven zoals Barco en Bekaert. Maar een stimulans voor de Europese ekonomie is dat dus zeker niet. De toekomst van de Europese ekonomie is zeer beperkt. Vandaar dat men hier massaal is gaan beleggen in de emerging markets. VEILIGHEIDSPREMIE GROEILANDEN.Hoe is het dan te verklaren dat die groeilanden voor het tweede jaar op rij zeer zwak hebben gepresteerd ?VAN DER ELST : Die emerging markets hebben het zo slecht gedaan omwille van de oververhitting in sommige van die ekonomieën, de inflatie en de hoge rentevoeten. Dat wil echter absoluut niet zeggen dat het tema niet gespeeld heeft op de beurzen in '95. Het belang van de emerging markets voor Europese en Amerikaanse aandelenkoersen mag niet worden onderschat. Als de koersen in New York zo hoog staan is dat voor een deel ook het gevolg van de enorme winsten die bedrijven zoals Coca-Cola en Procter & Gamble in die landen realizeren. De teleurstelling omtrent de prestatie van het afgelopen jaar in de emerging markets is dus maar ten dele verantwoord. MERTENS : Het belang van gaat zeer ver. De volgende akkwisitie van Fortis zal waarschijnlijk in Azië zijn. DE FRENE : Mexico is een voorbeeld van een beurs die nog de tol betaald voor de euforie van begin '94. De positieve gevolgen van de NAFTA-akkoorden voor de Mexicaanse ekonomie zijn grondig overschat. Iedereen sprong op de Mexico-fondsen en dreef zo de aandelenkoersen naar ongekende hoogten. Een korrektie moest volgen. HENDRIX : Men schat het probleem van de emerging markets momenteel verkeerd in. De Amerikaanse kapitalen zijn inderdaad thuis gebleven. Maar niet onbelangrijk is ook het yen-effekt voor landen zoals Maleisië en Thailand. Wat zal de impact zijn van de depreciatie van de yen op de handelsbalans in die landen ? Zal Japan nog zo massaal investeren in die landen ?DIERICKX : Ik denk dat de modale belegger in groeilandenfondsen bewuster is geworden. Hij beseft nu ook dat hij beter in een multinational investeert zoals Motorola dan in een klein bedrijf in een enge markt van ginder. VAN DER ELST : Moeten we daarom nu aan de huidige hoge koersen Coca-Cola en Motorola gaan kopen ? MERTENS : De Belgische belegger wil rustiger slapen. Door de ontgoocheling in '94 wil hij een aantal faktoren van onzekerheid elimineren. Is de belegger bereid een "veiligheidspremie" te betalen ?MERTENS : Mijn ervaring leert mij van wel. Een Belg wil liever beleggen op de Brusselse beurs in Belgische frank. Die kan hij volgen. Hij koopt dus eerder Barco als "groeilandenbelegging" dan een aandeel dat noteert op een ogenblik dat hij slaapt. ARM BRUSSEL.Dat biedt dus perspektieven voor de Brusselse beurs ?DIERICKX : Dat vind ik niet. Het betekent dat een beurs als Brussel met een gebrek aan multinationals wordt uitgerangeerd. MERTENS : Het ontbreekt de beurs van Brussel aan tema's, echte multinationals. "Global winners" zoals Heineken, Philips en Unilever zijn er veel te weinig. We blijven een beetje in een cirkeltje draaien. Er is dringend behoefte aan vers bloed. Hopelijk zal Etienne Cooreman daar iets aan kunnen veranderen. Holdings kunnen institutionelen maar weinig inspireren. DIERICKX : Voor de internationale, institutionele beleggers zijn er op de beurs van Brussel maar 6 interessante aandelen. Er zijn er meer in Denemarken. Dat hebben we toch jaren gezocht. Dan heb ik het nog niet over de uitverkoop van België. VANDAMME : Alles waar België voor stond zijn we kwijt. Côte d'Or, Tiense Suiker enz. DIERICKX : De multinationals die er dan nog zijn, hebben geen behoefte om op de beurs te komen. Neem nu nog maar Etex (ex- Eternit), Vandemoortele en Interbrew. Dit zijn toch voor onze normen grote bedrijven. MERTENS : Die willen geen pottekijkers. Verder is er in België de totale afwezigheid van belangrijke pensioenfondsen zoals in Nederland en in het Verenigd Koninkrijk. In die landen is de beurs wel sterk ontwikkeld. Met een hele reeks van die "global winners" als positief gevolg. VAN DER ELST : Had de beurs dit jaar, vorig jaar en tien jaar geleden hoger gestaan, dan stonden er nu meer ondernemingen op de beurs. Die hadden zich dan niet gefinancierd aan 7 % bij de bank, maar aan 3 % op de beurs. MERTENS : De kapitaalkost is te hoog. VAN DER ELST : Nu wel, tien jaar geleden niet. Ligt de oorzaak niet in het Belgische holdingmodel ?MERTENS : Dat is historisch zo gegroeid. Het is eigenlijk het Frans model. De meeste van de bedrijven binnen een holding hebben iets van een "incestueuze relatie" met mekaar. Het zijn "waarde-vernietigers". Is de overheid niet medeplichtig ?DIERICKX : De karikatuur van dat model is de tunnel onder de Schelde. Acec leverde de motoren, Cockerill het staal, CBR het beton, CFE deed de aanneming en Tractebel de plannen. Dat het geheel 30 % te duur was, deed er niet toe. Ze kregen toch de bestelling. Die situatie is nu ietwat rechtgetrokken met de toegenomen internationale konkurrentie. MERTENS : Het Angelsaksische model zoals in Amerika, Groot-Brittannië en Nederland is veel meer gedecentralizeerd dan het kontinentale model dat we in België en Frankrijk vinden. Ook in Duitsland trouwens als we naar Deutsche Bank kijken. Met al zijn voor- en nadelen. Het kontinentale model heeft mij in elk geval nog niet kunnen overtuigen van zijn doelmatigheid. HENDRIX : Zeker in Frankrijk niet. Met de situatie bij Suez als treffende illustratie ?HENDRIX : Los van de huidige politieke krisis hebben we in Frankrijk de afgelopen jaren een opeenvolging van schandalen gezien. Topmanagers van holdings of andere bedrijven waren er telkens bij betrokken. Het gaat om een kleine "kliek" die mekaar goed kent. Vaak onderhouden ze ook stevige banden met de politieke wereld. DIERICKX : België is natuurlijk maar een klein land. HENDRIX : Maar waarom kunnen Zwitserland, Nederland, Denemarken, Zweden wel bedrijven van formaat voortbrengen ? MERTENS : Bij ons is er veel verkocht omdat er geen kapitaalbasis aanwezig is. DIERICKX : Men moet de fiskale voordelen van de holdings maar afschaffen. Met amper enkele procenten van het kapitaal kan men in België de plak zwaaien. Kan daar geen verandering in komen ?MERTENS : Misschien. Maar ondertussen is er veel tijd verloren en zijn tal van mooie bedrijven verkocht. VAN DER ELST : In elke krisis wordt een deel verkocht. Kijk naar wat de Generale verkocht heeft de laatste decennia. DIERICKX : De holdings worden ontmanteld. HENDRIX : Dat is op zich een goede zaak, maar langs de andere kant ziet men dat de holdings initiatieven beginnen te nemen. Neem maar het voorbeeld van Union Minière. Is er dan sprake van een nieuwe kultuur ?HENDRIX : Men wordt zich inderdaad bewust van de noodzaak onder druk van de internationale omgeving. MERTENS : Hoe dan ook ondertussen is er veel tijd verloren gegaan. Het zal dan ook heel moeilijk worden om in België bedrijven te vinden die in aanmerking komen om multinational te worden de komende jaren. Bekaert is misschien een bevestiging van de regel. DIERICKX : Britse analisten korrigeren de beurskapitalizatie van Brussel voor de holdings. Dat creëert een slecht imago. Als ze een industrieel aandeel willen kopen, dan moeten ze echt zoeken. MERTENS : Ooit toonde ik aan een Amerikaanse investeerder een organogram van de Generale. Die antwoordde : "I don't invest in subway maps". Een professionele belegger wil transparantie. Voor veel buitenlandse investeerders ruiken de Belgische holdingstrukturen tè veel naar politiek. Ze hebben een absolute aversie voor machtspelletjes. VANDAMME : In jaarverslagen van Amerikaanse bedrijven duikt meer en meer het zinnetje "we want to create shareholder value" op. Dat is toch het eerste wat een bedrijf moet doen ? HENDRIX : In Amerika is het een realiteit dat aandeelhouders het management onder druk zetten. Kijk maar naar Chrysler en ITT. Daar zijn het toch de aandeelhouders die veranderingen in het bedrijf opdringen. Welke Belgische bedrijven scheppen aandeelhouderswaarde ?HENDRIX : Barco, Bekaert, UCB, Solvay... VANDAMME : Toch moet men in België kijken naar de strukturen die rond de exploitatie van vennootschappen hangen. Zoals bij Petrofina. De vraag is of er geen waarde getransfereerd wordt van één vennootschap naar een andere. MERTENS : Bij UCB is dat gevaar niet reëel omdat het aktief is in een internationale markt. Het afsluiten van partnerships zoals met Pfizer voor de verkoop van Zyrtec maakt zo'n spellletje ondenkbaar. DIERICKX : Analisten vergelijken hoe dan ook maar perfekt vergelijkbare aandelen. VANDAMME : Dat stelt mij toch een beetje teleur in de huidige markten. Peter Lynch heeft het zelf ook gezegd. Als men een vergelijkbaar aandeel elders dan in Amerika goedkoper kan vinden, dan moet men dat ook kopen. Maar de realiteit is niet zo. MERTENS : Als Amerikaanse beleggers beslissen van niets buiten de VS te kopen, dan blijven die verschillen bestaan. VANDAMME : Dat schept koopopportuniteiten in een wereldmarkt. Zeker als die verschillen lange tijd blijven bestaan. TO CRASH OR NOT TO CRASH.Wall Street steeg fabuleus vorig jaar. Zal dit uitmonden in een crash dit jaar ?HENDRIX : De hausse moet men toch relativeren. Het jaar '95 is een inhaalbeweging na twee "mindere" jaren Ik verwacht een gunstig beursklimaat de komende jaren. Misschien komt er een technische korrektie wanneer de Dow Jones-index 5500 punten bereikt. Maar daarna kan de graadmeter van de Amerikaanse beurs de komende jaren gemakkelijk doorstijgen tot 7000 punten en misschien zelfs 10.000 punten. Geen crash-scenario dus voor de beurs van New York ?HENDRIX : Niet in het huidige kader van een bescheiden groei zonder inflatie. De Amerikaanse ekonomie groeit binnen de bestaande kapaciteiten. Vroeger was de bezettingsgraad een voorteken van inflatie. Nu niet meer, dankzij de verhoging van de produktiviteit. VAN DER ELST : Met een k/w-verhouding van 16 is New York duur. Het enige positieve feit voor '96 is dat het een verkiezingsjaar is. De rente zal waarschijnlijk laag blijven. Maar de vraag is wat aan k/w's van 16 à 17 1 dollar in een bedrijf opbrengt. De rente mag dan al laag staan. Op een bepaald ogenblik komt die inflatie terug. De vraag is alleen wanneer. Ik beleg in funktie van een crash. Ik kijk naar fundamentele dingen, die waardevol zijn en toekomstmogelijkheden hebben. DE FRENE : We zien op New York tal van nevenverschijnselen. Massale beursintrodukties, kapitaalverhogingen goeroes die hun baisse-orakels volledig bijsturen. De risico's nemen toe. De kans op een crash wordt groter. MERTENS : We zitten in de "romantische" faze van de beurshausse. VANDAMME : Het gevaar neemt in het biezonder toe voor technologie-aandelen. Kijk maar naar de biotechnologiewaarden van enkele jaren geleden. De cruciale vraag is wat er met de "kwaliteitsaandelen" gaat gebeuren. Waar zit dan de zwakte van een Johnson & Johnson, een Coca-Cola ? VAN DER ELST : Ze zijn tè duur. Kijk eerst naar de kwaliteit. Maar houdt er rekening mee dat op elk ogenblik een flinke baisse mogelijk is. Niet alleen van het aandeel, maar van de hele markt. En dan is de vraag of men er dan op dat ogenblik spijt van heeft van de aankoop. Dan wel of men wil bijkopen. Als men vanuit dat standpunt vertrekt, kan er nooit iets verkeerd gaan. DIERICKX : Het irrationele gedrag blijft bestaan. Kijk maar naar de euforie rond de Internet-aandelen. MERTENS : Internationaal is men nochtans onderbelegd in Amerikaanse aandelen. HENDRIX : Een technische korrektie van 10 % is mogelijk, maar een crash verwacht ik niet. VAN DER ELST : De rentesituatie is een zeer sterk ondersteunend gegeven. Zowel in België als in de VS. Men moet trouwens het belang van een crashvoorspelling relativeren. In '87 voorspelde Leuschel de crash. Ik heb hem niet voorspeld. Wat heb ik verloren ? Enkel maar de winst van '87. En in '88 is de beurs met 50 % gestegen. MERTENS : Onverwachte gebeurtenissen zoals de Golfkrisis kunnen plotse kettingreakties veroorzaken. Komt de EMU er ?DIERICKX : Dat weet ik niet. Maar als die er komt, moet men zijn Belgische bankaandelen verkopen. De winsten van de Belgische banken zijn tè afhankelijk van de wisselkoerstransakties. MERTENS : De banken zullen dezelfde herstrukturering moeten ondergaan als de industrie. VAN DER ELST : Hoe gaat men in België de problemen oplossen ? Ze zijn onoplosbaar. Gaat de Dehaene slagen ? We bidden allemaal van wel. Komt hij er niet, dan is er maar één oplossing. Een aantal jaren inflatie en het probleem is opgelost. Een beurs die enkel maar positief reageert op cynische faktoren. Hoe lang kan dat blijven duren ? De winsten van de bedrijven gaan verder stijgen door het gebrek aan investeringen. Geen enkel bedrijf dat durft te investeren in kapaciteitsuitbreiding, vooral in de industrie van de basisgrondstoffen. Men denkt eerder aan herstruktureringen. Er zal een decôte ontstaan door het toenemend pessimisme.Wat zijn de beste beurzen voor '96 ?HENDRIX : Nederland is niet duur. Zeker als de dollar gaat stijgen. Die dollar is mogelijk dè "aangename" verrassing van het jaar 1996. Het vooruitzicht van een budgetair evenwicht en de toename van de produktiviteit in de VS kan daar voor zorgen. Verder is men internationaal onderbelegd in Amerikaanse aandelen. VAN DER ELST : Japanse beleggers kijken uit naar een hogere vergoeding dan in yen. HENDRIX : Naast Nederland tip ik ook op Zwitserland en op een aantal dollargevoelige aandelen in België. MERTENS : Een hogere dollar zou inderdaad een zeer belangrijk gegeven zijn voor de Brusselse beurs in zijn geheel. HENDRIX : De dollar kan vooral in België en Frankrijk voor een inhaalbeweging zorgen. Vraag is alleen of de Franse frank moet devalueren of niet. DIERICKX : Ik geloof niet in het herstel van de dollar. Wel in groei-aandelen, monopolisten en marketinggiganten die zelf hun marges bepalen. MERTENS : Frankrijk blijft fundamenteel zwak. Kijk naar de verzekeraars. Fortis AG is met 40 % gestegen terwijl de Franse verzekeraars met 30 % zijn gezakt. Maar misschien is er wel enig herstel mogelijk. HENDRIX : De Japanse beurs biedt ook kansen als er een oplossing komt voor de financiële krisis. DE FRENE : Maar wat kan de regering nu nog meer doen ? Wat heeft men nog meer nodig ? VAN DER ELST : Geduld. Danny ReweghsChristian Van de Wege