Periodieke uitzonderingen niet te na gesproken, heeft Frankrijk niet bepaald de reputatie een liberaal bolwerk te zijn. Links en rechts statisme houden er elkaar in evenwicht en delen eenzelfde wantrouwen tegen de civil society. Niet de ondernemer, maar de énarque (technocraat) geeft gestalte aan de Franse droom. Een auteur die het publieke veld betrad met een tweedelig werk over 'Les libéraux' en zijn leermeesters vond in Toqueville en Raymond Aron loopt dan ook alle risico om enigszins buiten de hoofdstroom van het Franse denken over politiek te blijven. Of hem dat oninteressant...

Periodieke uitzonderingen niet te na gesproken, heeft Frankrijk niet bepaald de reputatie een liberaal bolwerk te zijn. Links en rechts statisme houden er elkaar in evenwicht en delen eenzelfde wantrouwen tegen de civil society. Niet de ondernemer, maar de énarque (technocraat) geeft gestalte aan de Franse droom. Een auteur die het publieke veld betrad met een tweedelig werk over 'Les libéraux' en zijn leermeesters vond in Toqueville en Raymond Aron loopt dan ook alle risico om enigszins buiten de hoofdstroom van het Franse denken over politiek te blijven. Of hem dat oninteressant moet maken, is een andere vraag. De auteur in kwestie, Pierre Manent, schreef niet enkel dikke traktaten over historische auteurs, maar ging ook herhaaldelijk in op actuele problemen. Zo schreef hij in 2006 een scherp werkje over La raison des nations, dat tegengas gaf tegen de modieuze opvatting dat de natiestaat onherroepelijk tot het verleden behoort, en dat enkel multi-level government nog een antwoord kan bieden aan onze moderne 'gelaagde identiteit'. Vorig jaar ging hij in Les métamorphoses de la cité in op de eigenheid van het westerse staatsmodel - en de beperkte verenigbaarheid ervan met de visie die op en rond het Schumanplein wordt verkondigd als zijnde de toekomst voor Europa. Wie kennis wil maken met het denken van Manent, kan dat nu ook via een interviewboek waarin hij in gesprek gaat met de politicologe Bénédicte Delorme-Montini. Manent schetst er zijn intellectuele ontwikkeling, van marxistisch geschoold jonkie tot assistent van Raymond Aron, maar gaat er vooral in op de eenzijdigheid van onze benadering van het politieke fenomeen. Centraal in Manents ontwikkeling stond de kennismaking met Leo Strauss, de moeilijk te klasseren Duits-Amerikaanse politieke filosoof, die tot de voornaamste inspiratiebronnen van het Amerikaanse neoconservatisme behoort. Strauss' herlezen van antieke auteurs maakte Manent erop attent dat het denken over politiek veelzijdiger was dan het grijsgedraaide pantheon dat begint bij Locke en Roussau, om via Marx bij John Rawls te eindigen. Op die manier kwam er plaats voor verfrissende, maar ongemakkelijke vragen. Kan de ontwikkeling van de moderne staat wel worden beschouwd als de enige mogelijke optie? Is er geen onoplosbare spanning tussen ons idee van mensenrechten, dat ervan uitgaat dat elk individu rechten ontleent aan zijn mens-zijn tout court, en ons rechtsidee, dat elk recht vastknoopt aan een bepaalde maatschappelijke orde? Al deze vragen hebben met elkaar gemeen dat ze ervan uitgaan dat politiek een rationele bezigheid is. Manent omschrijft zichzelf uitdrukkelijk als politiek wetenschapper, niet als politiek filosoof, omdat hij van oordeel is dat het politieke domein onderworpen is aan onvermijdelijke wetten, zoals Michels ijzeren wet van de oligarchie. De gesprekken met Manent lezen vlot, en hebben het verfrissende effect van een gedachtewisseling met een nar - zij het dan een doordachte variante ervan. Pierre Manent, Le regard politique. Entretiens avec Bénédicte Delorme-Montini, Parijs, Flammarion, 2010, 268 blz, 18 euro FRANK JUDO