Het is tegenwoordig 'bon ton' voor politici om uit te varen tegen de gevolgen van een vrije markt. En om de haverklap dient de Europese Commissie hierbij als kop van Jut. Onlangs sprak de voltallige kamercommissie Infrastructuur zich uit tegen een complete liberalisering van de Belgische postmarkt vanaf 2009. 'Een verdere privatisering zou absoluut nefast zijn,' zo voegde staatssecretaris voor Overheidsbedrijven Bruno Tuybens (SP.A) er begin deze week aan toe.
...

Het is tegenwoordig 'bon ton' voor politici om uit te varen tegen de gevolgen van een vrije markt. En om de haverklap dient de Europese Commissie hierbij als kop van Jut. Onlangs sprak de voltallige kamercommissie Infrastructuur zich uit tegen een complete liberalisering van de Belgische postmarkt vanaf 2009. 'Een verdere privatisering zou absoluut nefast zijn,' zo voegde staatssecretaris voor Overheidsbedrijven Bruno Tuybens (SP.A) er begin deze week aan toe. Waarom eigenlijk? Tuybens zwaait met een impactstudie die vorig jaar werd afgeleverd door PriceWaterhouseCoopers (PWC), in opdracht van de Europese Commissie. Die stelt volgens de staatssecretaris onverbloemd dat een volledige vrijmaking van de postmarkt niet goed is voor de particuliere consument, de kmo's en de werkgelegenheid. Is dat zo? PWC zwaait lof aan het adres van De Post. De studie kent goede punten toe aan de hertekening van de postrondes via Georoute en de omschakeling van klassieke kantoren naar postpunten in commerciële centra. Ook de vermindering - zonder naakte ontslagen - van het personeelsbestand tot 36.000 voltijdse banen krijgt een plus. Maar er zijn een aantal kanttekeningen. Zo wordt het verouderde ambtenarenstatuut bekritiseerd. Dit zadelt De Post op met een handicap tegenover concurrenten die met interims of zelfstandige medewerkers aan de slag kunnen. De komst van die nieuwkomers hoeft trouwens niet te betekenen dat de universele dienstverlening in een dichtbevolkt land als België in het gedrang komt, aldus PWC. Eigenlijk zou het evaluatierapport een aansporing moeten zijn voor Belgische politici om meer spoed te zetten achter de modernisering van De Post (zoals de aanpassing van het statuut van de werknemers). Niet de vrijmaking van de markt zelf is een afkeuring waard. Precies de liberalisering van postdiensten - het ophalen en verzending van poststukken boven de 50 gram is volledig vrij - zorgde ervoor dat de voormalige PTT een commerciële metamorfose onderging. Tien jaar geleden werkten er bij De Post 44.000 mensen. Door verdere afvloeiingen zal dit bestand binnen enkele jaren teruggeschroefd zijn tot een kleine 30.000. In de ogen van de vakbond zorgt dit voor een verlies aan jobs, dat hoger ligt dan de sluiting van Renault Vilvoorde, het faillissement van Sabena of de aderlating van Volkswagen Vorst. Wat er niet wordt bij verteld, is dat er ook arbeid wordt gecreëerd. In Zweden, waar de postsector nu al volledig vrij is, kan al wie dat wil een postbedrijfje beginnen dat bijvoorbeeld enkele gemeenten bedient: er zijn daar nu al ongeveer 45 van die lilliputters actief, goed voor 1500 werknemers. En dan maken we nog niet de telling van het personeelsbestand van grotere concurrenten. Eind 1998, elf maanden na de vrijmaking van de Europese markt voor spraaktelefonie, telde de Europese Commissie 218 operatoren met een nationale licentie in de EU. Daarnaast waren er nog 300 met een internationaal statuut en 500 die lokale netwerken uitbaatten. Er waren innovatieve spelers bij die vaste en mobiele diensten aanboden, hoge-volumeaanbieders en specialisten in oplossingen voor data- en systeemintegratie. Hoeveel nieuwe jobs én diensten heeft die vrijmaking niet opgeleverd? Toen Mobistar hier in 1996 op de markt kwam, brak het de prijzen van Belgacom. In dat jaar halveerden de tarieven voor mobilofonie, en in '97 en '98 ging er telkens 20 tot 25 % af. Meer gebruik compenseerde de lagere kosten. Idem dito toen KPN-Orange als derde gsm-operator op de markt kwam. Verliep die liberalisering zonder problemen? Neen. De Belgische overheid heeft jaren getalmd met cruciale maatregelen die de concurrentie verder konden aanscherpen. Denk maar aan de nummeroverdraagbaarheid of de automatische keuze van een alternatieve operator (carrier preselection). En één ding werd compleet over het hoofd gezien: dat Belgacom zélf de concurrentie uit de markt zou prijzen, zonder dat ook maar iemand zicht had op de werkelijke kosten. Is uitstel of vertraging een goede optie voor De Post? De EU wil dat het monopolie op zendingen van minder dan 50 gram in 2009 verdwijnt. De Post en de politici vinden dit blijkbaar te vroeg (zie ook Opinie, blz. 114). Het op de lange baan schuiven van een dergelijk proces kan echter kwalijke gevolgen hebben. Belgacom is in eigen land een dominante speler gebleven, maar is in het buitenland niet meer dan een figurant. Is dat de weg die ook De Post zal opgaan? Liberalisering is geen uniek wondermiddel of heilige mantra. Vrije concurrentie sluit evenmin perverse neveneffecten uit. Denk maar aan de vrijage van Gaz de France en Suez, die het openbreken van de energiemarkt herleidde tot een soap van slechte smaak. Vrije concurrentie maakt overheidsbedrijven echter wel toerekeningsvatbaar en stoomt hen klaar voor een markt waarin de gebruiker centraal staat. Een politicus die dat proces wil stremmen, is van slechte wil of houdt er een verborgen agenda op na. En dat laatste zou wel eens de grootste angel kunnen zijn: de vrees dat De Post niet meer een generator kan blijven van gegarandeerde (overheids)jobs. piet.depuydt@trends.bepiet depuydt