De Fondation Louis Vuitton lokte de voorbije vijf jaar al 5 miljoen bezoekers. Dat zijn nog altijd niet de 10 miljoen die het Louvre jaarlijks haalt, maar het zeilschip van Frank Gehry heeft het Parijse museumlandschap wel hertekend met zijn prestigieuze expo's vol grote namen. De tentoonstelling over Charlotte Perriand die er zopas is geopend, is de grootste expo ooit over die Franse architecte en ontwerpster. Perriand is meteen ook de eerste vrouw die een solo krijgt in het museum.

De architecte verdiende vanaf 1927 haar sporen in de studio van Le Corbusier en zijn neef Pierre Jeanneret. Vanaf 1937, toen ze haar eigen weg ging, bouwde ze een eigenzinnig parcours, dat tot spraakmakende realisaties over de hele wereld leidde. Cruciaal was haar passage in Japan, waar ze in 1940 was uitgenodigd door het ministerie van Handel om de lokale designwereld te adviseren. De invloed was wederzijds: Perriand ontwierp Japans aandoende meubels en interieurs. De culminatie was het Maison de Thé in 1993, een conceptueel theehuis voor het Festival Culturel du Japon in Parijs. Het is een van de zeven historische conceptwoningen en interieurs van Perriand die zijn nagebouwd op een tentoonstelling.

De Fondation Louis Vuitton zocht ook kunstwerken van artiesten uit de entourage van Perriand. Behalve een vijftigtal werken van Fernand Léger vonden de curatoren ook relevant werk van Juan Miró, Pierre Soulages en Pablo Picasso. Perriand kende geen hiërarchie tussen kunst en design. De tentoonstelling in de Fondation Louis Vuitton is een definitief eerherstel voor Perriand, die te lang in de schaduw van Le Corbusier is gebleven.

Le Nouveau Monde de Charlotte Perriand, van 2 oktober tot 24 februari in Fondation Louis Vuitton in Parijs