De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School.
...

De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School. Reacties: marc.buelens@trends.beHet twaalfde Europees congres over sportmanagement vond plaats in Gent. Het was in alle opzichten een succesvol symposium: veel papers, knap georganiseerd, leuke evenementen... De academische slotzitting in de opera van Gent was gewijd aan ethiek en sport. Een onderwerp dat ons enerzijds niet hoeft te verbazen, maar anderzijds toch weer wel. De inleider, collega Marc Maes van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité, lichtte toe dat er in het Indisch geen speciaal woord is voor fair play. Het is er gewoon het woord voor sport. Tegelijk kennen we allemaal de omkoopschandalen, de competitievervalsingen en de dopingschandalen. Stof genoeg voor heel veel papers en een academisch slotdebat. Onder invloed van de locatie viel mij de gelijkenis op tussen sport en opera. Je hebt duidelijk drie niveaus. Je hebt mensen die aan sport doen of zang beoefenen. Op alle niveaus. Sport is dan gezond, zang is dan de expressie van de eigen emoties. Het niveau kan erg verschillend zijn: van een knoeierige amateur, via een topamateur tot een professional. Maar bij de uitoefening rijzen er weinig ethische problemen. Op het tweede niveau heb je de rechtstreekse toeschouwers. Mensen kijken spontaan naar sport en luisteren graag naar mooie aria's. Soms willen ze daar wat geld voor betalen. Als rechtstreekse toeschouwer ben je een deel van het gebeuren. Je moedigt aan, je supportert, je applaudisseert. Het is voor een voetbalspeler niet leuk te moeten spelen voor lege tribunes. Een operazanger heeft een Scala nodig. Ook op dit niveau rijzen er weinig ethische problemen. Al bij de Oude Grieken had je supportersrellen en af en toe ontstaat er wel eens een revolutie na een operavoorstelling. Maar dat zijn en blijven randfenomenen. Je kunt echter wel opmerken dat door de eeuwen heen toeschouwers bijna nooit de volledige prijs betalen. Vrijwilligers in de sport werken gratis, mecenassen sponsoren kunstenaars en het toegangskaartje dekt zelden of nooit de volledige prijs. Soms, zoals bij opera, dekt de prijs van een toegangskaartje maar een fractie. Overal zie je subsidies, giften, niet-vergoede 'productiefactoren'. Dat is waarschijnlijk de essentie van activiteiten als zuiver wetenschappelijk onderzoek, kunst, sport en religie. Die dingen zijn niet gemaakt om gekocht en verkocht te worden. Zo simpel is het. Maar wetenschappelijk onderzoek, kunst, sport en religie kúnnen wel worden verkocht. Er is een markt voor. En dan bereiken we het derde niveau. Sport en kunst als spektakel. De Ronde van Frankrijk heeft nog net zoveel te maken met sport als Idool 2004 met muziek. Men gebruikt atleten en zangers om een businessmodel op te zetten. En voor sport is dat een waanzinnig succesvol businessmodel. De marketingbudgetten voor de Olympische Spelen ('deelnemen is belangrijker dan winnen') bedragen miljarden dollar. En dus moet het pingpongballetje 'trager' omdat er anders geen mooie tv-beelden meer zijn. En dus worden zelfs de slipjes in het beachvolleybal voorgeschreven om de spektakelwaarde te maximaliseren. Deelnemen met het juiste slipje is belangrijker dan winnen... Zodra je van sport commercie maakt, open je een doos van Pandora vol met ethische problemen. Hetzelfde geldt overigens voor wetenschap. Steek wetenschap in een vrije markt en er wordt vals gespeeld van bij de start. En over het ethisch gehalte van de succesvolle Amerikaanse predikanten kunnen we hier kort zijn. Er zullen dus, zolang sport verkocht wordt alsof het een cowboyfilm is, nog heel veel debatten kunnen worden gevoerd. Is het dan allemaal kommer en kwel? Wel neen. Panathlon International is een serviceclub die de waarden van de sport wil bevorderen. Op hetzelfde congres stelde Panathlon International zijn charter voor in verband met de rechten van het kind in de sport. Dit charter is intussen al onderschreven door zowat alle belangrijke sportfederaties en is het resultaat van een knap stukje denkwerk. Het charter bevestigt het recht van elk kind op sport en spel, op begeleiding van competente coaches, het recht op aangepaste competities, het recht op rust, het recht om een kampioen te worden en ook het recht om geen kampioen te willen worden. Ik heb wel eens de neiging om te lachen met alle charters die vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid prediken, omdat ze supervaag zijn. Dit charter is breed genoeg om culturele verschillen te overbruggen, maar toch specifiek genoeg om aan overijverige (Chinese?) staten, blind ambitieuze (Vlaamse?) ouders of spektakelbeluste (Amerikaanse?) media duidelijke grenzen te stellen. We kijken vol belangstelling uit naar de reactie van sportfabrikanten die de mond vol hebben van sociaal verantwoord ondernemen. Dit soort charter met hand en tand verdedigen maakt op mij veel meer indruk dan afficheren dat je altijd vol respect en integriteit zult handelen. Panathlon International, gefeliciteerd. Marc Buelens