Bij het overlijden van de houder van een bankrekening of een kluis, is de bank wettelijk verplicht de rekening of de kluis te blokkeren zolang de nalatenschap niet is afgehandeld. De bank doet dat vanaf het ogenblik dat ze op de hoogte wordt gebracht van het overlijden. Ook de gezamenlijke rekeningen op naam van de overledene en zijn huwelijkspartner worden geblokkeerd.
...

Bij het overlijden van de houder van een bankrekening of een kluis, is de bank wettelijk verplicht de rekening of de kluis te blokkeren zolang de nalatenschap niet is afgehandeld. De bank doet dat vanaf het ogenblik dat ze op de hoogte wordt gebracht van het overlijden. Ook de gezamenlijke rekeningen op naam van de overledene en zijn huwelijkspartner worden geblokkeerd. De bank geeft de rekeningen en de kluis pas vrij zodra haar een attest van erfopvolging of een akte van erfrechtverklaring wordt bezorgd. Een attest van erfopvolging wordt opgemaakt door de ontvanger van het registratiekantoor dat bevoegd is voor de neerlegging van de aangifte van de nalatenschap. Zo'n attest is gratis. Een akte van erfrechtverklaring wordt opgesteld door een notaris en brengt wel kosten met zich : 25 euro aan registratierechten, 7,5 euro aan rechten op geschriften, een notarieel ereloon en de aktekosten van de notaris. Een attest van erfopvolging volstaat als bewijs voor de bank als de erflater geen testament en geen huwelijkscontract had laten opmaken en als er geen onbekwame - bijvoorbeeld minderjarige - erfgenamen zijn. Anders is een akte van erfrechtverklaring vereist. Sinds 1 juli dit jaar mag de bank de tegoeden van een nalatenschap pas vrijgeven als alle fiscale schulden van de overledene, zijn erfgenamen en zijn legatarissen - de begunstigden van een testament - zijn betaald. Nadat die schulden zijn voldaan, levert de belastingontvanger of de notaris het vereiste document af aan de rechthebbenden van de nalatenschap. Het vermeldt wie de erfopvolgers zijn die aanspraak kunnen maken op de tegoeden van de overledene. Die nieuwe regeling voor de deblokkering van de banktegoeden kan verrassende gevolgen hebben. Een voorbeeld: een man, die al enkele jaren weduwnaar is, overlijdt op 11 oktober 2012. Kort voor zijn overlijden heeft zijn zoon zijn aanslagbiljet van de personenbelasting van het inkomstenjaar 2011 ontvangen. Hij moet uiterlijk tegen begin december 2012 een bedrag van 1000 euro bijbetalen. Zolang hij dat niet heeft gedaan, kunnen de banktegoeden van zijn vader, die zelf geen schulden had, niet worden vrijgegeven. Wil de zoon toch zo vlug mogelijk de rekeningen laten deblokkeren, dan zit er niets anders op dan zijn fiscale aanslag vroeger te betalen dan wettelijk nodig is. De banktegoeden van een overledene mogen slechts in twee uitzonderlijke gevallen - en dan nog slechts gedeeltelijk - worden vrijgegeven voordat de eventuele fiscale schulden zijn betaald. De langstlevende partner kan - ongeacht of hij getrouwd was of wettelijk samenwoonde met de overledene - tot de helft van het bedrag dat op alle rekeningen staat als voorschot krijgen, met een maximum van 5000 euro, zonder dat hij een akte van erfrechtverklaring of een attest van erfopvolging hoeft voor te leggen. Een tweede uitzondering heeft betrekking op de gewone schulden van de erflater. Voordat de tegoeden volledig worden vrijgegeven, kan een bank - op verzoek van de notaris of de erfgenamen - een aantal schulden van de overledene betalen via zijn gedeblokkeerde bankrekeningen. Het gaat onder meer om de begrafeniskosten, de ziektekosten van het laatste jaar, de kosten voor de laatste woonplaats van de overledene, zoals facturen van water, elektriciteit, stookolie en gas, de brandverzekering en de huur, met een vervaldag tussen de laatste drie maanden vóór het overlijden en de eerste zes maanden na het overlijden. Het kan gebeuren dat een overledene beschikt over een levensverzekering waarin hij een erfgenaam als de begunstigde van een bepaald kapitaal heeft aangewezen. Hoelang het duurt voor dat kapitaal wordt uitbetaald, hangt af van de manier waarop de begunstigde in het contract staat vermeld. Als de verzekerde de begunstigde in de polis aanwijst met een algemene omschrijving (bijvoorbeeld 'mijn kinderen') of de begunstigde met zijn naam noemt (bijvoorbeeld 'mijn zoon Jan'), wordt het kapitaal vrijgegeven zonder dat de fiscale schulden eerst moeten worden voldaan. Als de begunstigde wordt omschreven met 'mijn wettelijke erfgenaam', moeten die schulden wel worden vereffend voordat de banktegoeden worden gedeblokkeerd. JOHAN STEENACKERSDe langstlevende partner kan onmiddellijk een bedrag van maximaal 5000 euro als voorschot op de erfenis krijgen.