De woning is onschendbaar, zegt artikel 15 van de grondwet. Maar niet voor de fiscus, oordeelde het Hof van Cassatie. De fiscus mag de woning van een belastingplichtige zonder machtiging van de rechter betreden, daar gevonden documenten meenemen en ze gebruiken tegen die belastingplichtige. Het verkregen bewijs moet volgens het Hof van Cassatie enkel worden geweerd, als de beginselen van behoorlijk bestuur of het recht op een eerlijk proces geschonden zijn.
...

De woning is onschendbaar, zegt artikel 15 van de grondwet. Maar niet voor de fiscus, oordeelde het Hof van Cassatie. De fiscus mag de woning van een belastingplichtige zonder machtiging van de rechter betreden, daar gevonden documenten meenemen en ze gebruiken tegen die belastingplichtige. Het verkregen bewijs moet volgens het Hof van Cassatie enkel worden geweerd, als de beginselen van behoorlijk bestuur of het recht op een eerlijk proces geschonden zijn. Dat fiscale bommetje sloeg in op 21 april 2022, de dag dat het Hof van Cassatie de grondwettelijk beschermde woning vogelvrij verklaarde. Het Hof van Cassatie moet die dag in een ivoren toren geleefd hebben. Een andere verklaring konden veel eminente juristen die het arrest vernamen niet vinden. Nochtans is de fiscale wet duidelijk: de fiscus kan de gezinswoning pas betreden tussen vijf uur 's ochtends en negen uur 's avonds, op voorwaarde dat ze een machtiging heeft van de politierechter. De voorafgaandelijke machtiging door een onpartijdige en onafhankelijke rechter is onontbeerlijk voor de vrijwaring van de grondrechten van de burger. Dat is geen formaliteit, maar een essentiële voorwaarde, en de enige waarborg tegen willekeur vanwege de overheid. Want waar trek je dan de grens, als de grondwet en een voorafgaandelijke machtiging de facto maar een vodje papier zijn geworden? Laten we de zaken wat scherper stellen. Het strafrecht vereist bij iedere huiszoeking (tenzij bij betrapping op heterdaad) een machtiging van de onderzoeksrechter. Logisch, het is de enige essentiële waarborg voor de bescherming van de woning en het privéleven. Dus: een verdachte van terrorisme of moord lijkt meer rechten te hebben dan een belastingplichtige. Of nog: wat is het verschil tussen diefstal en het zonder machtiging van de rechter meenemen van documenten uit de gezinswoning door de fiscus? Het hof van beroep van Antwerpen, waarnaar de zaak verwezen werd, moet nu beoordelen of de beginselen van behoorlijk bestuur het recht op een eerlijk proces zijn geschonden. Excuseer? Alsof een manifeste schending van de grondwet niet automatisch gelijk zou moeten staan met een schending van de beginselen van behoorlijk bestuur. Iedere weldenkende burger zou zonder veel nadenken tot dezelfde conclusie komen. Het Hof van Cassatie en de fiscus dus niet. Zulke rechtspraak versterkt enkel het klimaat van wantrouwen dat al heerst tussen de fiscus en de belastingplichtige. De rechten van de belastingplichtige worden stelselmatig aan banden gelegd, terwijl de macht van de fiscus enkel maar wordt uitgebreid: het Charter van de Belastingplichtige gaat op de schop, weldra worden onderzoekstermijnen uitgebreid tot tien jaar, notificaties van fraude zijn niet langer nodig. Dat alles gebeurt onder het mom van de zogenaamde strijd tegen de fiscale fraude. Die verregaande maatregelen leiden tot een stoutmoedigere fiscus, die zich niet langer gehinderd ziet door de grondwet of de fiscale wet. Er is toch geen sanctie. Wat kan de belastingplichtige nog doen? Vooralsnog mag de fiscus geen dwang gebruiken. Gesloten deuren en kasten opbreken, computers decrypteren zijn voorlopig nog uit den boze. Hoewel dat laatste heilige huisje dankzij de wetgever ook weldra zal sneuvelen. Minister van Financiën Peter Van Petegem (cd&v) stelt voor de fiscus dwangsommen te laten vorderen, als de belastingplichtige niet al zijn rechten spontaan prijsgeeft. De slinger is helaas doorgeslagen.